Eindelijk weer strandlopen

Hier volgt nog een voorbeeldje dat kiezen verliezen is.

Vorige herfst en winter brachten Runcoach.be en ik om de twee weekends door op een zeiljacht in Oostende. Zo konden we trainingen op het strand houden, een van de vele geneugten van de loopsport. Maar mijn keuze om te leren ‘spectaculair’ offroad mountainbiken in de Ardennen impliceerde een hoge aanwezigheid van mezelf in de Ardennen. Super maar ten koste van de winderige strandloopjes op het liefst harde zand van Oostende en naburige gemeenten.

In mijn FB-loopgroep Runcoach.be | Lopen in Oostende was het hierdoor stilletjes in de lente, zomer en begin van de herfst maar vorige week postte ik de oproep om zondagochtend 15 km te gaan lopen op het strand. Serge en Lieven pikten hierop in en waren deze ochtend present.

De zon weerspiegelde een intens helder licht in de ondiepe plassen. Voor we het beseften hadden we ruim 8 km gelopen over golfbrekers en strand. Omkeren en teruglopen.

Ik liep traag maar zij vonden dat niet erg. Ik wel. Mijn linkerzitbeen doet pijn, sinds december. Mijn voeten doen pijn sinds juli in stijgende lijn qua intensiteit en frequentie. Het kan bijna niet anders dan hielspoor zijn. Voortdurend doen ze pijn, ook als ik niet ren en zelfs ’s nachts in mijn bed. Het went, net als de zitpijn maar subiet verslijt mijn lichaam tot ik niet meer kan hardlopen en wat dan? Actie is hier op zijn plaats.

Runcoach.be zal bekijken wat ik best doe. Wordt vervolgd.

Sparkles

De voorbije week heb ik drie keer gelopen en één HIIT-training gedaan. Een tijdje terug zou ik balen dat het niet genoeg is om mijn onrustige innerlijke mens te temmen maar nu geniet ik van elke minuut dat ik buiten ben en kan rennen in plaats van moeten, moeten, moeten. Hoe leg je uit dat het mogen gaan lopen in hectische tijden die je met huid en haar opslokken, een zegen is die ervoor zorgt dat je stand houdt in de storm?

Om te beginnen word je tijdens het lopen heerlijk volledig met rust gelaten. Geen e-mails, geen mag-ik-eens-iets-vragen, geen zou-je-hiermee-kunnen-helpen, geen was plooien, niet opruimen, geen puberstreken, geen negatieve berichtgeving.

Ondertussen kom je buiten, liefst in velden en bos, om zuurstof te ademen en een overvloed aan herfstkleuren en -geuren tot je te nemen. En kleine zoogdiertjes voorbij te zien stuiven. Invasief exotisch of niet, ik vind het romantisch, melig als ik ben.

Bovendien verbrand je de nodige calorieën en is een mens niet gemaakt om stil te zitten, iets wat in moderne tijden met schermen alom en virtuele werelden te veel gebeurt. Je neemt plaats voor je al dan niet mobiele monitor en voor je het weet heb je uren gezeten. Zitpijn krijg je er gratis bij. In mijn geval heb ik na tien minuten prijs. Een schouderblessure desnoods als je foutief de muis bedient. Om maar te zwijgen over de ogen.

Als je in aangenaam gezelschap loopt, komt het sociaal beestje ook aan zijn trekken. Dan ben ik in mijn contact met anderen eens niet de docent, de mama of digitale marketing machine van Runcoach.be maar gewoon mijn lopende zelve.

Donderdagmorgen voor het werk liepen we met drie de toer van de Brugse Vesten. Daniel van de kajak-club, Joke en ik. Heel tof want ik luisterde graag naar zijn Stockholm must sees voor Joke en de kano-avonturen van het voorbije weekend in Frankrijk. Dat ze ver moesten rijden om het water te vinden. En de vooruitzichten op het club weekend in de Ardennen en een 150 km lange kanotocht in Zweden die hij deze zomer wil maken. Ofschoon ik niet meekan op de weliswaar prachtige meerdaagse uitstapjes met de club, voel ik mij daar toch erg welkom. Het is een warme, gezellige bende en ik voel mij daar thuis.

Zaterdagmorgen liepen Kristie en ik haar vaste parcours van thuis. Voor mij helemaal nieuw en verrassend mooi. We liepen langs de reusachtige gevangenis naar het zeekanaal in de buurt van Varsenare langs vurige astervelden en dan door de Koude Keuken op een Finse piste. Ik was daar nog nooit geweest en kende die locatie enkel van naam omdat de kinderen er soms gaan sporten met school en ik onlangs een halve belofte maakte om daar eens te gaan badmintonnen. Neen, vergeet niet wat ik beloof maar veel geduld is aan de orde.

Vanmorgen hadden we met een vijftal loopmaatjes een afspraak in het bos. Toen ik om kwart na zeven op mijn telefoon keek, zag ik de eerste annulering, dan algauw de tweede en tegen vertrektijd de derde. Geen idee of dat was omdat het zaterdag te leuk was geweest of omdat het katten en honden regende. Onze zaterdagavond was fantastisch leutig geweest met vrienden en de kinderen op een scoutsfeest en de regen is natuurlijk voor iedereen even koud en nat. Geen probleem natuurlijk, maar wel spijtig want ik keek er naar uit om in het ongeveer zelfde olijke gezelschap van vorige zondag te rennen in de Brugse bossen. Moe en harde regen of niet, niets zou mijn strak plan in de weg staan. Ik haalde met binnenpret – zie foto bovenaan – mijn stalen ros van de koer om naar Tilleghembos te rijden waar Annelies – hopelijk – als enige overblijver zou verschijnen. Want afzeggen is soms toevallig doch tevens besmettelijk.

Ik hulde me in regenbestendige kledij voor de fiets en kwam met kletsnatte voeten aan in een leeg bos met lege parking. Misschien was ik toch de piekenzot van ‘t spel…

Net toen ik in mijn eentje zou aanzetten, reed een lichtgrijze auto de parking op. Annelies en haar echtgenoot Michael stapten uit. Alzo werd het een modderige bosloop met drie. Annelies trok na een zestal kilometer aan het treintje want zij liep iets te snel voor haar man en ik om haar tempo te kunnen aanhouden. Ik denk dat we heel goed zuurstof en herfsttaferelen konden bijtanken. Dat ik de rest van de dag na een warm bad opruimde, de was deed en streek, was helemaal niet erg. Integendeel.

Hagelbui in het bos

Terwijl het gezin zich nog in dromenland bevond, sloop ik weg uit een nog verkeersluw Brugge naar een loop-date-met-zes. Joke, Annelies, Kristie, Lieven en Vincent zijn allemaal op één of andere manier in de Facebook loopgroep Runcoach.be | Lopen in Brugge terecht gekomen. Mensen samenbrengen om iets fijns zoals een frisse bosloop te doen, gelukkig word ik daarvan.

Het is bijna een vaste zondagse traditie geworden om in de vroegte de Drie Kastelenroute in de Brugse bossen te rennen. Eerst liepen we samen tot de bliksem en donderslagen in een zompige grasvlakte tussen Tillegem en Beisbroek de wolken deed openbarsten. Ze braakten hagelstenen die hard op mijn knikker en dijen kaatsten. Tijd om even met Kristie onder de eerstvolgende boom een korte lachpauze te houden en de anderen door te laten lopen.

Vanaf dan was het dubbel goed uitkijken waar we de voeten neerzetten. Uitglijden zou de pret bederven. Ofwel lagen er een laag ijsbollen ofwel ijskoude waterplassen. En toch zeiden we meermaals blij hoeveel deugd het deed buiten in de natte kou maar omhuld door de warmte van het lopen. Dat ik bij mijn thuiskomst klappertandde en een uur nodig had om terug een normale lichaamstemperatuur te krijgen, hoorde er bij. Die gekke moeder, zag ik de kinderen denken tijdens hun ontbijt.

De rest van de dag was organisatorisch, inclusief de was plooien tijdens Shalane Flanagans laatste 4 kilometer op de New Yorkse marathon. Ik zag haar perfecte lichaam als een sierlijke loopmachine de zege binnen halen in 2u26. Haar ogen en mond weerspiegelden de extreme inspanning en ik vroeg me af wat er die laatste kilometer door haar hoofd ging. Ze liep door het lint en dan volgde de ontlading, de opluchting, de overwinning. Welverdiend en veertig jaar geleden dat er nog eens een Amerikaanse dame deze wedstrijd won.

De Belgische Koen Naert werd achtste met een tijd van ongeveer 2u15. Dat moet ik nog checken en verbeter me gerust. Ik zal u dankbaar zijn voor de hulp.

Het zijn allemaal sporthelden ondanks dat er maar één de eerste kan zijn. Ik hou meer van het feest dan van de competitie.

Op aanraden van en met Joke ga ik dit jaar trouwens nog een trail meepikken. Kwestie van het niet af te leren. De Natuurloop Zonnebeke op 17/12. Omdat het past en mijn agenda weer een beetje opfleurt.

Zand ploegen en de wind trotseren

Zondag was de tijd rijp en beschikbaar om een lang gevecht met de elementen te trotseren. Water van de zee, lucht in de vorm van harde wind, aarde van zand en het vuur? Dat zat vanbinnen.

De Putters uit Oostkamp – geen bende vogelspotters noch motards – organiseerden Oostende – Duinkerke – Oostende. Op het strand. Goed voor 100 km krachttraining, zeker als je zoals ik maar één paar buitenbanden voor alle gebruik hebt. Maar dat ontdekte ik pas nadien toen iemand mij Victoria Tattoo Light banden met 1.2 druk aanraadde.

Onmiddellijk na de start reed ik al gauw voorlaatste. Ik kon nog een drietal golfbrekers mee in groep oversteken maar daarna waren ze foetsie. Een aantal renners waren dan ook echte profs zoals Cédric Defreyne die toevallig een student van mij is en niet toevallig profwielrenner bij EFC-L&R Vulsteke U23 Cycling Team. Kopwind aan 6-7 Beaufort duwde mijn gemiddelde snelheid naar 10 km/u voor de eerste 50 km.

Het zand lachte me uit en de zeewind floot me na. Ik vreesde een platte band te ontwaren maar het was mijn wiel dat permanent in het zand gezakt was waardoor de platte band gezichtsbedrog was. Heel soms hoopte ik dat hij echt plat was. Dan moest ik wel stoppen en de tram terug nemen naar Oostende. Maar ik had zo mijn redenen om mezelf te pushen naar het walhalla van zand en zout.

Ik had het mezelf gegund. Dat ik nog eens op het aantrekkelijke randje mocht balanceren van een mentaal hindernissenparcours tijdens een ultra duursport in een woeste, prachtige speeltuin die mij helemaal zou opzuigen. De volgende nacht zou Runcoach.be immers naar zijn wildernis vertrekken om te traillopen met Dixie Dansercoer. Hij Groenland, ik de Noordzee.

Ik had het mezelf beloofd. Dat sterke gevoel van door te zetten, in jezelf te blijven geloven in het diepste dal wanneer je twijfelt of je toch geen Don Quichote bent. Ik wist dat ik gewoon moest volhouden en niet flippen omdat het vloed werd, maar gewoon de Noord-Franse duinen moest induiken. Ik wist dat achteraf de roes van ongeloof, tevredenheid en trots zou komen.

De strandstrook tussen Zuydcoote en Duinkerke werd alsmaar smaller en het zand onberijdbaar. Sommige duinen hadden steile betonnen muren als een soort dijk aan het strand. Daar kon ik met mijn fiets niet op- of afklimmen. Dat ik maar gauw 50 km op de teller had, dan kon ik omkeren en de wind weer het hof maken in plaats van te verwensen.

Hoe lastig het soms was, ik genoot van de eenzaamheid op het strand en in de duinen. Het Noordzeestrand was 100 km lang van mij. Het was zondag en ik was op reis. Solo. Als een kleine ontdekkingsreiziger kwam ik terug thuis uit een andere wereld. Vuil, met rode wangen en voldoende positieve vibes om een hele week te overbruggen. Want natuurlijk droom ik ook van Groenland en Antarctica. 😉

Intervaltraining op hartslag

Gemiddeld liep ik heel traag vandaag. Nochtans haalde ik volgens de grafiek en Runcoach.be prachtige snelheidspiekjes. Dat komt omdat er wandelpauzes waren. Ik voel mijn training en morgen misschien nog meer. Het was de eerste in de reeks en vanaf nu is het elke zondag zo.

Eerst liep ik rustig ter opwarming. De stress van de voorbije twee dagen speelde me daarbij lelijk parten. Mijn liezen deden pijn, mijn schouders waren stokstijf en ik snakte naar adem. Dan moest ik kort rustig wandelen tot mijn hartslag op 110 zat om daarna op 90% van mijn capaciteit te rennen. Weer wandelen tot hartslag 110 en terug rennen. Vijfmaal in totaal.

Als cooling down in het Minnewaterpark volgde een minuut omhoog springen op de voorvoeten. Dan telkens op één been tot de verzuring van de kuit lastig werd. Vervolgens stretching van kuiten en onderrug om te eindigen met de hamstrings.

Wordt vervolgd. Bedoeling is om steeds sneller op hartslag 110 te geraken en hopelijk eindelijk eens een snellere loper te worden.

Strong Viking Warrior

Heb ik al verteld dat mijn zus de tofste zus ter wereld is? Eenmaal per jaar verlaat ik mijn comfortzone door met haar een obstacle race te lopen. En te klimmen, kruipen, hangen, trekken, heffen, zwieren, slaan, sjouwen en springen. Bij zo’n OCR komen een resem werkwoorden om het hoekje kijken.

De afspraak was dat als ik een uitdaging niet zou durven door hoogtevrees, ik hem zou overslaan. Maar deze keer had ik slechts één doel: de angst overwinnen en het zelfvertrouwen klaarstomen voor mijn zwaarste sportieve doel van 2017, binnenkort op 8 oktober: de HouffaRaid. Daar kan ik mij geen hoogtevrees permitteren.

De Strong Viking dus. Met zus Nele en haar verre buurman Hans stonden we paraat in domein Puyenbroeck in Wachtebeke. De infrastructuur en de sfeer zouden de niets vermoedende passant laten denken dat hier een festival gaande was. Eet- en drankkramen, picknicktafels, echte en oudere jongeren. Het leek wel iets tussen Pukkel- en Graspop.

De MC van dienst riep door de micro dat we een halfuur voor de aanvang in het startvak moesten klaar staan. Onmiddellijk zag ik daar de bedoeling van in. Een stoere, exotische schone stond op het podium om ons op te warmen met opzwepende muziek. In een ketting, armen rond elkaars schouders met zijn allen aan elkaar vastgehaakt jumpen, trappelen, rekken. De spieren werden losgegooid en opgewarmd. Vuurkanonnen schoten vlammen loodrecht de lucht in.

Iedereen brulde de MC na van Oorah en No Viking is left behind en andere oppeppende teksten. Natuurlijk speelde ik het spel mee. Doch ik was daar om te sporten, hé. Voor mij moest daar geen theater aan toegevoegd worden. Stiekem genoot ik wel. De positieve sfeer zat er goed in.

Het begon met over een muur van drie meter klauteren. Voor iemand als ik is het klimmen zelf geen uitdaging doch er terug afspringen wel. Sommigen vergaten dat er tussen de ruim dertig obstakels ook gelopen moest worden en wandelden. 14 kilometer in totaal. Fijn voor hen maar ik had een training nodig. Nele en ik hebben geen halve dagen op overschot in onze agenda’s dus rende ons trio een heuse interval looptraining bij elkaar die afgewisseld werd met krachtpatserij. De ene keer waren dat evenwichtsbalken waar je al dan niet een duel met schild en knuppel uitvocht. Wie verloor moest tien burpees als straf uitvoeren dus ik mepte na een minuut katjesspel de Nederlandse man die mijn onfortuinlijke tegenstander was van de boomstam af. Het verrassingseffect uitgespeeld. Geen burpees op mijn agenda vandaag. Lopen naar het volgende obstakel.

We moesten onderste boven hangend met handen en voeten aan een koord 10 meter een waterplas overschuiven. Dit vergde een techniek die ik niet onder de knie had dus bibi haalde de overkant net niet en viel in het water en voelde zich even een muskusrat. Slijkwater drong overal binnen en het smaakte erg vies. Lopen naar het volgende avontuur.

Later volgden nog reeksen steile modderbergen en zuigende modderpoelen maar de strafste hindernis was toch wel de Fjord Drop. Hiervoor moest je niet fysisch sterk zijn doch over stalen zenuwen beschikken.

Deze hoge en extreem steile glijmuur deed je letterlijk vallen, over het water vliegen en dan versuft neerploffen met een niet te evenaren gevoel van ongeloof.

De waarheid gebiedt te vermelden dat ik dit eigenlijk niet durfde. Angstzweet en slappe benen, weet je. Dat ik tegen de man die mijn ging afduwen zei dat ik niet wilde. Niet.

Ik durf echt niet, zei ik maar hij duwde me zachtjes de diepte in.

Straf maar ik was hem dankbaar. Life starts outside the comfort zone. Dit had ik niet willen missen. Feeling alive and kicking.

Juichend liepen we verder. De adrenaline gaf me vleugels en ik nam de monkey bars alsof het niets was.

Ik voelde me sterk, beheerst maar ook het kleine meisje dat in de jaren ’70 met de buurjongens en neven ravotte in het slijk van de polders. Toen besefte ik nog niet dat vrouwen niet onder moeten doen en even goed hun mannetje kunnen en mogen staan. Oorah!

Mijn schat Runcoach.be en de dochters waren meegekomen om te supporteren. Zij mochten frietjes eten terwijl de mama alle modder en vuil ging afwassen onder de met tuinslang geïmproviseerde maar erg welgekomen koude douche. 🙂

Angst de kop indrukken

Een jongetje was dol op paardrijden tot hij een dag van het paard viel. Daarna heeft hij nooit meer op een paard gezeten. Een begrijpelijke reactie maar wel jammer. Geen idee of ik mijn kind zou verplichten om verder te gaan paardrijden maar zelf besefte ik dat na mijn val van drie dagen geleden waarbij ik over kop ging, op mijn hoofd viel en mijn mountainbike op mij, zo snel mogelijk terug op die fiets moest springen. Ik ben dan ook een volwassene die dat inziet en volledig zelf kan beslissen hoe ik daarmee omga.

De ochtend na de val ging het trail lopen niet lekker wegens een linkerbeen dat toch meer gehavend bleek dan verwacht. De voorziene MTB-training van de namiddag werd afgelast en de volgende dag – gisteren dus – stond plots onverwacht rust op het programma.

Daarvoor kwam ik niet naar de Ardennen, hé.

Het werd een dag bij onze noorderburen met veel sauna, warme baden, koude baden en lezen in een boek over digitale marketing en in Franse bladen over trail running. Ach, het regende toch pijpenstelen.

Vandaag brak onze laatste dag in Spa aan. Runcoach.be en ik startten vanmorgen op MTB-route 5 om bij de splitsing na ongeveer 20 km verder te fietsen op route 6. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot. Het had niet alleen gisteren maar ook de hele nacht ferm geregend dus de grond was nat wat enerzijds voor gladde steentjes en rotsen zorgde en anderzijds voor zachte modder en waterplassen.

Route 5 is het parcours waar ik donderdag na 18,5 feilloze offroad kilometers op de grillige heuvels en over boomwortels en sparrenappels ineens gevallen was. Op die plaats was ik mijn zuurverdiend zelfvertrouwen kwijtgespeeld. De Plek des Onheils had ik liever vermeden want ik wist zeker dat mijn zelfvertrouwen daar niet ergens als een item op de grond voor het oprapen lag. De regen zou het trouwens weggespoeld hebben. Enfin, ik had helemaal geen zin om daar weer te passeren maar de eerste 20 km van route 6 vallen onvermijdelijk samen met deze weg. Het was met een klein hartje en met halfvol vertrouwen in mijn Runcoach.be dat ik fietste. Voor het eerst fietste ik voor het (trainings)resultaat en niet voor het genot van de rit.

Dat ik na 4 kilometer tijdens een beklimming van een rots met mijn klikpedalen omviel was te wijten aan mijn koersbroek met extra stevig zeem die eigenlijk een maat te groot is. Ik moest rechtstaan op de pedalen en naar voor hellen om niet achterom te slaan want mijn voorwiel loste de grond door de hellingsgraad. Dat ging goed tot ik weer op mijn zadel wou zitten. Mijn zeem hing te laag waardoor hij vasthaakte aan mijn zadelpunt, ik mijn evenwicht verloor en naar rechts omviel. Een blauwe plek op mijn kont en een dikke sorry, het is niet erg, ik kan het echt wel, tegen Runcoach.be die natuurlijk geschrokken was. En innerlijk zei ik tegen mezelf dat het gedaan was met sukkelen.

Vervrouw je, trek die broek hoger en niet flauw doen!

Gelukkig zou dit de enige valpartij van de volledige rit worden. Bovendien was het zo dat ik na het passeren van de Plek des Onheils bij toverslag toch genoot van de rest van de rit. Goed voor 28 kilometer onverhoopt genot. Ik zou kunnen liegen en schrijven dat ik in stijl en met glans de Plaats der Val getrotseerd heb doch ik ben geen heldin. Ik ben afgestapt en met een inwendige vloek en mijn mountainbike in de hand naar beneden gestapt.

Vandaag deed ik een aantal MTB-dingen voor het eerst. Want ik ben nog steeds een beginner die in april voor het eerst op een mountainbike kroop. Het betreft door de modder en plassen crossen (mjammie!), over de duizend positieve hoogtemeters bijeen fietsen in één rit en beekjes doorsteken (watercrossing).

Er is nog veel werk aan de winkel om mijn hoogtevrees in de afdalingen te overwinnen maar ik geef niet op. En dát gevoel geeft mij veel energie en levenskracht.