Trailrunning Managers in Genk

Zaterdag coachten we met Runcoach.be een Trailrunning Manager op de terril van de oude steenkoolmijn in Genk. De zon scheen genadeloos en de wind bracht amper verkoeling op de top. Omdat het trager vooruitging dan verwacht, duurde de training langer dan verwacht en had ik een tekort aan water. To remember: altijd ruim voldoende water meenemen als het zo warm is want je weet nooit hoe snel of traag een ander over steile hoogtemeters loopt.

Maar laten we aan de hand van beelden beginnen bij het begin.

Aan de voet van de terril loop je door een jong naaldbos met veel struikgewas en pittige, korte heuveltjes op een ondergrond van steenkoolgruis, sparrenappeltjes en aarde. Hier liep ik het liefst dankzij het sprookjesachtig decor met verkoelende schaduw.


Eenmaal door het bos begint het echte klimwerk. Nergens zijn rotsen. Overal ligt dat steenkoolgruis al dan niet begroeid met gras. Wat een vreemd door de mens gemanipuleerd ecosysteem! Mijn trekking poles kwamen goed van pas.

We zijn twee keer naar de top geklommen. Daar heb je een groen uitzicht op Bokrijk, Hengelhoef, C-mine en de andere terrils in de verte. Waterschei, Zwartberg en Beringen. Bulten die uitsteken in het bomenrijen landschap.

En onderweg kwamen we wandelaars noch lopers tegen maar wel enkele mountainbikers.

Als afsluiter een woordje uitleg over de duur van de training. Ik dacht dat we een uur zouden bezig zijn dus nam een half liter water mee (waarvan ik de rest aan R. gaf omdat haar water op was). Hieronder zie je het trainingsverloop.

Als je denkt: zo traag?!?, think again. Het gaat niet over mijn tempo maar dat van een starter. Het was bloedheet. En wat dacht je van de hellingen die hieronder te zien zijn? Twee keer naar de top zoals gezegd.

Zeekwallen en strandkippen

Maandagmorgen ontwaakte ik op een zeilboot onder een stralend blauwe blote hemel. Het beloofde een hete dag te worden en ik moest mijn halve marathon op het strand van de vorige dag nog  lopen. Zaterdagavond was het zo leuk geweest met vrienden in La Fayette waardoor het geplande lopen op zondagochtend geen optie was.

Het gaf mij enerzijds een dagje respijt na de vroege 14 km op zaterdagochtend naar Damme en door het bos van Fort van Beieren met een loopmaatje van Runcoach.be | Lopen in Brugge. Anderzijds betekende het wel een lange loop op een vastendag. Morgen beschrijf ik mijn eten in een apart blogje.

De opdracht luidde om een halve marathon in het zand te lopen binnen de hartslagzone rond 140 met als doel een optimale vetverbranding te stimuleren en op termijn sneller te leren lopen in die zone.

Een lekkere koffie met de bialetti, 2 abrikozen, 3 amandelen en een groot glas water en ik was klaar om te gaan. Gelukkig viel de temperatuur om 8u nog mee maar dat veranderde vrij snel. Ik liep naast de laagwaterlijn tussen de meeuwen op het nog verlaten strand van Oostende naar Middelkerke. Elke golfbreker was een klim die al dan niet in een sprong in het water eindigde. Het was eb maar rond de golfbrekers was er soms toch zeewater.

Na acht kilometer besloot ik richting dijk te lopen om drie kilometer in het mul zand voor de vloedlijn te lopen. Dat is extreem lastig maar hardt mij ter voorbereiding van de 50 kilometer die ik komende winter op de North C Trail door duin en zand zal lopen.

Daarna schakelde ik per ongeluk mijn TomTom Runner 2 uit zodat ik na 11 kilometer een nieuwe sessie moest opstarten. Ik liep 10 kilometer langs en door de laagwaterlijn die steeds dichter bij de vloedlijn kwam en kwallen met zich mee sleepte. Ik stikte van de hitte en genoot van elke sprong van de golfbreker in het kniediepe water.

De laatste drie kilometer zag ik zwaar af door de zon en ik besliste na de afwas op de boot de rest van de dag op het strand door te brengen om de rest van de dag heerlijk te niksen. Lang leve de vakantie!


Polderloop met coach

Donderdag had ik ook een loopje maar ik blog niet meer per looptraining. Nochtans is het altijd anders. Deze keer was dat midden op de dag 45 minuten in de regen lopen samen met Joffrey aka Speedy Gonzales Zoeffrie die gisteren zijn persoonlijk record op de 5 km verbeterde naar 18’45”. Dat is dus 3’42” per kilometer oftewel 16,2 km per uur.

Ik bewonder dat enorm en vind het nog steeds tegelijk grappig en een eer dat zo’n snelle loper zijn tempo laat zakken om met mij te trainen aan 10 km/u op de Brugse Vesten. De rare pieken in de grafiek zijn de wachttijden aan verkeerslichten. Onvermijdelijk euvel bij stadslopen.

Verkeerslichten kwam ik vandaag niet tegen tijdens mijn polderloop met Runcoach.be. Regen ook niet. De zon scheen eindelijk nog eens en het kon mij niet schelen dat het daardoor erg warm was om te lopen. De zeewind koelde mijn lichaam af en mijn hoofd en hart werden leeggemaakt.

Het was niet eens een mentale hindernis om twee keer op rij met een goede, snelle loper te trainen. Integendeel was ik blij samen met mijn man te kunnen sporten in plaats van futloos als een geslagen hond thuis voor me uit te zitten staren. Broodnodige quality-time onder de zeespiegel met een minimum aan hoogtemeters.


We liepen langs de Paddegat-route door Oudenburg voorbij Plassendale, Bredene Blauwe Sluis, Klemskerke en weer in Oudenburg.

Helaas lopen alle onverharde paadjes dood in de velden. Nefast om een mooie tijd te lopen maar het leidt wel tot grappige situaties zoals plotseling op een dampend bemest veld uitkomen en uit noodzaak rechtsomkeer maken.
Het zijn moeilijke tijden op het werk. Kort samengevat is het momenteel erg moeilijk om vreugde te vinden in wat dan ook. Het lopen stel ik in vraag. Ik ben al altijd een trage loper geweest zonder groeimarge maar dat deerde me tot nog toe niet omdat ik alle stress en drukte van het werk dankzij het lopen kon loslaten om er daarna weer een lap op te kunnen geven.

Ik ben echt niet bang om hard te werken en draai al jaren goed mee in het hoger onderwijs. Elk jaar werk ik meer en harder dan het vorige jaar. Zonder overdrijven. Het is echt waar. Dit academiejaar haalde ik het onderste uit de kan. Het water stond me aan de lippen. Volgend jaar komt er nog een zware schep bovenop. Ik ben deze week enorm geschrokken van de onmogelijke opdracht die me volgend academiejaar te wachten staat. Dat gaat niet meer. Ik verdrink en zie geen land in zicht. Verschillende, passioneel hard werkende collega’s zitten in zak en as. Hetzelfde schuitje. Mij ga je niet horen zeggen wie of welke sector het hardst getroffen wordt door de besparingen maar ik weet dat ik persoonlijk zo niet verder kan. Nog meer gaat niet. Het werk zal aan een minderwaardige kwaliteit of zelfs niet geleverd worden. Laat dat nu voor mij onaanvaardbaar zijn. Ik deed mijn werk steeds graag en wil het goed doen. Slecht werken, kan ik niet maken!

Met vier opgroeiende kinderen heb ik geen andere keuze dan dankbaar zijn dat ik een goed, vast inkomen heb. Toch had ik nooit gedacht dat sinds het begin van m’n carrière het werk elk jaar zwaarder zou worden, ik elk jaar minder tijd zou hebben voor mijn kinderen en dat er een punt zou komen dat ik de handdoek in de ring zou moeten gooien uit onmacht van niet langer nog meer te kunnen geven.

Hoe dit zal aflopen, zal de tijd uitwijzen. Ik geloof niet in mirakels of oplossingen die niet uit jezelf komen. Ik zal dit zelf moeten oplossen en dat ga ik zodra de moed wat terug komt, doen.

Zon, zweet en zwintig kilometer

  
Drie dagen op een rij in de blakende zon lopen is goed om 46 kilometer een kleurtje te krijgen. En hopelijk om wat vet te verbranden. Ik weet best dat je veel meer moet lopen, ruim 2 marathons per kilo, maar kom, alle beetjes helpen. Ter voorbereiding van 39,9 – wat een gek getal – kilometer Trail des Trappistes met 920 positieve hoogtemeters binnen twee weken moest ik dringend wat kilometertjes vreten.

Vanmiddag waren het er 20 op de oude spoorwegbedding van Steenbrugge, voorbij Sijsele tot bijna in Donk. En terug. 20 kilometer met een loopzonnebril van de Decathlon die ik voor de eerste keer aanhad. Hij scoort absoluut goede punten zowel voor design, draagcomfort als bescherming tegen zonlicht. Dit had ik niet verwacht in dergelijk zweterig weer waar ik onder de zonnecrème zat. Morgen haal ik bij Bergh mijn bril voor trail running op die Cebe mij wil laten testen en evalueren. (Vandaag was de winkel gesloten, vandaar de andere bril.) Nu de Decathlonbril zo goed meeviel, ben ik helemaal benieuwd naar het verschil want een prijsverschil is er alleszins.

Het waren ook 20 kilometer met een halfliter waterflesje in de hand en eentje extra in mijn heupgordel. En nog: met een loopmaatje! Dat ben ik totaal niet gewend behalve de weinige keren dat ik met mijn man loop maar dat kan je moeilijk vergelijken wegens de vertrouwdheid van het samenzijn en het blindelings kennen van elkaars loopgedragingen waardoor je als koppel samen in de flow loopt. Een aanrader voor iedereen, by the way. 

Joffrey Defour liep ter recuperatie van zijn snelle Dwars Door Brugge van gisteren. Ttz, 1u08 voor ruim 15 km, vind ik rap hoewel het door de hitte voor hem geen toptijd was. Op de marathon van Rotterdam in april finishte hij onder de drie uren. Een sub 3, het is weinigen gegeven. Gegeven wordt het je eigenlijk nooit. Lopen is superleuk maar de tijd tikt onverbiddelijk hard en je krijgt je resultaat niet cadeau. Trainen zal je! Ik durf zelfs niet dromen om ooit een sub 4 te lopen.

En alzo ben ik onderweg niet één keertje gestopt om natuurfoto’s te nemen maar werden het wat post-run selfies om deze blog te illustreren. Het water was op, het weer was veel te warm maar het gemoed was superblij. Al bij al nog niet zo slecht gelopen:

  
  

Evenwijdigheid in de oneindigheid 

 

Lopen in de open natuur opent je zintuigen. Gisteren was ik ruim 8 kilometer omringd door een strand dat eindeloos gerimpeld was. Evenwijdig kronkelende lijnen met water tussen. Een flinke evenwichtsoefening tijdens het lopen want bij elke voetlanding moest het hele lichaam uitgebalanceerd worden. Runcoach.be zegt dat ik een voetzwever ben en dat ik bij vermoeidheid verander in een dijbeenzwever, maar steeds een zwever blijf door mijn voorvoetlanding en naar voor hellende schouders. Het andere type lopers landt op de hiel en noemt men zitters. Zo zie je maar dat alles ter wereld bestudeerd en benoemd wordt. 

Af en toe moest ik een golfbreker overlopen. Die dingen liggen ook al evenwijdig. Ik vind ze prachtige hindernissen.  

 

De zon klopte genadeloos mijn tempo naar beneden maar dat vond ik niet zo erg. Ik had immers ook een portie duinlopen gepland dus mijn gemiddelde snelheid zou toch de dieperik ingaan. Een voorproefje voor de 50 km duinenloop die ik volgende winter zal doen als ik €1000 ingezameld heb voor KOTK. Aangezien ik nu al aan €900 geraakt ben, ziet het ernaar uit dat het doelbedrag tegen 16 oktober binnen zal zijn. Ook hier ontmoette ik schijnbaar oneindige evenwijdigheid in het naar boven lopen. Traptredes en schuttingen naar de horizon.

  

Ik eindigde mijn 10 mijlen (16,2 km gelopen) alzo op de noen in 1u46 met een gemiddelde pace van 6’38” per kilometer. Zweten en nazweten dat ik deed!

Vanmorgen was mijn lichaam al iets beter aan de felle zon aangepast en mijn benen snakten naar een strandloopje. De rimpels in het zand waren er nog. Na een halfuur liep ik naar de dijk om de rest in de schaduw te lopen. Il ne faut pas pousser mémé dans les orties. Morgen staat een 20 km als lange middagpauze op het menu.

  
Als afsluitertje toon ik waarom bij mij geen muziek in de oren klinkt tijdens het lopen. Mijn zintuigen focussen enkel op de natuur, ook het gehoor. Kijk en luister. 

Voorlaatste loopje voor M-day

  
Terwijl mijn gedachten bij 3 dames op de marathon van Rotterdam waren, liep ik op de pier en dijk van Oostende mijn voorlaatste training voor de marathon. Duimen voor Chris, Lien en Sarah. 

Runcoach.be had me aangeraden om 10 km te lopen tussen een snelheid van 10 à 11 km/u. Voor mij is dat best een opgave, dacht ik. Ga ik dat kunnen? Maar ik startte te snel aan 11,8 km/u (remmen!) – zou dat door de tapering komen? – dus hield me in en eindigde alzo na 54 minuten met een gemiddelde snelheid van 10,95 km/u met nog een mooie versnelling tijdens de laatste 2 kilometers. 

 
Wat mij zelfvertrouwen gaf: ik ben geen enkele keer buiten mijn comfort zone gegaan. Het voelde alsof ik meer kon. Maar ik ga de lat voor volgende week nu niet hoger gaan leggen. Mijn eerste marathon in 4u30 blijft mijn streefdoel. Want 42,2 kilometer is best ver. Van Hulst naar Terneuzen op onverharde wegen. 

Toegegeven, de coaching van Runcoach.be werpt zijn vruchten af op elk vlak en veel meer dan ik had durven hopen. Ik loop veel beter dan tevoren. Mijn grenzen zijn verlegd op gebied van afstand en snelheid. Mijn energiepeil is optimaal en mijn lichaam is nog nooit zo in vorm geweest. Mentaal voel ik me ook sterk als een beer. En happy. Lopen als levensstijl!

 

Nog één keer lopen

  
Overmorgen ga ik nog één keer onorthodox ver lopen en dan start het taperen. Geen idee hoe dit zal voelen maar ik hou enkele loopsters in de gaten die een of twee weken voor mij hun eerste marathon (Parijs of Rotterdam) zullen lopen en nu volop in tapering zitten.

Gisteren liep ik een trage halve marathon op het strand van Oostende naar Middelkerke en terug. Warme westenwind blies frontaal tegen mijn zwoegende lichaam. 

  

Naïef dacht ik geholpen door de wind het tempoverlies op de terugweg in te halen. Niets was minder waar. 

11 km windtegen over de golfbrekers lopen, over de waterplassen springen en door het water en ribbels rennen, hadden me danig vermoeid zodat ik het gemiddeld tempo niet meer echt kon opkrikken. Maar het was genieten van de zon en de zee. En zo heb ik op een week 77 km gelopen voor Kom Op Tegen Kanker.