De keikop

Vanmorgen startte ik om vijf voor acht een loopje want om acht uur hadden Daniel en ik afgesproken, op de plek van deze foto, om rond Brugge te lopen. Brugge is een ei met een extra looplus.

Als ik niet had afgesproken dan was ik zeker niet vertrokken. Ik was moe – surprise – en mijn lijf was gisteren in de late avond deskundig gekraakt door Osteo Tom. Hoe super die man dat steeds doet, toch blijft dat bij mij een paar dagen in het lichaam hangen.

Onmiddellijk waarschuwde ik Daniel dat het geen snelle loop zou worden. Het werd lopen met zuchten en blazen. Ik probeerde me te concentreren op de kano-verhalen en niet toe te geven aan de duivelsverzen in mijn brein die de spot dreven met mijn slepende loopstijl op deze donderdagmorgen.

Na 8,5 ellenlange kilometers kwamen we aan de Coupure waar Daniel moest afslaan en de duiveltjes stelden voor om het resterende stuk te wandelen. Omdat het lopen me zo moeilijk afging, koos ik resoluut een andere optie. Ik zou doorlopen tot ik 10 km had.

Peanuts in andere omstandigheden dus zo bijzonder was dat niet. Maar in deze context van balen borrelde dus weerstand tegen het belemmerende brein op. Ik weigerde me over te geven aan de gemakkelijkste keuze (stoppen) maar bundelde mijn hele wezen tot een innerlijke kracht die korte metten maakte met dat flauwe getrut. Het zouden 10 kilometers worden in 62 minuten. Punt uit.

Knipsel

Sparkles

De voorbije week heb ik drie keer gelopen en één HIIT-training gedaan. Een tijdje terug zou ik balen dat het niet genoeg is om mijn onrustige innerlijke mens te temmen maar nu geniet ik van elke minuut dat ik buiten ben en kan rennen in plaats van moeten, moeten, moeten. Hoe leg je uit dat het mogen gaan lopen in hectische tijden die je met huid en haar opslokken, een zegen is die ervoor zorgt dat je stand houdt in de storm?

Om te beginnen word je tijdens het lopen heerlijk volledig met rust gelaten. Geen e-mails, geen mag-ik-eens-iets-vragen, geen zou-je-hiermee-kunnen-helpen, geen was plooien, niet opruimen, geen puberstreken, geen negatieve berichtgeving.

Ondertussen kom je buiten, liefst in velden en bos, om zuurstof te ademen en een overvloed aan herfstkleuren en -geuren tot je te nemen. En kleine zoogdiertjes voorbij te zien stuiven. Invasief exotisch of niet, ik vind het romantisch, melig als ik ben.

Bovendien verbrand je de nodige calorieën en is een mens niet gemaakt om stil te zitten, iets wat in moderne tijden met schermen alom en virtuele werelden te veel gebeurt. Je neemt plaats voor je al dan niet mobiele monitor en voor je het weet heb je uren gezeten. Zitpijn krijg je er gratis bij. In mijn geval heb ik na tien minuten prijs. Een schouderblessure desnoods als je foutief de muis bedient. Om maar te zwijgen over de ogen.

Als je in aangenaam gezelschap loopt, komt het sociaal beestje ook aan zijn trekken. Dan ben ik in mijn contact met anderen eens niet de docent, de mama of digitale marketing machine van Runcoach.be maar gewoon mijn lopende zelve.

Donderdagmorgen voor het werk liepen we met drie de toer van de Brugse Vesten. Daniel van de kajak-club, Joke en ik. Heel tof want ik luisterde graag naar zijn Stockholm must sees voor Joke en de kano-avonturen van het voorbije weekend in Frankrijk. Dat ze ver moesten rijden om het water te vinden. En de vooruitzichten op het club weekend in de Ardennen en een 150 km lange kanotocht in Zweden die hij deze zomer wil maken. Ofschoon ik niet meekan op de weliswaar prachtige meerdaagse uitstapjes met de club, voel ik mij daar toch erg welkom. Het is een warme, gezellige bende en ik voel mij daar thuis.

Zaterdagmorgen liepen Kristie en ik haar vaste parcours van thuis. Voor mij helemaal nieuw en verrassend mooi. We liepen langs de reusachtige gevangenis naar het zeekanaal in de buurt van Varsenare langs vurige astervelden en dan door de Koude Keuken op een Finse piste. Ik was daar nog nooit geweest en kende die locatie enkel van naam omdat de kinderen er soms gaan sporten met school en ik onlangs een halve belofte maakte om daar eens te gaan badmintonnen. Neen, vergeet niet wat ik beloof maar veel geduld is aan de orde.

Vanmorgen hadden we met een vijftal loopmaatjes een afspraak in het bos. Toen ik om kwart na zeven op mijn telefoon keek, zag ik de eerste annulering, dan algauw de tweede en tegen vertrektijd de derde. Geen idee of dat was omdat het zaterdag te leuk was geweest of omdat het katten en honden regende. Onze zaterdagavond was fantastisch leutig geweest met vrienden en de kinderen op een scoutsfeest en de regen is natuurlijk voor iedereen even koud en nat. Geen probleem natuurlijk, maar wel spijtig want ik keek er naar uit om in het ongeveer zelfde olijke gezelschap van vorige zondag te rennen in de Brugse bossen. Moe en harde regen of niet, niets zou mijn strak plan in de weg staan. Ik haalde met binnenpret – zie foto bovenaan – mijn stalen ros van de koer om naar Tilleghembos te rijden waar Annelies – hopelijk – als enige overblijver zou verschijnen. Want afzeggen is soms toevallig doch tevens besmettelijk.

Ik hulde me in regenbestendige kledij voor de fiets en kwam met kletsnatte voeten aan in een leeg bos met lege parking. Misschien was ik toch de piekenzot van ‘t spel…

Net toen ik in mijn eentje zou aanzetten, reed een lichtgrijze auto de parking op. Annelies en haar echtgenoot Michael stapten uit. Alzo werd het een modderige bosloop met drie. Annelies trok na een zestal kilometer aan het treintje want zij liep iets te snel voor haar man en ik om haar tempo te kunnen aanhouden. Ik denk dat we heel goed zuurstof en herfsttaferelen konden bijtanken. Dat ik de rest van de dag na een warm bad opruimde, de was deed en streek, was helemaal niet erg. Integendeel.

Lopen in goede en kwade dagen


De brug naar het Begijnhof. Dit plaatje werd al door vele kunstenaars vastgelegd op doek of papier. Oneindig veel toeristen schoten hier een foto als bewijs dat ze idyllisch Brugge gezien hebben. Sommigen beweren dat je hier in een sprookje leeft. Deze foto maakte ik dinsdagochtend bij de thuiskomst na een tienkilometerloopje. Als wij buiten komen, is dit ons zicht. Als we voor ons kijken tenminste. Kijken we bijvoorbeeld naar links, dan zien we dit:


Sommigen verwijten je dat je hier in een sprookje leeft. Is het toegelaten om er het beste van te maken? Soms vraag ik mij dat af als ik merk hoe hard en zuur bepaalde mensen anderen decimeren. Maar mijn conclusie is dat het onze plicht is er het beste van te maken. De weg die ik bewandeld heb, is zeker niet de eenvoudigste geweest en sommige beslissingen waren hartverscheurend maar nodig. Om er het beste van te maken. Wie op de loer ligt en een ander een mes in de rug steekt onder het motto ‘ik ben ongelukkig, dus ik maak iedereen ongelukkig’ is bij mij niet meer welkom. De kansen zijn meer dan op voor wie anderen het daglicht in de ogen niet gunt.

Twee jaar nadat ik beginnen lopen was, viel mijn huwelijk uit elkaar. Er was geen oorzakelijk verband, het was niemands schuld en natuurlijk erg jammer voor die vier bloedjes van kinderen tussen vier en acht. Maakt dat van ons slechte ouders? Ik dacht het niet. De details gaan niemand aan, ik mijd drama en – gelukkig -komen we met vier (stief)ouders goed overeen maar dat wil niet zeggen dat ik van ijs ben. In het begin bleef ik lopen want ik zou mijn eerste 20 km van Brussel verwezenlijken. Maar daarna viel het stil.

Ik kon niet meer gaan lopen. Ik was bang. Niet van het donker, niet van wilde honden of eigenaardige figuren. Ik was bang van mezelf. Bang van mijn binnenste, gedachten en gevoelens tegelijk. Want als ik liep, kwamen eerst de gedachten tevoorschijn. Met een gemeen stemmetje. Je bent slecht. Het is jouw schuld. Je bent mislukt. Je deugt voor niets. Je stelt iedereen teleur. 

Aanvankelijk dacht ik slimmer dan het stemmetje te zijn. Ik zou niet luisteren maar het riep hardnekkig tot ik zwichtte. Angst stak de kop op en maakte de benen slap. Ik kon enkel gaan lopen als de kindjes niet bij mij waren en het gemis voelde tijdens het lopen nog ondraaglijker. Lopen associeerde ik met angst en verdriet wat moest worden vermeden. Na een tijdje weigerde ik nog te gaan lopen. Tenzij sporadisch in gezelschap maar dat was toen niet evident want ik had geen loopmaatjes zoals nu. 

Nochtans doet lopen net zo’n deugd voor lijf en leden. Je gaat helderder denken en kan mentaal weer tegen een stootje. Wandelen trouwens ook. Ermee beginnen en er een gewoonte van maken is misschien het moeilijkste. 

Ongeveer twee jaar later begon ik weer regelmatig te lopen. Meestal alleen. De draad terug oppikken vooral omdat ik toch iets aan de conditie wou doen en bepaalde afstanden me prikkelden. Nu was het een rationele aanpak. Een win-win concept. Kinderen niet bij mij?, ik kan maar beter goed voor mezelf zorgen zodat zij bovendien straks een fitte mama hebben. Dus in plaats van te treuren, lopen. 

Van het een kwam het ander en de liefde voor lopen groeide en doet dat nog steeds. Het zal dan ook geen toeval zijn dat Runcoach.be bijna drie jaar geleden in mijn leven kwam. Sindsdien is het lopen niet meer te stoppen. Lopen is een evidentie geworden. Een automatische handeling om energie bij te tanken die logisch is om te doen. 

Dus deze week prees ik mij gelukkig en de koning te rijk dat ik drie keer met zeer fijne mensen mocht lopen. 

  • Dinsdagmorgen 10 km intervallopen met Joke. Gemiddeld 5’30” per kilometer. Brugse Vesten. Allebei beseften we de meerwaarde van dit samen te doen.
  • Woensdagavond 9 km tempo lopen met David. Gemiddeld 5’41” per kilometer. Brugse Vesten.
  • Vrijdagavond 12,5 km boslopen met Kristie, David en Runcoach.be. De mannen veel sneller en wij gemiddeld 6’28” per kilometer.

Dat dit voor mij en vele andere lopers, fietsers, wandelaars, what ever, het goede leven is, zullen sommigen nooit snappen en ik heb daar geen enkel probleem mee. Maar mijn ding blijf ik doen en erover vertellen ook.

Kajak te Brugge

Via dit fotoblogje neem ik jullie mee op een doordeweekse donderdagavond. Dan sluit ik de dag af op het water met een kajaktraining.

Omstreeks 19u30 leg ik een kajak van de Brugse Kajak Klub in het water van het Kanaaleiland. Brugje maken met de peddel om in te stappen, spatzeil bevestigen en off we go!

19198301_10212698975566287_588902811_n

Eerst vaar ik richting Oostkamp onder de fietsbrug waar ik vaak op ga lopen om wat hoogtemeters te scoren. (Het is triestig gesteld in dit vlakke land als je hoogtemeters wil trainen 😉 )
Na een kleine 2 km is de Steenbruggebrug Brugge aan de beurt. (Het naambord maakt mij een beetje duizelig omdat er iets teveel ‘brug’ op staat.)

19244442_10212698975406283_1969815772_n

Zonder bukken peddel ik vlotjes onder de brug door om daarna in een mooier, natuurrijker stuk water te zijn. Het gezelschap van ganzen met kuikens, eenden en meerkoeten stel ik op prijs maar ze vertrouwen het nooit en vluchten rapper weg dan ik dichterbij kan komen.

19206237_10212698975286280_1699857301_n

Als ik de brug van Moerbrugge bereik, heb ik nog geen 5 km op de teller waardoor ik meestal nog een stuk verder ga vooraleer te keren tenzij ik ter plekke beslis om er na het terug varen een stukje Brugse Vesten bij te voegen. Deze keer kajakte ik door tot ik exact 5 km had en draaide toen om.

19244397_10212698975726291_417536558_n

Eenmaal ter hoogte van de club, ging ik verder door het jachthaventje naar het Minnewaterpark. Na de haven moet ik onder de drukke baan kajakken. Dit is geen echte, voor het verkeer zichtbare brug maar het wegdek dat over het water loopt.

Dan kom ik in het voorwater van het mooiste deel van het Minnewaterpark met het beroemde brugje dat effectief de Minnewaterbrug heet en de Poertoren. In de verte zie ik de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

19206384_10212698976166302_1286590023_n

Om onder de Minnewaterbrug te geraken, moest ik de eerste keer goed kijken welk poortje openstond. Ik zie het niet van op een afstand verder dan tien meter maar onder de bogen zijn zwarte gietijzeren poorten. Ondertussen weet ik welke boog ik moet kiezen. En ook dat ik mij helemaal voorover moet bukken want er loopt een stalen lat onder de brug die een lelijke nekslag zou geven bij aanvaring.

En dan kom ik in een feeëriek stukje Brugge. Op het einde van dit water kan ik ons huis zien. Soms ga ik voor de fun eens kijken vanop het water met anderen om te tonen: kijk, daar woon ik. Rechts zie je ons ‘stamcafé’ Kasteel Minnewater waar wij vaak kort een aperitiefje gaan drinken voor het avondeten. Zo fijn om in hartje Brugge te wonen met zoveel groen en geschiedenis!

19239490_10212698976446309_698157285_n

Links is het woonzorgcentrum Minnewater. (Alles heet hier Minnewater.)

19357667_10212698976846319_1203362278_n

En zo geniet ik op een unieke manier van mijn mooie stad bij valavond. Het platteland verlaten en in een herenhuis in de het historisch centrum van Brugge gaan wonen, is één van de betere beslissingen in mijn leven. Wij hebben geen eigen tuin en neen, dat is niet sneu. Onze tuin is het Begijnhof en Minnewaterpark en ik moet nooit het gras afrijden of onkruid trekken. 🙂

Sint-Anna in het ochtendgloren


Voor dag en dauw de voordeur achter je dicht trekken om de dag vroeg te starten met een ochtendloopje, ik raad het iedereen aan. De stad slaapt nog en de straten zijn leeg. Zeker in Brugge is dat sprookjesachtig.

Het was donker en ik beloofde Runcoach.be dat ik niet langs het jaagpad van het kanaal zou lopen noch op de Vesten, dus dook ik de stad Brugge dieper in. 

Plots liep ik in de Ezelstraat en omdat ik niet op drukkere banen wou uitkomen, sloeg ik rechts af in voor mij onbekend gebied. Brugge is zo klein dat je uiteindelijk altijd wel ergens op de Vesten uitkomt. Ik zag een stukje Brugge waar ik niet eerder geweest was. Het bleek Sint-Gillis te zijn. Toen kwam ik uit op de Langerei tegenover het Sint-Leocollege en dat ken ik maar al te goed. Als kind fietste ik zo Brugge binnen om naar school te gaan in de binnenstad.

Vanaf hier kende ik de weg en genoot van het lopen langs de Sint-Annarei en Groenerei. Ondertussen was het licht geworden. Voor ik het wist had ik 6 km door prachtige stukjes Brugge gelopen. Begijnhof, Minnenwaterpark, Sint-Salvator, belfort, Vismarkt, Gruuthuyse, ik zag het allemaal omhuld door het prille herfstlicht.

En dat allemaal voor de werkdag begint.



Fijne city run


Met mijn zestienjarige zoon lopen, geeft me vleugels. We praten en luisteren. Pure quality time. Voorlopig krijg ik hem enkel mee op 5 kilometer loopjes. Hij komt supporteren op mijn marathon. Dat vind ik geweldig.

Zijn eerste kilometers voor Loop Naar De Maan zijn hierbij een feit. Mijn teller staat na 5 dagen op 56 km. Die 1000 km moet lukken. Hopelijk die €1000 sponsoring ook.