Enjoy the silence

Proloog: 36 km lopen 2 weken voor je eerste marathon. Dit is niet gebruikelijk in het kader van een marathon training maar in overleg met mijn coach deed ik dit om de faalangst te counteren. Ik werd van nabij gevolgd en was akkoord de loop af te breken indien hij het nodig achtte. Dit paste in mijn persoonlijke training. Het afgesproken tempo van gemiddeld 9km/u moest gerespecteerd worden.

Om 8u trok ik de voordeur achter me dicht in Brugge voor een lange solo run. De stilte van het Begijnhof en het ochtendgloren van het Minnewaterpark, de statige windmolens op de Vesten, alles was mooier door de lentezon.

De Dampoort over en rennen langs de grens tussen Sint-Kruis en Koolkerke naar Damme. Dicht bij de Damse Vaart lopen. Denken aan mijn tienerjaren en ijsschaatsen van Brugge naar Sluis. En terug. Mijn slapende rechterbeen tussen km 4 en 7 negeren in plaats van erover te doemdenken.

Stad Damme ondertussen achter me gelaten. Aan de Siphon stonden exact een uur en 10 km na vertrek mijn man en 2 dochters te zwaaien. Een hapje en water drinken. Doorlopen naar Hoeke waar ze 5 km verder alweer wat nootjes, banaan en chocolade in mijn handen duwden.

De prachtige natuur van de Oostkustpolders waar ik tot mijn achttiende gewoond heb, voelde vertrouwd aan. Tussen Hoeke en Lapscheure ontmoette ik een nest met een koppel ooievaars. Meer moet dat niet zijn. 

Mentaal is 36 km alleen lopen best een uitdaging dus paste ik een trucje van Runcoach.be toe: aftellen i.p.v. oplopend tellen. Zo kwam ik in Lapscheure na 10 mijlen en telde dat het nog maar 20 km lopen was.


En een kilometer verder was het nog maar 19 km. Mentaal een belangrijk keerpunt want nu geen 20 km meer.

Zo stil dat het was. Wat ganzen, konijntjes en kuifeenden later stak ik bij de noorderburen de houten loopbrug van Sluis over om rond haar vesten te lopen naar mijn derde ravito.


Nog 17 km terug naar Brugge lopen. Ik dronk en propte de dadels, sinaasappel en chips dankbaar in mijn mond en vervolgde mijn tocht. Volgende afspraak was weer aan de Siphon.

Ik kreeg het vrij lastig op km 26 met een dieptepunt op km 27 toen een voorbijrijdende wagen toeterde en ik van het schrikken  struikelde over een stuk opgebroken beton. Ik ging op mijn gezicht vallen maar mijn benen hielden me als bij wonder nog juist recht of eerder krom. Zo ontdaan en tegelijk opgelucht dat ik mijn val ontkomen was, stokte mijn adem. De tranen stroomden over mijn gezicht. Geen prettig zicht voor mijn supporters die 100 m verder aan de Siphon op me stonden te wachten.


Het laatste stuk was het zwaarst. Omdat ik me een mislukte loper voelde met 36 km lopen in 4 uren en de grens voelen. Nochtans was dit het plan maar het kostte me meer moeite dan verwacht. Mijn gedachten waren allesbehalve mild voor mezelf.

Nog 7 km tot het Jan Van Eyckplein waar de eindmeet lag bij een terrasje waar manlief en de kindjes me verwachtten. Na 35,85 km in 3h57 – 9,07 km/u. De geplande afstand en snelheid. Opluchting, emotie en bekomen omringd met veel liefde.

Slapende ledematen

  Tussen twee regenbuien heb ik gisteren – eindelijk – weer kunnen lopen. Eenzaam en in mijn nopjes gestaag de prachtige polders doorkruist. Alle kleuren van de ondergaande zon manifesteerden zich. Ik leek wel uitverkoren.

 Traag maar toch 13 km. Gemiddeld 9,21 km/u. Maakt 1u24. De laatste 5 km liep ik voorzichtig aan 10 per uur maar in het begin dook een euvel op dat twee jaar geleden ook roet in het eten kwam gooien. Dat van de slapende ledematen. 
Na 3 km begon het met de rechtervoet. De tenen lijken plots verdwenen. Dan de voet, de enkel, het onderbeen tot aan de knie. Alles slaapt en het voelt alsof ik een kunstbeen heb. Ik voel geen enkel contact met de grond. 

Deze keer bleef het enkel bij het rechterbeen maar twee jaar geleden liep ik soms 5 km met twee slapende voeten, al dan niet met vingers die zich daarbij lustig aansloten. Op den duur wist ik dat het vanzelf ophield na ongeveer 5 km lopen. Tussen km 3 of 4 tot km 8 of 9 heb ik ettelijke malen met slapende ledematen gelopen. De eerste keer was dat akelig en vreesde ik voor gebroken benen of verzwikte voeten maar daarna was het vooral een rem op een vlot loopje. 

Anyway, tussen twee regenbuien door heb ik gisteren in de vooravond de prachtige polders doorkruist. Alle kleuren van de ondergaande zon heb ik ingeademd. En de stress? Die heb ik uitgeademd. 

26K regen

Zoals eerder beweerd, hou ik van lopen in de regen. Vandaag was niet anders. Op het programma stond een trage lange duurloop van Brugge naar de Siphon in Oostkerke (Damme) via de Vesten langs de Damse Vaart en terug, en dan de rest van de Brugse Vesten om te eindigen bij het vertrekpunt. Onderaan dit blogbericht vind je het kaartje met het gelopen parcours.

Je bent vrij lang geconfronteerd met jezelf als je lang in je eentje loopt. Eerlijk gezegd vind ik dat heerlijk en snak ik naar die momenten alleen in de natuur. Pure me-time.

Ik loop sinds een jaar nooit meer met muziek. Vaak zing ik dan de hele tekst van The Loneliness Of The Long Distance Runner in mijn hoofd. Van de geniale band Iron Maiden, verwijzend naar de gelijknamige film uit 1962. Een lied waarvan ik in mijn tienerjaren nooit had kunnen vermoeden dat het rond mijn veertigste zo zou beginnen koesteren.

The tough of the track with the wind and the rain that’s beating down on back…

 
Regenen deed het dus al toen ik de voordeur achter me dicht trok. Maar echt eenzaam was ik niet. Nog niet aan de laatste windmolen op de Vesten kruisten Hollende Arts Didier en ik elkaar.

– Hey Kat! Waarheen loop je? Naar de Siphon? Ik ga mee.

En hij draaide zich om. Bij hem stonden al 26 kilometers van de geplande 40 op de teller. Als tieners roeiden we in dezelfde roeiclub in Dudzele. De BTR. Een vijftal jaar geleden ontmoetten we elkaar terug in een context van het lopen. Hij is een van de lopers die me deden overwegen om ooit een marathon te lopen. We praatten goed bij tot in Damme. Aan de brug keerde hij terug naar Brugge anders zou hij 50 km lopen als hij bij me bleef.

Hoe fijn het bijpraten ook was, de rust van alleen te lopen in de regen was magisch, ‘mentaal helend’ en versterkend. Runners high deed zijn intrede want ik was goed aan het lopen en ik genoot met volle teugen van de bomen, de polders, de rechte Damse Vaart, de regen en de stilte.

Plots bereikte ik de Siphon. Geen paling in het groen maar een gesloten, leeg restaurant. Als kind kwam ik hier zo vaak met mijn ouders, broer en zus. Mijn jongere broer en ik aten altijd steak au poivre. Als echte grote mensen.

Ik zou vandaag niet meer langs de Damse Vaart terugkeren, bedacht ik. Ik loop lekker een stukje langs de Stinker en de Blinker om dan tussen Damme en Oostkerke uit te komen op een polderpad naar Koolkerke. Dit is mijn heimat ondanks mijn leven in Antwerpen tot 2006. Het is nu pas dat ik hier kom lopen. Deze paden uit mijn kindertijd ken ik op mijn duimpje.

Alzo liep ik door Oostkerke en passeerde aan de grens met Koolkerke mijn ouderlijk huis in de gietende regen. Gelukkig was niemand thuis anders moest ik de verleiding om op te houden – het regent en ik ben kletsnat – weerstaan.

In Koolkerke-dorp na 17 km, stopte ik 3 minuten voor een power bar en wat water wegens knorrende maag. Daar sloeg ik rechts af richting Kruisabeele om zo via Sint-Jozef naar Brugge te lopen. Dat stoppen was echt dom want ik had het koud gekregen en het duurde tot kilometer 20 voor het gevoel dat mijn vingers gingen afvriezen weer weg was.

Toen ik aan de brandweer kwam, zat ik terug op het parcours van de Vesten. Nog steeds regen maar nog steeds runners high. En alzo liep ik 26K. De afstand die Didier achter de rug had toen we kruisten. Voor mij een record afstand voor het lopen. (Trail afstanden meet ik in Runkeeper als ‘stappen’ wegens de lagere snelheid eigen aan het trailen).

26 km in 2:43 met pauzes inbegrepen, 9,6 km/u. Ruim 1.800 kcal verbrand. Ik zal niet meer klagen.

 


Honden en andere gevaren langs het jaagpad

 Tijdens de balletles van mijn tweeling ben ik gaan lopen langs het kanaal Brugge-Oostende. Had ik me even mispakt. Ondanks het verbodsteken voor verkeer werd ik langs het jaagpad door wel 30 voorbij vlammende (vrachtwagens) verrast. Geen fietspad. Geen voetpad. Dit was onveilig.

Pas na enkele kilometers hield dit op en kon ik deze foto maken. Ik besliste door te lopen tot de brug van Nieuwege om aan de andere kant van het zeekanaal te terug te lopen. Daar was geen verkeer.
Het gemotoriseerd verkeer was geweken maar even voor de brug spotte ik in de verte het silhouet van een Dobberman zonder leiband. Angstzweet brak uit. Hopen op het beste. Niet vrezen dat het beest op mij zou springen, laat staan bijten. Toen zag ik het baasje. “Hallo, hey Jim!”, riep ik. Het was een ex-student Sportmanagement van me die nu het biercafé Bistro Nieuwege uitbaat. Mijn angst voor de hond was snel weg.

Ongeveer 45 minuten rustig lopen, had mijn coach gezegd. Klein probleem: niet overal zijn bruggen om terug aan de goede kant van het kanaal te geraken. Ik had 10 km gelopen in 56 minuten maar ik schatte dat er nog 2,5 km afstand naar de balletschool te overbruggen was. Het was te koud om te wandelen. De beste oplossing leek een traag loopje als afsluiter. Wat ik dan maar deed.