Oudlandpolder eerste poging

Het plan was om deze namiddag solo de Oudlandpolder route te mountainbiken met een extra lus langs een bevriende boerin in Vlissegem. Dat zou met de rit naar de route en terug een slordige 70 km offline benenwerk opbrengen als er geen drachtige koe roet in het eten had gegooid. Trainingsdruk was er niet waardoor de speciale doch kortere rit alsnog een uiterst positieve CX oftewel customer experience leverde.

Ik fietste eerst vanuit hartje Brugge naar een zijstraat in Sint-Pieters langs het zeekanaal om in te pikken op de Oudlandpolder route die daar passeert. Meetkerke en Houtave en dan een afwijking van het parcours naar Vlissegem.

De stop bij Inge verliep helemaal anders dan verwacht. Onvoorziene koeienweeën in plaats van een koffie aan de keuken- of salontafel en weet je, dat eerste boeide mij meer. Praten tijdens het werken gaat ook. We zijn toch geen zitters.

Mountainbikeschoenen uit en rubberen klompen aan. Hup naar de stallen om te helpen emmers vullen met melk voor de kalveren. Met twee gaat dat sneller. Na de melk leidden we de koe naar de verlossingskamer. Het betrof een reusachtige dikbil. Wassen en buik scheren zodat de veearts bij aankomst de keizersnede kon uitvoeren. Ik hield het schaaltje met scalpels en scharen vast en stond alzo met mijn neus op 20 cm van de feiten te kijken. Inge had de kruiwagen voor het kalfje klaar gezet. Terwijl we de boorling in zijn bedje met stro legden was de veearts al aan het naaien. Wat een routine. Het leek wel een blitsbezoek.

Inge ruimde placenta en bloed weg terwijl ik kruiwagens veevoeder haalde, bakken vulde en voor de kalveren zette. Voor haar dagelijkse kost, voor mij bijzonder om onverwacht mee te doen. Het bezoek duurde daardoor langer dan in de agenda geprogrammeerd en voor die koffie kom ik zeker eens terug. Dat ik vandaag niet meer in Blankenberge en De Haan geraakte, was niet erg. Dit was minstens even actief en veel unieker voor mij. (Inge assisteert zo’n 130 geboortes per jaar.)

Ik fietste terug met een lusje langs Stalhille om zo weer in Houtave uit te komen en nog wat in de vooravond van de oktoberzon van de polders te genieten. Goed voor 39 km Indian Summer.

Laatste LSD voor IFF-Marathon


Vanavond was hij daar: het grote keerpunt. Over twee weken is het terug marathon-dag, de In Flanders Field Marathon van Nieuwpoort naar Ieper langs de IJzer en de Ieperlee dus na deze laatste grote training zal het vanaf morgen inhouden geblazen zijn. Gedaan met korte nachten, geen alcohol meer drinken en enkel nog korte loopjes. Volgende week komt dan een week tapering. 


Mijn LSD oftewel Long Slow Distance was geweldig leuk. Ik liep volledig in de flow aan een gemiddelde van 6:24 per kilometer met als snelste kilometer de 22ste die ik liep in 4 minuten 17 seconden. Goed voor het zelfvertrouwen dat ik na een halve marathon nog een sprintje aankon en binnen mijn comfort zone de volle 26 kilometers afwerkte.

Extra fijn was dat Runcoach.be de hele tijd meefietste. Dat kon omdat ik volledige parcours op tarmac liep. De marathon is deze keer op de weg dus ik wou niet offroad trainen voor mijn laatste lange duurloop.

Ik heb helemaal de grote Vesten rond Brugge gelopen en langs de Damse Vaart naar Oostkerke en terug. Omdat ik de voorbije dagen zo moe was, sliep ik vanmorgen uit tot 8u in plaats van om 7u te vertrekken voor mijn LSD. Door de warmte van de voorbije dagen wou ik ofwel vroeg starten ofwel liever wachten tot de avond. 

Het avondlicht was magisch. Ik was compleet in mijn nopjes en liep op runner’s high.

Groot hoefblad

Als ik vanuit Brugge een 10 mijlenloopje wil doen, is naar Damme lopen en terug een evidente keuze. Zondagmorgen had ik weer dit genoegen.

Na 3 km lopen, kom ik aan de Dampoort waar de Damse Vaart begint. Je kan links of rechts van het kanaal lopen. Ik verkies om rechts van het kanaal te lopen richting Damme. Dat is op een smal, betonnen fietspad. Aanvankelijk lijkt dat een stomme keuze maar na een tijdje loop je kilometers aan een stuk tussen groot hoefblad. In de zomer althans. Het landschap is feeëriek en spreekt tot de verbeelding. 

Na 8 km bereik je stad Damme om over de brug de tweede helft te vervolmaken. Tijd voor een slok water.

Deze plaatsen halen mooie herinneringen uit m’n kindertijd naar boven. Zorgeloze wandelingen met mijn ouders, broer en zus alsof het avonturentochten waren. Dat ik hier nu vaak kom lopen, vervult mijn hart met vreugde.

Nog meer vreugde wanneer de witte windmolen met rode zeilen aan de wieken voorbijgelopen is en het parcours overgaat in de grasdijk. Tussen twee bomenrijen.

Zo zie je maar. Een zondagmorgen in de polders lopen. Mooie variant van pluk-de-dag.

De boot achterna

Wegens een weekend uitstap met het gezin zijn zowel mijn vrijdagse als mijn zondagse looptraining in het water gevallen. Nochtans waren ze op locatie ingepland maar de moederlijke plicht zat er tussen.

Dan maar een tien mijlen op maandag lopen ter compensatie van de gemiste 23 km. Ware het niet dat maandag vastendag is. Eigenlijk hoeft dat niet eens een probleem te zijn en sla je er een voordeel uit: eerst nuchter lopen en bij aankomst is de dag al gevorderd, heb je de eerste uren later geen honger en dan is de dag half gepasseerd voor je de eerste calorieën inneemt. Zo zou het geschieden.

Ik liep langs de Vesten richting Dampoort om daar af te slaan naar Damme. Het nieuwe drinkwaterkraantje dat Stad Brugge op de Kruisvest installeerde voor voorbijgangers heb ik gemist maar de volgende keer vind ik het zeker.

Op de Damse Vaart zag ik in de verte de toeristenboot Lamme Goedzak. Die wou ik absoluut voorbij steken zodat er een spelelement in deze toch wel mentaal moeilijke training zat. Het werd een kat-en-muisspel dat ik op voorhand wist te zullen winnen.

Ik had mijn TomTom-horloge niet eens uit mijn schuif gehaald en was vertrokken met enkel mijn flipbelt met water, mijn smartphone en het voornemen mijn hoofd leeg te maken.

Er was veel wind en af en toe brak een grote tak af. De grootste takken die over de asfaltweg lagen, sleepte ik in het gras. Kwestie van ‘een goede daad kan nooit kwaad’ en de vele fietsers niet te laten vallen.

Content van eindelijk weer te hebben gelopen in een niet eens slechte tijd voor een nuchtere maag op maandagmorgen.

Eerste keer 20 km lopen

Vanmorgen had ik de eer om Yehudi te vergezellen die zijn allereerste 20 km ooit zou lopen. Als parcours koos ik Brugge-Damme Siphon-Koolkerke-Brugge.

En hij deed dat geweldig goed! De laatste 2 kilometer versnelde hij zelfs nog onder het mom van ‘bijna daar’. Alzo had ook ik een prima training. Iedereen blij. Fijne zondag!


Polderloop met coach

Donderdag had ik ook een loopje maar ik blog niet meer per looptraining. Nochtans is het altijd anders. Deze keer was dat midden op de dag 45 minuten in de regen lopen samen met Joffrey aka Speedy Gonzales Zoeffrie die gisteren zijn persoonlijk record op de 5 km verbeterde naar 18’45”. Dat is dus 3’42” per kilometer oftewel 16,2 km per uur.

Ik bewonder dat enorm en vind het nog steeds tegelijk grappig en een eer dat zo’n snelle loper zijn tempo laat zakken om met mij te trainen aan 10 km/u op de Brugse Vesten. De rare pieken in de grafiek zijn de wachttijden aan verkeerslichten. Onvermijdelijk euvel bij stadslopen.

Verkeerslichten kwam ik vandaag niet tegen tijdens mijn polderloop met Runcoach.be. Regen ook niet. De zon scheen eindelijk nog eens en het kon mij niet schelen dat het daardoor erg warm was om te lopen. De zeewind koelde mijn lichaam af en mijn hoofd en hart werden leeggemaakt.

Het was niet eens een mentale hindernis om twee keer op rij met een goede, snelle loper te trainen. Integendeel was ik blij samen met mijn man te kunnen sporten in plaats van futloos als een geslagen hond thuis voor me uit te zitten staren. Broodnodige quality-time onder de zeespiegel met een minimum aan hoogtemeters.


We liepen langs de Paddegat-route door Oudenburg voorbij Plassendale, Bredene Blauwe Sluis, Klemskerke en weer in Oudenburg.

Helaas lopen alle onverharde paadjes dood in de velden. Nefast om een mooie tijd te lopen maar het leidt wel tot grappige situaties zoals plotseling op een dampend bemest veld uitkomen en uit noodzaak rechtsomkeer maken.
Het zijn moeilijke tijden op het werk. Kort samengevat is het momenteel erg moeilijk om vreugde te vinden in wat dan ook. Het lopen stel ik in vraag. Ik ben al altijd een trage loper geweest zonder groeimarge maar dat deerde me tot nog toe niet omdat ik alle stress en drukte van het werk dankzij het lopen kon loslaten om er daarna weer een lap op te kunnen geven.

Ik ben echt niet bang om hard te werken en draai al jaren goed mee in het hoger onderwijs. Elk jaar werk ik meer en harder dan het vorige jaar. Zonder overdrijven. Het is echt waar. Dit academiejaar haalde ik het onderste uit de kan. Het water stond me aan de lippen. Volgend jaar komt er nog een zware schep bovenop. Ik ben deze week enorm geschrokken van de onmogelijke opdracht die me volgend academiejaar te wachten staat. Dat gaat niet meer. Ik verdrink en zie geen land in zicht. Verschillende, passioneel hard werkende collega’s zitten in zak en as. Hetzelfde schuitje. Mij ga je niet horen zeggen wie of welke sector het hardst getroffen wordt door de besparingen maar ik weet dat ik persoonlijk zo niet verder kan. Nog meer gaat niet. Het werk zal aan een minderwaardige kwaliteit of zelfs niet geleverd worden. Laat dat nu voor mij onaanvaardbaar zijn. Ik deed mijn werk steeds graag en wil het goed doen. Slecht werken, kan ik niet maken!

Met vier opgroeiende kinderen heb ik geen andere keuze dan dankbaar zijn dat ik een goed, vast inkomen heb. Toch had ik nooit gedacht dat sinds het begin van m’n carrière het werk elk jaar zwaarder zou worden, ik elk jaar minder tijd zou hebben voor mijn kinderen en dat er een punt zou komen dat ik de handdoek in de ring zou moeten gooien uit onmacht van niet langer nog meer te kunnen geven.

Hoe dit zal aflopen, zal de tijd uitwijzen. Ik geloof niet in mirakels of oplossingen die niet uit jezelf komen. Ik zal dit zelf moeten oplossen en dat ga ik zodra de moed wat terug komt, doen.

Vuur aan de schenen 

Zondagavond begon het te regenen net op het moment dat ik tijd had voor mijn eerste marathon looptraining. Het werden bijgevolg 15 natte kilometers langs het kanaal richting Gent. Hierbij testte ik voor de eerste keer met mijn TomTom sporthorloge de optie ‘Doelen’ uit. Ik stelde de afstand op 15 km en mijn schermpje toonde procentueel hoeveel ik telkens gevorderd was. Zo duurde het tot 20% van de doelafstand tot ik pijnloos kon lopen. Die eerste drie kilometer leek het immers of beide scheenbenen in brand stonden. De oorzaak zal de trail van vorige week geweest zijn gevolgd door het drie dagen later 75 kilometer fietsen. Zoals ik had gehoopt was dit na 3 km verdwenen. Loopervaring heeft als voordeel dat er geruststellende voorspelbaarheid ontstaat.

Stiekem genoot ik van de regen en het daarbij horende dreigende licht. Ik luisterde hoe de regendruppels het wateroppervlak van het kanaal, het asfalt van het jaagpad en de bladeren van de bomen raakten. Dikke druppels vielen op mijn kap en kriebelden langs mijn gezicht. Ik rook mijn natte haren en het vocht dat overal in de omgeving aanwezig was. Al gauw bereikte ik Oostkamp en liep voorbij Moerbrugge tot mijn horloge aangaf dat ik 50% gevorderd was.

Rechtsomkeer naar Brugge. De gemiddelde snelheid van 9 km/u viel me wat tegen maar na een hele dag non-stop huishoudelijk werk vond ik het niet erg. Bovendien was het de eerste keer dat ik liep op een ademhalingsritme van 3 stappen in- en 2 stappen uitademen. Tot dan was ik de 4:3 ademhaling gewoon. Het duizelde even en werkte wat op mijn zenuwen om die 3:2 tot stand te brengen.

Vanmorgen ging het al heel wat beter. Er stond een loopje van 60 minuten op het programma. Die deed ik voor het werk aan hetzelfde kanaal maar met startplaats Stalhille en richting Oostende.

Het leek alsof er een duistere schaduw over de polders was gevallen maar vandaag viel geen enkele druppel uit de lucht. Dat het genieten was om vogels te zien en te horen. Wilde bloemen en ontluikende vlierbloesems hielden stand in dit barre weer en overal was het fris groen.

Na dit stukje mijmeren komen de feiten eraan. Mijn landkaartje en statistiekjes van vandaag:

stalhille10K

stats3105

 

Enjoy the silence

Proloog: 36 km lopen 2 weken voor je eerste marathon. Dit is niet gebruikelijk in het kader van een marathon training maar in overleg met mijn coach deed ik dit om de faalangst te counteren. Ik werd van nabij gevolgd en was akkoord de loop af te breken indien hij het nodig achtte. Dit paste in mijn persoonlijke training. Het afgesproken tempo van gemiddeld 9km/u moest gerespecteerd worden.

Om 8u trok ik de voordeur achter me dicht in Brugge voor een lange solo run. De stilte van het Begijnhof en het ochtendgloren van het Minnewaterpark, de statige windmolens op de Vesten, alles was mooier door de lentezon.

De Dampoort over en rennen langs de grens tussen Sint-Kruis en Koolkerke naar Damme. Dicht bij de Damse Vaart lopen. Denken aan mijn tienerjaren en ijsschaatsen van Brugge naar Sluis. En terug. Mijn slapende rechterbeen tussen km 4 en 7 negeren in plaats van erover te doemdenken.

Stad Damme ondertussen achter me gelaten. Aan de Siphon stonden exact een uur en 10 km na vertrek mijn man en 2 dochters te zwaaien. Een hapje en water drinken. Doorlopen naar Hoeke waar ze 5 km verder alweer wat nootjes, banaan en chocolade in mijn handen duwden.

De prachtige natuur van de Oostkustpolders waar ik tot mijn achttiende gewoond heb, voelde vertrouwd aan. Tussen Hoeke en Lapscheure ontmoette ik een nest met een koppel ooievaars. Meer moet dat niet zijn. 

Mentaal is 36 km alleen lopen best een uitdaging dus paste ik een trucje van Runcoach.be toe: aftellen i.p.v. oplopend tellen. Zo kwam ik in Lapscheure na 10 mijlen en telde dat het nog maar 20 km lopen was.


En een kilometer verder was het nog maar 19 km. Mentaal een belangrijk keerpunt want nu geen 20 km meer.

Zo stil dat het was. Wat ganzen, konijntjes en kuifeenden later stak ik bij de noorderburen de houten loopbrug van Sluis over om rond haar vesten te lopen naar mijn derde ravito.


Nog 17 km terug naar Brugge lopen. Ik dronk en propte de dadels, sinaasappel en chips dankbaar in mijn mond en vervolgde mijn tocht. Volgende afspraak was weer aan de Siphon.

Ik kreeg het vrij lastig op km 26 met een dieptepunt op km 27 toen een voorbijrijdende wagen toeterde en ik van het schrikken  struikelde over een stuk opgebroken beton. Ik ging op mijn gezicht vallen maar mijn benen hielden me als bij wonder nog juist recht of eerder krom. Zo ontdaan en tegelijk opgelucht dat ik mijn val ontkomen was, stokte mijn adem. De tranen stroomden over mijn gezicht. Geen prettig zicht voor mijn supporters die 100 m verder aan de Siphon op me stonden te wachten.


Het laatste stuk was het zwaarst. Omdat ik me een mislukte loper voelde met 36 km lopen in 4 uren en de grens voelen. Nochtans was dit het plan maar het kostte me meer moeite dan verwacht. Mijn gedachten waren allesbehalve mild voor mezelf.

Nog 7 km tot het Jan Van Eyckplein waar de eindmeet lag bij een terrasje waar manlief en de kindjes me verwachtten. Na 35,85 km in 3h57 – 9,07 km/u. De geplande afstand en snelheid. Opluchting, emotie en bekomen omringd met veel liefde.

Slapende ledematen

  Tussen twee regenbuien heb ik gisteren – eindelijk – weer kunnen lopen. Eenzaam en in mijn nopjes gestaag de prachtige polders doorkruist. Alle kleuren van de ondergaande zon manifesteerden zich. Ik leek wel uitverkoren.

 Traag maar toch 13 km. Gemiddeld 9,21 km/u. Maakt 1u24. De laatste 5 km liep ik voorzichtig aan 10 per uur maar in het begin dook een euvel op dat twee jaar geleden ook roet in het eten kwam gooien. Dat van de slapende ledematen. 
Na 3 km begon het met de rechtervoet. De tenen lijken plots verdwenen. Dan de voet, de enkel, het onderbeen tot aan de knie. Alles slaapt en het voelt alsof ik een kunstbeen heb. Ik voel geen enkel contact met de grond. 

Deze keer bleef het enkel bij het rechterbeen maar twee jaar geleden liep ik soms 5 km met twee slapende voeten, al dan niet met vingers die zich daarbij lustig aansloten. Op den duur wist ik dat het vanzelf ophield na ongeveer 5 km lopen. Tussen km 3 of 4 tot km 8 of 9 heb ik ettelijke malen met slapende ledematen gelopen. De eerste keer was dat akelig en vreesde ik voor gebroken benen of verzwikte voeten maar daarna was het vooral een rem op een vlot loopje. 

Anyway, tussen twee regenbuien door heb ik gisteren in de vooravond de prachtige polders doorkruist. Alle kleuren van de ondergaande zon heb ik ingeademd. En de stress? Die heb ik uitgeademd. 

26K regen

Zoals eerder beweerd, hou ik van lopen in de regen. Vandaag was niet anders. Op het programma stond een trage lange duurloop van Brugge naar de Siphon in Oostkerke (Damme) via de Vesten langs de Damse Vaart en terug, en dan de rest van de Brugse Vesten om te eindigen bij het vertrekpunt. Onderaan dit blogbericht vind je het kaartje met het gelopen parcours.

Je bent vrij lang geconfronteerd met jezelf als je lang in je eentje loopt. Eerlijk gezegd vind ik dat heerlijk en snak ik naar die momenten alleen in de natuur. Pure me-time.

Ik loop sinds een jaar nooit meer met muziek. Vaak zing ik dan de hele tekst van The Loneliness Of The Long Distance Runner in mijn hoofd. Van de geniale band Iron Maiden, verwijzend naar de gelijknamige film uit 1962. Een lied waarvan ik in mijn tienerjaren nooit had kunnen vermoeden dat het rond mijn veertigste zo zou beginnen koesteren.

The tough of the track with the wind and the rain that’s beating down on back…

 
Regenen deed het dus al toen ik de voordeur achter me dicht trok. Maar echt eenzaam was ik niet. Nog niet aan de laatste windmolen op de Vesten kruisten Hollende Arts Didier en ik elkaar.

– Hey Kat! Waarheen loop je? Naar de Siphon? Ik ga mee.

En hij draaide zich om. Bij hem stonden al 26 kilometers van de geplande 40 op de teller. Als tieners roeiden we in dezelfde roeiclub in Dudzele. De BTR. Een vijftal jaar geleden ontmoetten we elkaar terug in een context van het lopen. Hij is een van de lopers die me deden overwegen om ooit een marathon te lopen. We praatten goed bij tot in Damme. Aan de brug keerde hij terug naar Brugge anders zou hij 50 km lopen als hij bij me bleef.

Hoe fijn het bijpraten ook was, de rust van alleen te lopen in de regen was magisch, ‘mentaal helend’ en versterkend. Runners high deed zijn intrede want ik was goed aan het lopen en ik genoot met volle teugen van de bomen, de polders, de rechte Damse Vaart, de regen en de stilte.

Plots bereikte ik de Siphon. Geen paling in het groen maar een gesloten, leeg restaurant. Als kind kwam ik hier zo vaak met mijn ouders, broer en zus. Mijn jongere broer en ik aten altijd steak au poivre. Als echte grote mensen.

Ik zou vandaag niet meer langs de Damse Vaart terugkeren, bedacht ik. Ik loop lekker een stukje langs de Stinker en de Blinker om dan tussen Damme en Oostkerke uit te komen op een polderpad naar Koolkerke. Dit is mijn heimat ondanks mijn leven in Antwerpen tot 2006. Het is nu pas dat ik hier kom lopen. Deze paden uit mijn kindertijd ken ik op mijn duimpje.

Alzo liep ik door Oostkerke en passeerde aan de grens met Koolkerke mijn ouderlijk huis in de gietende regen. Gelukkig was niemand thuis anders moest ik de verleiding om op te houden – het regent en ik ben kletsnat – weerstaan.

In Koolkerke-dorp na 17 km, stopte ik 3 minuten voor een power bar en wat water wegens knorrende maag. Daar sloeg ik rechts af richting Kruisabeele om zo via Sint-Jozef naar Brugge te lopen. Dat stoppen was echt dom want ik had het koud gekregen en het duurde tot kilometer 20 voor het gevoel dat mijn vingers gingen afvriezen weer weg was.

Toen ik aan de brandweer kwam, zat ik terug op het parcours van de Vesten. Nog steeds regen maar nog steeds runners high. En alzo liep ik 26K. De afstand die Didier achter de rug had toen we kruisten. Voor mij een record afstand voor het lopen. (Trail afstanden meet ik in Runkeeper als ‘stappen’ wegens de lagere snelheid eigen aan het trailen).

26 km in 2:43 met pauzes inbegrepen, 9,6 km/u. Ruim 1.800 kcal verbrand. Ik zal niet meer klagen.