Plogging

Als iedereen voor zijn huis veegt, is de hele straat netjes. Of zoiets. Vanmorgen had ik een uurtje tijd voor een loopje. Omdat er tegenwoordig veel te doen is rond plastic aanvallen, wou ik eens hip doen en van plogging doen. De term komt overgewaaid uit Zweden. Tijdens het lopen, raap je afval op dat je meeneemt in een vuilniszak of in een openbare vuilnisbak deponeert.

Nieuw is dat niet, ik ruim wel vaker zwerfafval op maar meestal niet tijdens het lopen. De volgende keer zal ik loophandschoentjes aantrekken want het gaat tenslotte vooral over vuiligheid in de straatgoot.

Het eerste verdwaalde boodschappentasje vond ik in mijn straat. Hup, de vuilbak in. Er volgden nog veel verpakkingen. Plastic netzakjes voor citrusvruchten, frisdrankflessen, frietbakjes en servetten. Plogging is goed voor de omgeving en je billen want je scoort een behoorlijk aantal squats zelfs in een propere stad als Brugge.

Op de Vesten vond ik niets en deed ik wat heuveltraining bij de molens. Over een kleine vier weken ga ik immers met een collega gaan trail lopen in Kluisbergen. Ik moet toch een beetje in form zijn of ik geraak niet op een deftige manier op de heuveltoppen van de Vlaamse Ardennen.

Loslaten en gewoon gaan!

Gisteren ben ik sinds lang terug gaan lopen. De goesting na de looptocht vorige week van Vlissingen naar Veere naar Middelburg was een beetje zoek. Ik denk dat ik mij een looptoerist voelde. Grapje. De combinatie zeil+loopvakantie was intenser dan ik gedacht had.

Blijgezind vertrok ik gisterenochtend voor een loopje van 10 km rond Brugge waarbij ik elke lus, elke heuvel (molens!) en elk stuk onverhard terrein meepikte. Zo weinig mogelijk vlak of op asfalt/kasseien lopen. Gras en aarde. Kiezel en grind.

Ik was ook blij omdat mijn oudste zondagavond terug komt na weken in Engeland. Alleen. Op kot. Zestien en heel alleen gaan studeren en plezier maken in Cambridge. Tegelijk trots op hem dat hij dat kan en bang dat hij je plots niet meer nodig heeft en misschien liever nooit meer terugkomt. Tot er spontaan een berichtje kwam dat hij blij was mij zondag terug te zien.

Woelige wateren

Exact een week en een sloot woelig water verder. Hard gewerkt, gezwommen om niet te verdrinken en veel in twijfel getrokken. Alles. Behalve mijn gezin. Zij waren mijn strohalm. Mijn rots in de branding. Tel daar een behoorlijk aantal steunende collega’s bij en je komt tot de slotsom dat mensen wonderen kunnen doen.

Dagelijks tonen de media ons hoe mensen elkaar kapot maken en de conclusie dat alles zinloos is, loert om de hoek. Je zou bijna vergeten wat de kracht is van een helpende hand, een troostende knuffel, een opbeurend berichtje en de vraag: Kan ik iets doen om je te helpen?

Lopen wou ik ook al niet. De training van dinsdag ging niet door wegens doorwerken tot 22u op de campus en dan leeg. Chique-plat. Woensdag was ik doodmoe door een quasi slapeloze nacht maar mijn zestienjarige zoon zette het samen met mij op een lopen. 10 km Fartlek. Spelen met de heuveltjes van de Brugse windmolens. Ik had mezelf ertoe verplicht omdat ik ergens diep van binnen wist dat lopen helpt wanneer het niet meer gaat. Je ertoe aanzetten is het moeilijkst. Dankzij Arno deed ik het. Na de training zag ik eindelijk weer een sprankel hoop.

Donderdag werkte ik tijdens de lunchpauze netjes mijn crosstraining af op automatische piloot. Vrijdag in de vroege ochtend liep ik 45 minuten voor het werk en beloonde mezelf daarna met een mooi, gezond ontbijt met rood fruit, granen en zaden. Ik dronk kokoswater met spuitwater. Half om half want puur kokoswater lust ik niet. Vol moed vertrok ik naar het werk.

Vanmorgen maakten manlief en ik een gaatje in onze agenda’s om samen een uur te gaan lopen. Het samen lopen deed enorm veel deugd en het resultaat van 11,2 km was voor mij een geweldige boost.


Alles komt goed.

Polderloop met coach

Donderdag had ik ook een loopje maar ik blog niet meer per looptraining. Nochtans is het altijd anders. Deze keer was dat midden op de dag 45 minuten in de regen lopen samen met Joffrey aka Speedy Gonzales Zoeffrie die gisteren zijn persoonlijk record op de 5 km verbeterde naar 18’45”. Dat is dus 3’42” per kilometer oftewel 16,2 km per uur.

Ik bewonder dat enorm en vind het nog steeds tegelijk grappig en een eer dat zo’n snelle loper zijn tempo laat zakken om met mij te trainen aan 10 km/u op de Brugse Vesten. De rare pieken in de grafiek zijn de wachttijden aan verkeerslichten. Onvermijdelijk euvel bij stadslopen.

Verkeerslichten kwam ik vandaag niet tegen tijdens mijn polderloop met Runcoach.be. Regen ook niet. De zon scheen eindelijk nog eens en het kon mij niet schelen dat het daardoor erg warm was om te lopen. De zeewind koelde mijn lichaam af en mijn hoofd en hart werden leeggemaakt.

Het was niet eens een mentale hindernis om twee keer op rij met een goede, snelle loper te trainen. Integendeel was ik blij samen met mijn man te kunnen sporten in plaats van futloos als een geslagen hond thuis voor me uit te zitten staren. Broodnodige quality-time onder de zeespiegel met een minimum aan hoogtemeters.


We liepen langs de Paddegat-route door Oudenburg voorbij Plassendale, Bredene Blauwe Sluis, Klemskerke en weer in Oudenburg.

Helaas lopen alle onverharde paadjes dood in de velden. Nefast om een mooie tijd te lopen maar het leidt wel tot grappige situaties zoals plotseling op een dampend bemest veld uitkomen en uit noodzaak rechtsomkeer maken.
Het zijn moeilijke tijden op het werk. Kort samengevat is het momenteel erg moeilijk om vreugde te vinden in wat dan ook. Het lopen stel ik in vraag. Ik ben al altijd een trage loper geweest zonder groeimarge maar dat deerde me tot nog toe niet omdat ik alle stress en drukte van het werk dankzij het lopen kon loslaten om er daarna weer een lap op te kunnen geven.

Ik ben echt niet bang om hard te werken en draai al jaren goed mee in het hoger onderwijs. Elk jaar werk ik meer en harder dan het vorige jaar. Zonder overdrijven. Het is echt waar. Dit academiejaar haalde ik het onderste uit de kan. Het water stond me aan de lippen. Volgend jaar komt er nog een zware schep bovenop. Ik ben deze week enorm geschrokken van de onmogelijke opdracht die me volgend academiejaar te wachten staat. Dat gaat niet meer. Ik verdrink en zie geen land in zicht. Verschillende, passioneel hard werkende collega’s zitten in zak en as. Hetzelfde schuitje. Mij ga je niet horen zeggen wie of welke sector het hardst getroffen wordt door de besparingen maar ik weet dat ik persoonlijk zo niet verder kan. Nog meer gaat niet. Het werk zal aan een minderwaardige kwaliteit of zelfs niet geleverd worden. Laat dat nu voor mij onaanvaardbaar zijn. Ik deed mijn werk steeds graag en wil het goed doen. Slecht werken, kan ik niet maken!

Met vier opgroeiende kinderen heb ik geen andere keuze dan dankbaar zijn dat ik een goed, vast inkomen heb. Toch had ik nooit gedacht dat sinds het begin van m’n carrière het werk elk jaar zwaarder zou worden, ik elk jaar minder tijd zou hebben voor mijn kinderen en dat er een punt zou komen dat ik de handdoek in de ring zou moeten gooien uit onmacht van niet langer nog meer te kunnen geven.

Hoe dit zal aflopen, zal de tijd uitwijzen. Ik geloof niet in mirakels of oplossingen die niet uit jezelf komen. Ik zal dit zelf moeten oplossen en dat ga ik zodra de moed wat terug komt, doen.

Op een mooie pinksterdag

  
Dankzij het verlengde weekend en doorwerken tot 19u op vrijdag, heb ik de luxe van een beetje te kunnen uitslapen en drie dagen niet met het werk bezig te zijn. Drie dagen tijd om met het gezin bezig te zijn, te wassen, strijken, koken en kuisen én in een onbewaakt moment te gaan lopen. Wat heeft een mens nog meer nodig om gelukkig te zijn? Maak het leven niet ingewikkelder dan nodig. Enjoy the simple stuff.

Deze week was ik erg moe. Woensdag viel ik net niet in slaap in het zwembad tijdens mijn 40 lengtes crawl. 40 minuten had ik nodig terwijl ik het anders in een half uurtje klaar. Donderdag op de middag wou ik stiekem 45 minuten slapen tijdens mijn crosstraining maar dat was natuurlijk niet aan de orde bij Ilse. Haar positieve energie maakte veel goed en ik keerde fris en monter terug naar het werk. Misschien zat de vermoeidheid tussen m’n oren. Of pepten mijn resultaten me op. Meten is weten. Lichaamsvet bedraagt 24% en spiermassa 34%. Not to bad voor een 43-jarige mother of four, me dunkt. 

Vanmorgen liep ik een tientje met 50 positieve hoogtemeters. Meer krijg je er moeilijk in als je in Brugge-city loopt. Windmolens staan gelukkig op heuvels die je een paar keer kan oprennen. 

  

Het zal volgende week serieus pittig worden in Luxemburg op de Trail des Trappistes met 920 positieve hoogtemeters op een parcours van 40 km maar hey, het was het idee dat telde. Helaas loopt het in Brugge nogal plat. Zoals op een mooie pinksterdag in het park: 

  
Gemiddeld liep ik 6’16” per kilometer maar ik ben best trots op mijn grafiekje door de versnellingen op het einde en mijn eigen beslissing om mijn comfortzone te verlaten. Dat laatste is een ongelofelijke bevrijding met voldoening ten top. 

  

Terug in vorm geraken


Een raar werkweekje dat zo plotseling maar aangenaam stopte ergens in de nacht van woensdag op donderdag met collega’s in de kroeg.

Maandag was het knip- en vliegwerk om de kinderen naar en van school en gevoed in bed te krijgen met nog een avondvergadering die startte om 18u. Toch slaagde ik erin om 5 km te lopen in weliswaar 2x 2,5 km. Ik liep ’s avonds naar mijn vergadering en terug. Met een rugzak met werkkledij, schoenen en wasgerief. Om 22u eindelijk thuis na een hectische dag maar wel gelopen.

Woensdagnamiddag volgde een trage 10 km tijdens de balletles van de tweeling. Het was warm en door tijdsgebrek om alles rond krijgen had ik ’s nachts maar 4,5 uren tijd gehad om te slapen. Omdat ik van het begin voelde dat ik toch niet snel kon lopen, heb ik er deels een heuveltraining van gemaakt door elke windmolenheuvel minstens vijf keer op en af te lopen. De Luxemburgse Ardennen lonken immers voor een dikke 39 km.

Donderdagmiddag heb ik me in het zweet gewerkt in de Bodylifestyle met de 13 onderstaande work out reeksen in herhalingen van 60 of 120 maal. Het etentje en de alcohol van het uitje met mijn fijne collega’s moesten bezweerd worden. Voor wat, hoort wat.

Het mindful eten blijft trouwens moeilijk door de drukte maar ging deze week toch beter. Ik ben nog niet zeker of ik de app MyFitnessPal wil blijven gebruiken want ik word er nerveus van. Erg mindful vind ik dat niet. Als ik bijvoorbeeld dit eet als ontbijt, heb ik begot geen idee hoeveel kokosnoot, rozijntjes of havermout in mijn maaltijd zitten.

Het lukt wel om trager te eten en meer water te drinken maar ik denk dat ik vooral weer meer volume zal moeten gaan lopen om me weer beter in vorm te voelen. Dit is deze maand waarschijnlijk niet toevallig een van de thema’s van Runner’s World magazine. Om een of andere reden voel ik me na deze editie gelezen te hebben iets minder mislukt met mijn marathon van 5u07.

Sharing stories helpt echt. Het gevoel niet alleen te zijn met je verzuchtingen. Net zoals last minute beslissen een lang weekend op afzondering met manlief te gaan. Oei. Is er zondag geen Dwars Door Brugge te lopen? Klopt, maar ik zal mijn afstand morgenochtend aan wal, op het strand lopen.


Wat ook helpt om terug gemotiveerd te geraken zijn mijn splinternieuw speeltje TomTom Runner 2 die ik weliswaar nog moet instellen voor gebruik en de trailrunning zonnebril die Cebe mij gratis aanbood om product feedback te geven en mijn customer experience via WOM (Word Of Mouth) te verspreiden. Leve social media marketing! Maar hierover vertel ik een volgende keer.