Het eerste etmaal te Spa

Het leven zoals het is. Met ups en downs, figuurlijk en letterlijk. Bij mij lees je wat goed gaat maar ik veeg het afval nooit onder het tapijt. Als het niet goed lukt, zeg ik het ook. Iedereen beseft dat het leven geen ponykamp is. Ook niet in Spa.

Gisteren planden Runcoach.be en ik een bescheiden mountainbike training in de vooravond. We kozen route 5. Drie sterren qua technisch niveau, bijna volledig offroad en een dikke 20 km die nadien 27 km bleek. So far, so good. Klikpedalen gingen goed, zware klimpartijen gingen goed, afdalingen onder controle tot die ene na 18,5 km waar ik per ongeluk – uit schrik doe je domme dingen – fout remde. Op mijn voorwiel.

Uiteraard ging ik onmiddellijk over kop. In slow motion beleefde ik alles erg bewust. Mijn hoofd raakte hard de grillige grond en het leek of iemand een mokerslag op mijn kaak gaf. De impact werd door mijn fietshelm gecounterd. Ook mijn schouder deelde in de klappen. Daarna viel mijn fiets op me. Scheenbeen bloedde lelijk maar dat was oppervlakkig doch mijn linkerdijbeen was er het ergst aan toe. Mijn quadriceps was niet alleen bont en blauw, het voelde vooral alsof een bruut er op bleef schoppen.

Ik dacht dat het nog maar anderhalve kilometer was en droogde mijn tranen. Misschien was het nog niet zo slecht dat het nog een kleine 10 km met klimmen en dalen bleek te zijn want de angst moest verdreven worden. Trappen deed pijn, maar wat wil je. Een beetje trager gaat ook.

Vanmorgen viel de pijn in mijn linkerdij redelijk mee dus de geplande 20 km trail lopen kwam niet in het gedrang. Vastbesloten zou ik desnoods wandelen in plaats van lopen.

Zelf koos ik de rode route van Extratrail van Decathlon. Runcoach.be zou meelopen op mijn tempo tot in Spa zelf om dan op zijn tempo uiteindelijk 35 km door de bossen te rennen met 1156 positieve hoogtemeters op de zwarte route. Hij deed dat aan een gemiddelde van 5'58" per kilometer wat straf is.

In het begin kon ik nog lachen en genieten.

De heuvelachtige bossen waren sprookjesachtig en mijn conditie zat goed.

Maar ik was helemaal alleen. Er was een ruzie ontketend tussen mij en mijn linkerbeen dat ik na een tijdje met mankepoot aansprak. Dreigen, slijmen, smeken, niets hielp. Mankepoot zei foert! en ik moest mijn plan trekken.

De weg was nog lang en steil. De natuur was prachtig maar ik baalde compleet. Het lopen ging niet naar mijn zin en deed pijn.

Gelukkig heb ik al veel ervaring met trail lopen en lang alleen lopen. Mijn trukendoos ging open. Verstand op nul en rustig blijven lopen. Vier tellen inademen langs de mond, drie uit. Repeat. Dat helpt echt en is mijn stok achter de deur als ik het zwaar heb tijdens het lopen. De natuur begin weer te glinsteren als een grote schatkamer.

Het parcours was trouwens prima afgepijld. Onmogelijk om te verdwalen. Decathlon verdient echt een pluim met Extratrails. Plots kwam ik aan de splitsing van de rode en zwarte route die tot nog toe samenliepen. De zwarte route maakte een grotere lus die later terug zou aansluiten bij de rode. Ergens op dat zwart stuk moest Runcoach.be aan het lopen zijn. Of misschien was hij zo snel dat hij alweer op het gemeenschappelijke rijd-zwarte pad was en mij nooit zou inhalen omdat ik achterop hinkte. De moed zakte me in de schoenen en ik onderging weer een moeilijk moment ondanks het theatrale uitzicht op de splitsing, zie foto:

Gelukkig volgde hierna een redelijk vlak wandelpad dat helemaal niet technisch was en de vooruitgang verliep beter dan ik gehoopt had.

Mankepoot gehoorzaamde zo goed hij kon en bracht me op het laatst in een mooi bos. En ineens was ik klaar. Terug bij af. Mankepoot en ik hadden het zonder kleerscheuren gehaald.

De 36 km MTB training heb ik uitgesteld. Wijselijk maar eerlijk? Ik had er vooral geen zin in.

Hoogtemeters

Wat een erg sportieve driedaagse in Chiny en Florenville zou worden, werd noodgedwongen aangepast naar een beetje sport en veel rusten. De overtuiging ‘als ik het kan, kan iedereen het’ moet alweer genuanceerd worden. Met de oudste dochter – veertien lentes – per mountainbike bulk kilometers in de Ardennen pakken, wordt uitgesteld tot nader orde. Toen ze op voorhand beweerde enkel plat en heuvelafwaarts te willen fietsen, meende ze dat blijkbaar letterlijk. 

We sliepen aan de oever van de Semois in een tentje. Om 7u was ik al op en klaar om in de koelte van de ochtend te gaan biken. Mijn ontbijt bestond uit een banaan, aardbeienmoes en maiswafels met lijnzaad. We zaten namelijk in the middle of nowhere. Ik snakte naar de straffe koffie waarmee ik mijn dagen aanvang. Vroeg opstaan en flink ontbijten is voor mij de evidentie zelve doch mijn meisje sliep als een roos in de tent die vanaf 9u begon op te warmen. Om 10u vond ik dat het echt tijd was om uit de kokende tent te komen. Dat werd dus sowieso fietsen tijdens het warmste moment van de dag. Ontbijten wou ze niet. De zin in banaan, aardbeienmoes en maiswafels ontbrak waarschijnlijk. Niet eten + sportief fietsen = problems. Misschien was ik niet streng genoeg en had ik haar moeten verplichten te eten of toch op zijn minst water te drinken. ‘Neen’ bij een veertienjarige is behoorlijk defensief en pertinent.

Gedurende zeven luttele kilometers werd mijn geduld op de proef gesteld. Midden in de beklimmingen stapte ze af om eerst geen voet meer te willen verzetten, maar dan in te zien dat er geen deus ex machina kwam. Dan weigerde ze nog verder naar boven te fietsen wat eigenlijk logisch was want als je tijdens het stijgen naar stilstand gaat, is het loodzwaar om terug aan te  zetten. De helling werkt dan als een gigantische handrem die niet wil lossen. Bovendien had ze dorst gekregen en gedronken van de bidon die ik netjes op haar mountainbike had bevestigd. Water met isotoon poeder. Op haar nuchter maagje deed dit geen deugd, met buikpijn tot gevolg. Ze wist wanneer ze moest schakelen van groot naar klein verzet maar overschatte zichzelf en onderschatte het klimmen. Doseren vraagt natuurlijk ervaring. Jong geweld knalt en verschiet alle poer nog voor de helft van de karwei volbracht is zonder te denken aan wat nog zal komen. Het is niet voor niets dat de leeftijd van ultra (trail) lopers vrij hoog ligt. Volhouden tot het eind is enkel mogelijk als je secuur je energie verdeelt. Je moet een goede loop- of fietseconomist zijn.


We geraakten in Florenville en namen een heel lang pauze met koffiekoeken en verwondering van het panoramisch zicht op de velden en de bossen daarachter.  Ze zei dat ze MTB haatte. Op een terrasje bestelde ik mijn eerste en laatste koffie van de dag en bereidde ik me voor op nog zeven kilometer tranen van woede. Haar optie dat ik terug zou fietsen en haar met de wagen oppikken wou ik niet horen. Ik wist dat als ik daaraan zou toegeven, ze een negatieve bevestiging zou krijgen. Dat het niet gaat. Zie je wel. Ik had het gezegd. 

Mijn meisje is geen watje. Het is een sterke meid die goed kan volhouden bij kajakken dus met de mountainbike moest dit ook lukken. Heel rustig zei ik dat we verder moesten. Dat niemand het voor ons in onze plaats ging doen. Dat ze moest blijven fietsen en niet midden in de stijging afstappen want dat het te voet langer duurde zoals ze had kunnen ondervinden. Dat het dan eigenlijk nog lastiger is. Lichamelijk maar ook mentaal want verschillende mensen hadden haar onderweg gevraagd of haar fiets stuk was toen ze haar zagen wandelen. Vriendelijk bedoeld maar motiverend was dat niet. 

Ze stapte op haar mountainbike en ik volgde haar. Ze trapte en volgde elke instructie keurig op. ‘Kijk, zie je die heuvel aankomen? Verander naar je klein blad ter hoogte van die boom.’ ‘Rustig blijven trappen, je zit in de juiste versnelling.’ ‘Goed bezig, blijven gaan.’ En dan ineens zonder ook maar één keer gestopt te hebben, waren we terug bij onze tent. 

‘Zie je wel dat je het kan?! Je hebt het gewoon gedáán.’ De beperkende overtuiging iets niet te kunnen was geëvolueerd naar de fijne vaststelling iets toch te kunnen. Een kleine stap maar een wereld van verschil.

Lopen in goede en kwade dagen


De brug naar het Begijnhof. Dit plaatje werd al door vele kunstenaars vastgelegd op doek of papier. Oneindig veel toeristen schoten hier een foto als bewijs dat ze idyllisch Brugge gezien hebben. Sommigen beweren dat je hier in een sprookje leeft. Deze foto maakte ik dinsdagochtend bij de thuiskomst na een tienkilometerloopje. Als wij buiten komen, is dit ons zicht. Als we voor ons kijken tenminste. Kijken we bijvoorbeeld naar links, dan zien we dit:


Sommigen verwijten je dat je hier in een sprookje leeft. Is het toegelaten om er het beste van te maken? Soms vraag ik mij dat af als ik merk hoe hard en zuur bepaalde mensen anderen decimeren. Maar mijn conclusie is dat het onze plicht is er het beste van te maken. De weg die ik bewandeld heb, is zeker niet de eenvoudigste geweest en sommige beslissingen waren hartverscheurend maar nodig. Om er het beste van te maken. Wie op de loer ligt en een ander een mes in de rug steekt onder het motto ‘ik ben ongelukkig, dus ik maak iedereen ongelukkig’ is bij mij niet meer welkom. De kansen zijn meer dan op voor wie anderen het daglicht in de ogen niet gunt.

Twee jaar nadat ik beginnen lopen was, viel mijn huwelijk uit elkaar. Er was geen oorzakelijk verband, het was niemands schuld en natuurlijk erg jammer voor die vier bloedjes van kinderen tussen vier en acht. Maakt dat van ons slechte ouders? Ik dacht het niet. De details gaan niemand aan, ik mijd drama en – gelukkig -komen we met vier (stief)ouders goed overeen maar dat wil niet zeggen dat ik van ijs ben. In het begin bleef ik lopen want ik zou mijn eerste 20 km van Brussel verwezenlijken. Maar daarna viel het stil.

Ik kon niet meer gaan lopen. Ik was bang. Niet van het donker, niet van wilde honden of eigenaardige figuren. Ik was bang van mezelf. Bang van mijn binnenste, gedachten en gevoelens tegelijk. Want als ik liep, kwamen eerst de gedachten tevoorschijn. Met een gemeen stemmetje. Je bent slecht. Het is jouw schuld. Je bent mislukt. Je deugt voor niets. Je stelt iedereen teleur. 

Aanvankelijk dacht ik slimmer dan het stemmetje te zijn. Ik zou niet luisteren maar het riep hardnekkig tot ik zwichtte. Angst stak de kop op en maakte de benen slap. Ik kon enkel gaan lopen als de kindjes niet bij mij waren en het gemis voelde tijdens het lopen nog ondraaglijker. Lopen associeerde ik met angst en verdriet wat moest worden vermeden. Na een tijdje weigerde ik nog te gaan lopen. Tenzij sporadisch in gezelschap maar dat was toen niet evident want ik had geen loopmaatjes zoals nu. 

Nochtans doet lopen net zo’n deugd voor lijf en leden. Je gaat helderder denken en kan mentaal weer tegen een stootje. Wandelen trouwens ook. Ermee beginnen en er een gewoonte van maken is misschien het moeilijkste. 

Ongeveer twee jaar later begon ik weer regelmatig te lopen. Meestal alleen. De draad terug oppikken vooral omdat ik toch iets aan de conditie wou doen en bepaalde afstanden me prikkelden. Nu was het een rationele aanpak. Een win-win concept. Kinderen niet bij mij?, ik kan maar beter goed voor mezelf zorgen zodat zij bovendien straks een fitte mama hebben. Dus in plaats van te treuren, lopen. 

Van het een kwam het ander en de liefde voor lopen groeide en doet dat nog steeds. Het zal dan ook geen toeval zijn dat Runcoach.be bijna drie jaar geleden in mijn leven kwam. Sindsdien is het lopen niet meer te stoppen. Lopen is een evidentie geworden. Een automatische handeling om energie bij te tanken die logisch is om te doen. 

Dus deze week prees ik mij gelukkig en de koning te rijk dat ik drie keer met zeer fijne mensen mocht lopen. 

  • Dinsdagmorgen 10 km intervallopen met Joke. Gemiddeld 5’30” per kilometer. Brugse Vesten. Allebei beseften we de meerwaarde van dit samen te doen.
  • Woensdagavond 9 km tempo lopen met David. Gemiddeld 5’41” per kilometer. Brugse Vesten.
  • Vrijdagavond 12,5 km boslopen met Kristie, David en Runcoach.be. De mannen veel sneller en wij gemiddeld 6’28” per kilometer.

Dat dit voor mij en vele andere lopers, fietsers, wandelaars, what ever, het goede leven is, zullen sommigen nooit snappen en ik heb daar geen enkel probleem mee. Maar mijn ding blijf ik doen en erover vertellen ook.

Assan rechtedeure


Vandaag gaf ik nascholing databasemanagement aan docenten op campus Kortrijk. Om de ecologische voetdruk te beperken en kilometers te malen, verplaatste ik me met de mountainbike. De kortste afstand van hartje Brugge naar Vives Kortrijk is 48 km.

Onderweg had ik geen pech, verdwaalde niet en ik kwam ruim op tijd aan dankzij mijn sterke benen die me niet in de steek lieten. Gelijk een ‘echte’ coureur. Er was wel een feit waardoor ik mezelf uit de comfortzone moest duwen om te vertrekken. Het goot namelijk water oftewel: het regende pijpenstelen, katten en honden. De hemelsluizen stonden open.

Ik fietste van Brugge naar Oostkamp en vanaf dan was het altijd rechtdoor langs de N50 tot in Kortrijk. Verdwalen voor Kortrijk zat er niet in en in Kortrijk zou ik een kaart bekijken. In de gietende regen fietste ik langs Waardamme, Ruddervoorde, Zwevezele, Egem, Pittem, Ardooie, Meulebeke, Ingelmunster, Hulste, Kuurne naar Kortrijk.

Vol modderspatten en kletsnat kwam ik aan op de campus in Kortrijk. Bibberend sukkelde ik met het fietsslot. Het idee mijn beestje onbewaakt achter te laten, stond me niet aan.

Ik waste me, kamde mijn haar en trok mijn jurk en pumps aan. Het duurde even voor ik stabiel op m’n hoge hakken kon blijven staan. Mijn lijf was koud tot op het bot en de airco in het computerlokaal waar ik les gaf was een beetje teveel van het goede.

Ik besefte nog niet dat ik een fout gemaakt had door niets meer te eten noch te drinken tot 13u. Dan at ik als lunch een broodje kaas en dronk een flesje Cola Zero. Om 13u30 trok ik terug mijn natte wielerkledij en -schoenen aan. Het thuisfront lonkte en het regende niet meer. De wind zat in de verkeerde richting en langzaam liep mijn batterij leeg. Na 30 km had ik geen kracht meer, schele koppijn en voelde me duizelig. Op de koop toe werd ik bijna aangereden door een bestelwagen die rechts afdraaide en mij duidelijk niet gezien had. We konden allebei op het laatste nippertje remmen waardoor we op een paar centimeter voor de net vermeden impact tot stilstand kwamen. Wonderbaarlijk klikten mijn schoenen snel los anders was ik voor zijn neus gevallen. Ik reed verontwaardigd verder richting Brugge en veegde een paar tranen uit mijn gezicht. Ik hoop dat die man er net zo slecht van was als ik me voelde.

Toen ik in Oostkamp kwam, stapte ik af aan een bankkantoor. Het leek een verzopen bankovervaller met fietshelm die gewapend met een debetkaart bevend het kantoor binnen stuikte. Met de centjes en mijn laatste kracht strompelde ik een bakkerij binnen en bestelde twee appelflappen, een vierkante crèmekoek en een flesje water. Op straat verorberde ik alles als een hongerige landloper. Natuurlijk was ik nog niet direct terug op krachten waardoor ik eerst een half kilometertje naast mijn fiets wandelde om dan pas terug het stalen ros te bestijgen.

Mijn lesje heb ik echt wel geleerd door aan de lijve te ondervinden dat het menselijk lichaam extra brandstof nodig heeft als je bijna 100 km fietst. Ik stond versteld van mijn calorieverbruik. Om 17u had ik al ruim 4450 kcal verbrand.


En het onderstaand kaartje en cijfermateriaal mag je maal twee doen. Wat een bijzondere werkdag.

Hell yeah!

Heel soms zijn er dagen voorbehouden om ongetemd en ongeremd de pannen van het dak te trainen. Afgelopen donderdag was zo’n dag. Leve het hoger onderwijs met zijn flexibele werkuren en als je graag gelooft dat we niet veel en hard werken op onze campus: not my problem. Ik heb geen tijd en zin voor negativiteit want ik wil leven.

Donderdag dus. Kindertjes naar school brengen en met de mountainbike in de wagen een uur doorrijden naar Kemmel, Heuvelland om de rode lus te fietsen via Loker, Westouter, De Klijte, Hallebast en Dikkebus terug aan de voet van de Kemmelberg. Dat verliep zonder schrik door bos en velden en kiezelstenen. Langs brandnetels, braamstruiken en berenklauw schuren maar ik ben er niet in gevallen met mijn klikpedalen. Nauwe paadjes met single tracks van 10 cm breed en open velden vol putten. Het begint vertrouwd te voelen. Een kleine 38 km met 523 positieve hoogtemeters.


Terug aan de auto, fiets in de auto en niet naar huis maar wel: mountainbike schoenen uittrekken, verse kousen en trail loopschoenen aantrekken. Hup, die Kemmelberg oplopen (20 graden helling) om te starten voor een testloopje van vier kilometer met 112 pos. hm. Ik wou namelijk ‘de wissel’ uittesten. Hoe voelen de benen tijdens het trail lopen onmiddellijk na een beklijvende MTB-rit? Ik vond het gevoel van eerst geen benen te hebben naar terug benen te hebben fantastisch. Want ja, die berg oplopen was loodzwaar maar hem dan terug afdalen was bevredigend en hem nog eens oplopen – verstand op nul – transformeerde me in een looprobotje. Hup, hup. Euforie eerste klas.


Tweede training was een feit. Onderweg naar huis, verorberde ik mijn zelfgebakken volkoren speltboterhammen met rode-bieten-zonnebloempitten-spread. Energie bijvullen.

In de namiddag blijgezind werken, wetende dat er een derde training volgde om 19u30.

Derde training. Met mijn lieftallige Lena. Fiets pakken richting kajak-club. Een prachtige doch vrij avontuurlijke tocht stond ons te wachten. In groep kajakten we om Brugge heen. Met uitstappen aan grasoevers en overhevelen van de boten naar andere wateren omdat sluizen de doorgang onmogelijk maakten. Met als hoogtepunt een donkere ondergrondse doorgang onder een druk kruispunt waar je extreem plat voorover moest liggen omdat er maar een halve meter hoogte was. Probeer daaronder maar eens paddelend vooruit te geraken. Het ‘toertje Brugge’ was een unieke ervaring die net geen tien kilometer duurde. De 35 hoogtemeters zijn te wijten aan het hijsen en klimmen aan de sluizen.


Dus daarom had ik een verkwikkende nachtrust en was ik vrijdagmorgen vroeg uit de veren om zeer goedgezind als een spring-in-het-veld de hele dag IT, marketing en marktonderzoek te doceren aan mijn studenten.

Hart goes boom-boom-boom

Soms luister ik niet naar mijn coach. Ofwel omdat ik de lat voor mezelf om welke reden dan ook te hoog leg (zoals: teveel kilometers bijeen willen lopen), ofwel omdat ik iets wel gehoord heb maar denk dat niemand het zal opmerken (zoals: rechtervoet nooit correct neerplaatsen) en vaak omdat ik niet nog trager wil lopen zoals deze ochtend.

Runcoach.be vraagt al heel lang dat ik in lage hartslagzone zou lopen maar ik kan het om een of andere reden niet opbrengen. Vanmorgen was ik zo content dat we om 8u. met drie drukbezette dames 17 km zouden lopen dat ik zeker niet wou vertragen. Ik wil meekunnen. Bovendien was het aan een tempo dat voor de gemiddelde loper die ik op Strava, Instagram en Facebook volg, niet kan tippen aan hun snelheden.

Jaloers staat niet in mijn woordenboek en ik vind het fantastisch voor de snelle lopers maar ik doe zo mijn best en het lukt me niet om pakweg 20 km in 1u45 te rennen. Gelukkig loop ik daardoor niet minder graag maar het zet mij vaak aan het denken over mijn grenzen en hartslag en ademhaling.

Deze ochtend was ik wel content dat ik het onderspit niet hoefde te delven. Tegelijk geef ik eerlijk toe dat ik zonder Annelies en Joke trager gelopen zou hebben. Ik ben hen dan ook dankbaar dat we samen liepen.

Maar toen ik thuiskwam, heb ik een halfuurtje in de zetel geslapen.  Dat gebeurt nog zelden na een tienmijlenloop. Gelukkig kon ik het me permitteren dankzij de Dag van de Arbeid, wat vandaag in België een vrije dag is.


Gisterenochtend had ik met twee dochters drie kwartier core power oefeningen gedaan. Het is te zeggen: zij deden wat mee, speelden dan voor coach en van huisje-tuintje-mama. ’s Namiddags was er schoolfeest en één plekje te weinig in de gezinswagen wegens extra vriendjes waardoor ik kon profiteren van een verplaatsing per fiets goed voor 26 km. Twee keer 13 km langs het zeekanaal richting Oostende op asfalt wat een saaie doch snelle rit had moeten zijn. De klikpedalen zouden weer wat vertrouwder worden en de beentjes blij met wat spinning. Maar ik ben weer een ervaring rijker. Laterale, harde windstoten op een mountainbike van 12 kilo terwijl je aan misschien wel 35 km/u met klikpedalen (nu nog stress) naast een kanaal rijdt, doet je hart wat sneller pompen.


Anderzijds gaat het fietsen me goed af op fysisch vlak. Ik denk dat ik een betere fietser dan loper ben maar ik moet nog leren de angst overwinnen bij het technisch off road mountainbiken. En nog vele kilometers met klikpedalen malen voor ik niet meer gillend val in brandnetels, doornstruiken of minder zachte ondergronden op een MTB-parcours.

The time is now


We zijn al bijna weer een week verder sinds de vorige blogpost maar ik heb me voorgenomen om minder te bloggen. Dit omwille van twee redenen. Ten eerste is het een loopblog met als zijsprongetje gezonde voeding en geen blog over sport in het algemeen maar ik heb nu plots zoveel meer te vertellen over kajak en MTB. Ik vind er mijn plekje niet goed voor op mijn blog. De tweede reden past in het kader van timemanagement. Ik dacht tijd uit te winnen door niet te bloggen en die dan in de sport zelf te stoppen.
Maar ik wou toch drie persoonlijke vaststellingen neerpennen.

  1. Lopen doet aanzienlijk meer calorieën verbranden dan MTB en kajak in een gelijke tijdsspanne. De intensiteit van lopen is veel hoger.
  2. Om te trainen met de fiets heb je pakweg driemaal zoveel tijd nodig als om te gaan lopen. Met mijn druk professioneel + gezinsleven is dat een hinderpaal.
  3. Het gevoel van zorgeloze vrijheid ervaar ik enkel met het lopen omdat daar geen materiaalstress opduikt. De aankoop van een degelijke MTB is slechts het begin. Zonder pedalen – apart te kopen – lukt het niet, de veiligheid eist een helm en handschoenen. MTB-koersschoenen heb je ook nodig en na één training begreep ik waarom de loopbroek vervangen diende te worden door een echte fietsbroek met spons of iets dergelijks in de voering. (Het lijkt wel of ik een pamper draag.) Tel daar nog reserve-onderdelen en onderhoud bij en los van de extra kosten dat dit meesleept, kruipt daar schaarse tijd in. Dus in plaats van te bloggen, zou ik beter mijn fiets poetsen en de ketting smeren, snap-j’em? En zonder kajak, peddel, spatzeil en zwemvest kun je niet kajakken. Gelukkig huur ik dat in de club. Die reddingsvest is waarschijnlijk verplicht. Dat moet ik nog uitdokteren. Conclusie: tijdens de balletlessen van de dochters, de lunchpauze op de campus of op verplaatsing/reis kan ik in een handomdraai een loopje scoren maar fietsen of kajakken blijkt wat ingewikkelder. En neen, op stap met het gezin, kan de mama het zich niet veroorloven om extra materiaal zoals een MTB en toebehoren in te pakken of mee te zeulen.

Maar ik zou natuurlijk mezelf niet zijn als ik daar geen mouw aanpaste. 

  1. Kajak is de wekelijkse gezinssport. Vaker mag als het kan, maar moet niet.
  2. Lopen op 5 à 7 km tijdens verloren wachtmomenten doe ik al en blijf ik doen. Elke week lukt een 10 km ochtendloopje met Joke.
  3. Ik probeer in het weekend één langeduurloop te behouden en één MTB-rit van maximum 3 à 4 uren in te lassen.
  4. Twee core power trainingen per week heb ik al ingepast.

Missing value is hier de tweede training op MTB. Ik moet meer tijd vinden om te kunnen fietsen…
Deze week heb ik bijna elke dag gefietst om de clickpedalen te oefenen. Uiteraard heb ik ook gelopen, gekajakt en mijn core power aangesterkt. Vanmorgen heb ik 71 km gemountainbiked waarbij ik maar één keer ben gevallen, weliswaar in de bramen. De bloedende benen waren slechts oppervlakkig geschonden. Door de doornen. Maar ik prijs mezelf gelukkig: op een enge track tussen de brandnetels ben ik tijdens een klimpartijtje net niet tussen het nitraatrijke onkruid beland. 

Weglopen

Gisterenmorgen liep ik een halve marathon omdat ik eergisteren een zwaar parcours op de mountainbike afgelegd had. De logica ontgaat u misschien maar het was enerzijds ter compensatie voor mijn liefde voor het lopen en anderzijds wou ik de schade kunnen opmeten. Hoe zwaar zou ik 21,1 km lopen ervaren na de ontdekking van spieren die tot voor de mountainbike ervaring onontgonnen in mijn lichaam scholen?

Er was ook nog een derde reden. Ik zat met een ontredderd en wrang gevoel van frustratie, afschuw en onwezenlijkheid door tal van zaken die dichtbij en veraf rondom mij gebeuren. Negatieve gebeurtenissen waarvan ik niet bij machte ben ze op te lossen. In dat geval zou je ze moeten loslaten. Dat weet ik, maar kan ik zo moeilijk. Er niet door verteerd geraken, vind ik al een heuse prestatie. 

Tussen afschuwelijke oorlogsbeelden en ongelofelijke onzin over Rachida verschijnt dan mijn blog in de tijdslijn van mijn kennissen. Dan schaam ik mij een beetje omdat het lijkt alsof ik alleen maar met ‘mijn sport’ bezig ben terwijl mensen elke dag een strijd leveren voor hun bestaansrecht. Niets is minder waar. Lopen helpt het loslaten maar aanvaarden zal ik het nooit.

Ik wist dat een halve marathon pijn zou doen. Daarom liep ik hem niet op het zand maar op pier en dijk. Van Oostende naar Middelkerke en terug. Als je bijna 12 km heen loopt, moet je ook nog terug. Dat is het verschil met een lus die je eventueel kan inkorten. Het mooie aan een lang recht stuk is dat je het keerpunt kan visualiseren. In mijn geval was dat het casino van Middelkerke. Al gauw liep ik in de gewenste trance die me toeliet om elke gedachte stil te leggen. Enkel mijn ademhaling, mijn heen en weer zwiepende armen en de voetstappen. Links, rechts, herhaal. De zijwind kwam uit de zee. De zon verwarmde mijn benen.

Het keerpunt maakte mijn koppigheid overbodig want de halve marathon zou nu een feit worden. Ik moest immers terug geraken. Koppigheid ruimde plaats voor fysiek ongemak. Ik voelde me geradbraakt door het mountainbiken. Mijn rug leek in twee gebroken aan de schouderbladen bij elke voorwaartse armbeweging. De voor- en binnenkant van mijn dijen waren van beton. Maar ik zou niet stoppen voor ik 21,1 km op Strava zou zien verschijnen.

Meestal zal ik besluiten dat het deugd gedaan heeft om te lopen en dat ik niet heb afgezien. Soms zie ik af door het ontmoeten van mijn grenzen. Heel soms wil ik bewust afzien bij het lopen. Om de pijn van machteloosheid even te overtreffen.

Vuurdoop mountainbike

Zie mij daar staan met mijn lumineus idee om te beginnen technisch mountainbiken met veel hoogtemeters. Zonder enige ervaring en met meer hoogtevrees dan een gemiddelde persoon.

Gelukkig is Runcoach.be van alle markten thuis en heeft hij een pak ervaring op de mountainbike waar ik vandaag dankbaar gebruik kon maken. In afwachting van mijn eigen trailfiets huurden we een exemplaar in Middelkerke. Zonder klikpedalen en zonder koersbroek met zeemvel. Auch.

Maar ik had er zin in. Hij heeft me leren ultra trail lopen en zo heb ik mijn hoogtevrees in de bergen de baas gekunnen. Met die fiets zal het ook wel lukken.

Dertig km leek me als beginner ideaal om mee te starten.  Bij het bestuderen van het bord aan de start was ik danig naar de te volgen weg aan het kijken. Dat het hier een parcours met drie sterren betrof ontsnapte aan mijn analyserende blik. Dat er een classificatiesysteem voor de moeilijkheidsgraad bestaat, wist ik op dat moment nog niet. Nog nooit van gehoord. Eén ster voor de beginnende, twee sterren voor de meer ervaren mountainbiker en drie voor de – euh – sportieve ervaren bikers. Dat zag ik pas nadien maar merkte ik al gauw. 

Met vallen en opstaan.

We doken al snel de duinen in. Ik slaakte gilletjes die ik niet kon onderdrukken. Runcoach.be beweerde dat ik lijkbleek zag van de schrik. Dit kan ik niet. Dit durf ik niet. En zachtjes gillen. 

Het ging zo: smalle single track paadjes duin op en duin af in mul zand waar je soms aan kon ontsnappen door op de zijkanten met duingras te rijden. Alsof dat nog niet moeilijk genoeg was, slingerden de smalle paadjes in haarspeldbochten, zowel in de afdalingen als in het klimmen. En ook: die boompjes, struiken, boomwortels en takken. Het leek wel of ik in een computer game terecht gekomen was. Razendsnel je stuur mikken, versnellingen vergooien, achter je zadel hangen en vooral enkel op je achterwiel remmen. OMG wat een voortdurende adrenaline gepomp was dat??

Na vijf kilometer was ik vier keer gevallen. Twee keer met die fiets op me en twee keer zonder extra klappen van stuur of pedalen op mijn benen of handen.

Ontspan je wat meer voor de foto, zei Runcoach.be. Ja, hallo, dacht ik. De zenuwen gieren door mijn lijf. 

Toen plaatste ik mijn hand in de zij, klaar voor een update van mijn mind set. Ik ga mij hier niet laten doen door wat duinen, bochten en zand, dacht ik. Ik was klaar om te vliegen als het moest.

Ik overwon de schrik en volgde mijn instinct. Naar beneden, afremmen, goed mikken tussen de boomstammen, kordaat het voorwiel over de boomwortels en takken heffen en blijven gaan!

En dan ineens kwamen we in de polders terecht waar we een plat stuk langs een kanaal volgden. Plat maar irritant hobbelend. Het was gras over dikke kiezelstenen. Runcoach.be dacht dat ik moe was maar het was mijn achterwerk dat brulde van de pijn. Miljaar. Is dat zadelpijn? 

Gelukkig liet een volgend stukje met asfalt en beton toe om te bekomen van de hobbels. 

Na 30 km mountainbiken voelde ik mij dronken van het vele slingeren, doorvliegen en op en neer gaan maar de dorst was niet gelest na deze eerste keer. Deze sport zal samen met kajak een mooie aanvulling op trail running worden.

Nu nog mijn eigen fiets afhalen. En klikpedalen, helm en koersbroek.

Maar morgen wil ik graag een halve marathon lopen want hoewel ik zaterdag gelopen heb, lijkt het alweer een eeuw geleden. Ik voel mij momenteel een overspelige bedrieger.

Zeeleven

Mensen vragen soms waar ik de energie vandaan haal maar voor mij is het de logica zelve om de dingen te doen die ik graag doe. Het kost mij geen energie, integendeel. Als ik dat niet zou doen, dan zou ik pas een zwaar energielek krijgen. Natuurlijk kan je niet voortdurend je zin doen en als je denkt enkel gelukkig te worden door de lotto te winnen, onmogelijke schoonheidsidealen te bereiken of je in een vingerknip naar luilekkerland te kunnen transporteren dan zoek je het misschien te ver. 

Do more of what makes you happy. Het is een simpele huis-tuin-keukenspreuk maar met een waarheid als een koe. Deze way of life kreeg vorm na een lange zoektocht naar troost toen ik mijn kinderen noodgedwongen moest missen door de scheiding met hun vader. Eerst werkte ik me te pletter en ging vaak uit om het gemis op te vullen. Dat werkte niet. Nu kan ik ons leven organiseren en combineren op een evenwichtige manier die mij de vrijheid geeft om veel outdoor te leven en te sporten. Het vele werken is gebleven maar het nachtleven heb ik al lang vaarwel gezegd. 

Het idee van een rondje te lopen voor de dag begint of het vooruitzicht na het werk te kunnen kajakken bij de overgang van dag naar donker geeft me vleugels. Lekker vroeg opstaan om het mooiste stuk van de dag buiten door te brengen. Sport als extra motivatie en beloning. Wat kies jij om jezelf te motiveren of te belonen?

Doch als ik in volledige vrijheid zou kunnen kiezen, dan deed ik wat Thomas Siffer ooit deed. Met een zeilboot 3 jaren met het gezin de wereldzeeën bevaren. Op de mooiste plekken aanmeren om daar te trail lopen, kajakken, zwemmen, fietsen. De wereld proeven. 

Maar dat gaat dus niet.

Het zeilen beperkt zich voorlopig tot korte tochten op de Noordzee en Zeeland. Ondertussen zit ik met Runcoach.be op onze zeilboot en ben ik het logboek van Thomas aan het lezen. Dit boek leest extra beklijvend in het ruim van een zeilboot. Het past compleet in dit kader en bij het stapeltje lectuur van wateralmanak en havengids. Het inlevingsvermogen wordt danig uitvergroot.

Al even onbeschrijfelijk is het geluksgevoel dat ik krijg door vroeg uit de veren het roze ochtendlicht in de haven te aanschouwen wanneer ik een loopje aanvat. De wereld is nog stil en ik mag lopen op de pier en het strand. Voor mij is dat een ultiem gevoel van vrijheid. 

Alle andere uren of dagen zal ik wel werken en zorgen maar dit is van mij.

En nog iets: gisteren heb ik een prachtige mountainbike gekocht. Weer een wereld die zich voor me opent.