Trillende benen

Soms hoor je profwielrenners op de massamediakanalen zeggen dat ze slechte benen hebben. Tot voor kort kon ik me daar weinig bij voorstellen. Na een zware trail of marathon had ik uiteraard steeds een vreemd gevoel in de benen maar ondertussen weet ik hoe anders dit voelt na een zware rit en na een zware loop. Na het lopen voel ik het direct. Genoeg!, smeken de benen dan.

Mijn ervaring is dat ik tijdens en onmiddellijk na het mountainbiken niet besef dat het zwaar was. Ik zeg telkens met een grote glimlach – en niet om stoer te doen – dat ik mentaal moe ben van de techniciteit van dergelijke rit maar dat mijn lichaam het niet voelt. De focus, de adrenaline maar niet de fysische inspanning vermoeien me. Ondertussen heb ik begrepen dat offroad hoogtemeters fietsen wel iets met mijn benen doet en moet ik deze bewering toch bijstellen.

Dinsdagmorgen deed ik een klein, traag loopje met Joke in Koolkerke op een leuke locatie. We zouden 40 minuten aan 9 km/u lopen. Ik had er best zin in en was opgetogen eindelijk nog eens met haar te kunnen trainen. Doch na de zware mountainbike rit van zondag in Spa, ging het mij totaal niet af. Mijn scheenbenen deden pijn, mijn billen ook. De botten in mijn benen leken roestige knoken. Na amper 20 minuten sliep mijn volledig rechterbeen en ik leek wel buiten adem. Onvoorstelbaar maar ik telde botweg af tot de tijd om was. Logisch eigenlijk want ik weet best wel dat spieren wat tijd vragen om zich te herstellen. Maar ik wil zo graag alle tijd waarover ik beschik efficiënt benutten om te trainen.

Ik besefte dat mijn benen rust nodig hadden want zo zou ik onmogelijk de Trail des Fantômes van komende zaterdag in La Roche succesvol en genietbaar kunnen uitlopen. De hoogtemeters zijn genadeloos.

Maar ik had op woensdag nog een training op de agenda die ik absoluut niet wou annuleren. Mountainbiker Jakke zou me er in Herentals een lap op laten geven op een technisch uitdagend bosparcours in de Kempen. Een ronde telde 36 km en we zouden er twee rijden.

Toevallig hadden zowel hij als ik een uitvlucht om slechts één ronde te crossen. We fietsten de rode, groene en blauwe lus van het Sport Vlaanderen MTB parcours Herentals-Kasterlee met enkele extra pittige stukjes van Jakke himself die dat daar beter dan zijn broekzak kent.

Het eerste half uur bibberde ik van de stress en durfde niet eens over boomwortel-trapjes van 20 cm vliegen in de afdalingen. Klimmen geen probleem, maar dalen: hola, Pola… Ik moest er – l'histoire se répète – mentaal inkomen, mijn moed bijeen rapen en letterlijk Komaan Cattoor, zo geraak je er niet! als een mantra tegen mezelf herhalen.

Maar dan kwam ik in de flow en ontspande me zonder de alertheid te verliezen. Anders vlieg je tegen een boom, zoef je verkeerd over de boomwortels en trapjes of ga je uit de U- en S-bochten. En dat wou ik zeker nu met de trail run van zaterdag niet meemaken. Mijn benen waren nog steeds moe en zwaar en ik zwoer komende donderdag en vrijdag niet meer te zullen trainen.

Alzo geschiedde vandaag, samen met Runcoach.be, de eerste sportrustdag in La Roche. Een uur wandelen kan natuurlijk nooit kwaad. Benieuwd of de benen morgen weer een beetje luchter zullen voelen. En of het evenveel zal regenen als vandaag. Dat er zaterdag in de modder zal worden getraild is een feit. 😉

Angst de kop indrukken

Een jongetje was dol op paardrijden tot hij een dag van het paard viel. Daarna heeft hij nooit meer op een paard gezeten. Een begrijpelijke reactie maar wel jammer. Geen idee of ik mijn kind zou verplichten om verder te gaan paardrijden maar zelf besefte ik dat na mijn val van drie dagen geleden waarbij ik over kop ging, op mijn hoofd viel en mijn mountainbike op mij, zo snel mogelijk terug op die fiets moest springen. Ik ben dan ook een volwassene die dat inziet en volledig zelf kan beslissen hoe ik daarmee omga.

De ochtend na de val ging het trail lopen niet lekker wegens een linkerbeen dat toch meer gehavend bleek dan verwacht. De voorziene MTB-training van de namiddag werd afgelast en de volgende dag – gisteren dus – stond plots onverwacht rust op het programma.

Daarvoor kwam ik niet naar de Ardennen, hé.

Het werd een dag bij onze noorderburen met veel sauna, warme baden, koude baden en lezen in een boek over digitale marketing en in Franse bladen over trail running. Ach, het regende toch pijpenstelen.

Vandaag brak onze laatste dag in Spa aan. Runcoach.be en ik startten vanmorgen op MTB-route 5 om bij de splitsing na ongeveer 20 km verder te fietsen op route 6. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot. Het had niet alleen gisteren maar ook de hele nacht ferm geregend dus de grond was nat wat enerzijds voor gladde steentjes en rotsen zorgde en anderzijds voor zachte modder en waterplassen.

Route 5 is het parcours waar ik donderdag na 18,5 feilloze offroad kilometers op de grillige heuvels en over boomwortels en sparrenappels ineens gevallen was. Op die plaats was ik mijn zuurverdiend zelfvertrouwen kwijtgespeeld. De Plek des Onheils had ik liever vermeden want ik wist zeker dat mijn zelfvertrouwen daar niet ergens als een item op de grond voor het oprapen lag. De regen zou het trouwens weggespoeld hebben. Enfin, ik had helemaal geen zin om daar weer te passeren maar de eerste 20 km van route 6 vallen onvermijdelijk samen met deze weg. Het was met een klein hartje en met halfvol vertrouwen in mijn Runcoach.be dat ik fietste. Voor het eerst fietste ik voor het (trainings)resultaat en niet voor het genot van de rit.

Dat ik na 4 kilometer tijdens een beklimming van een rots met mijn klikpedalen omviel was te wijten aan mijn koersbroek met extra stevig zeem die eigenlijk een maat te groot is. Ik moest rechtstaan op de pedalen en naar voor hellen om niet achterom te slaan want mijn voorwiel loste de grond door de hellingsgraad. Dat ging goed tot ik weer op mijn zadel wou zitten. Mijn zeem hing te laag waardoor hij vasthaakte aan mijn zadelpunt, ik mijn evenwicht verloor en naar rechts omviel. Een blauwe plek op mijn kont en een dikke sorry, het is niet erg, ik kan het echt wel, tegen Runcoach.be die natuurlijk geschrokken was. En innerlijk zei ik tegen mezelf dat het gedaan was met sukkelen.

Vervrouw je, trek die broek hoger en niet flauw doen!

Gelukkig zou dit de enige valpartij van de volledige rit worden. Bovendien was het zo dat ik na het passeren van de Plek des Onheils bij toverslag toch genoot van de rest van de rit. Goed voor 28 kilometer onverhoopt genot. Ik zou kunnen liegen en schrijven dat ik in stijl en met glans de Plaats der Val getrotseerd heb doch ik ben geen heldin. Ik ben afgestapt en met een inwendige vloek en mijn mountainbike in de hand naar beneden gestapt.

Vandaag deed ik een aantal MTB-dingen voor het eerst. Want ik ben nog steeds een beginner die in april voor het eerst op een mountainbike kroop. Het betreft door de modder en plassen crossen (mjammie!), over de duizend positieve hoogtemeters bijeen fietsen in één rit en beekjes doorsteken (watercrossing).

Er is nog veel werk aan de winkel om mijn hoogtevrees in de afdalingen te overwinnen maar ik geef niet op. En dát gevoel geeft mij veel energie en levenskracht.

Het eerste etmaal te Spa

Het leven zoals het is. Met ups en downs, figuurlijk en letterlijk. Bij mij lees je wat goed gaat maar ik veeg het afval nooit onder het tapijt. Als het niet goed lukt, zeg ik het ook. Iedereen beseft dat het leven geen ponykamp is. Ook niet in Spa.

Gisteren planden Runcoach.be en ik een bescheiden mountainbike training in de vooravond. We kozen route 5. Drie sterren qua technisch niveau, bijna volledig offroad en een dikke 20 km die nadien 27 km bleek. So far, so good. Klikpedalen gingen goed, zware klimpartijen gingen goed, afdalingen onder controle tot die ene na 18,5 km waar ik per ongeluk – uit schrik doe je domme dingen – fout remde. Op mijn voorwiel.

Uiteraard ging ik onmiddellijk over kop. In slow motion beleefde ik alles erg bewust. Mijn hoofd raakte hard de grillige grond en het leek of iemand een mokerslag op mijn kaak gaf. De impact werd door mijn fietshelm gecounterd. Ook mijn schouder deelde in de klappen. Daarna viel mijn fiets op me. Scheenbeen bloedde lelijk maar dat was oppervlakkig doch mijn linkerdijbeen was er het ergst aan toe. Mijn quadriceps was niet alleen bont en blauw, het voelde vooral alsof een bruut er op bleef schoppen.

Ik dacht dat het nog maar anderhalve kilometer was en droogde mijn tranen. Misschien was het nog niet zo slecht dat het nog een kleine 10 km met klimmen en dalen bleek te zijn want de angst moest verdreven worden. Trappen deed pijn, maar wat wil je. Een beetje trager gaat ook.

Vanmorgen viel de pijn in mijn linkerdij redelijk mee dus de geplande 20 km trail lopen kwam niet in het gedrang. Vastbesloten zou ik desnoods wandelen in plaats van lopen.

Zelf koos ik de rode route van Extratrail van Decathlon. Runcoach.be zou meelopen op mijn tempo tot in Spa zelf om dan op zijn tempo uiteindelijk 35 km door de bossen te rennen met 1156 positieve hoogtemeters op de zwarte route. Hij deed dat aan een gemiddelde van 5'58" per kilometer wat straf is.

In het begin kon ik nog lachen en genieten.

De heuvelachtige bossen waren sprookjesachtig en mijn conditie zat goed.

Maar ik was helemaal alleen. Er was een ruzie ontketend tussen mij en mijn linkerbeen dat ik na een tijdje met mankepoot aansprak. Dreigen, slijmen, smeken, niets hielp. Mankepoot zei foert! en ik moest mijn plan trekken.

De weg was nog lang en steil. De natuur was prachtig maar ik baalde compleet. Het lopen ging niet naar mijn zin en deed pijn.

Gelukkig heb ik al veel ervaring met trail lopen en lang alleen lopen. Mijn trukendoos ging open. Verstand op nul en rustig blijven lopen. Vier tellen inademen langs de mond, drie uit. Repeat. Dat helpt echt en is mijn stok achter de deur als ik het zwaar heb tijdens het lopen. De natuur begin weer te glinsteren als een grote schatkamer.

Het parcours was trouwens prima afgepijld. Onmogelijk om te verdwalen. Decathlon verdient echt een pluim met Extratrails. Plots kwam ik aan de splitsing van de rode en zwarte route die tot nog toe samenliepen. De zwarte route maakte een grotere lus die later terug zou aansluiten bij de rode. Ergens op dat zwart stuk moest Runcoach.be aan het lopen zijn. Of misschien was hij zo snel dat hij alweer op het gemeenschappelijke rijd-zwarte pad was en mij nooit zou inhalen omdat ik achterop hinkte. De moed zakte me in de schoenen en ik onderging weer een moeilijk moment ondanks het theatrale uitzicht op de splitsing, zie foto:

Gelukkig volgde hierna een redelijk vlak wandelpad dat helemaal niet technisch was en de vooruitgang verliep beter dan ik gehoopt had.

Mankepoot gehoorzaamde zo goed hij kon en bracht me op het laatst in een mooi bos. En ineens was ik klaar. Terug bij af. Mankepoot en ik hadden het zonder kleerscheuren gehaald.

De 36 km MTB training heb ik uitgesteld. Wijselijk maar eerlijk? Ik had er vooral geen zin in.

Hoogtemeters

Wat een erg sportieve driedaagse in Chiny en Florenville zou worden, werd noodgedwongen aangepast naar een beetje sport en veel rusten. De overtuiging ‘als ik het kan, kan iedereen het’ moet alweer genuanceerd worden. Met de oudste dochter – veertien lentes – per mountainbike bulk kilometers in de Ardennen pakken, wordt uitgesteld tot nader orde. Toen ze op voorhand beweerde enkel plat en heuvelafwaarts te willen fietsen, meende ze dat blijkbaar letterlijk. 

We sliepen aan de oever van de Semois in een tentje. Om 7u was ik al op en klaar om in de koelte van de ochtend te gaan biken. Mijn ontbijt bestond uit een banaan, aardbeienmoes en maiswafels met lijnzaad. We zaten namelijk in the middle of nowhere. Ik snakte naar de straffe koffie waarmee ik mijn dagen aanvang. Vroeg opstaan en flink ontbijten is voor mij de evidentie zelve doch mijn meisje sliep als een roos in de tent die vanaf 9u begon op te warmen. Om 10u vond ik dat het echt tijd was om uit de kokende tent te komen. Dat werd dus sowieso fietsen tijdens het warmste moment van de dag. Ontbijten wou ze niet. De zin in banaan, aardbeienmoes en maiswafels ontbrak waarschijnlijk. Niet eten + sportief fietsen = problems. Misschien was ik niet streng genoeg en had ik haar moeten verplichten te eten of toch op zijn minst water te drinken. ‘Neen’ bij een veertienjarige is behoorlijk defensief en pertinent.

Gedurende zeven luttele kilometers werd mijn geduld op de proef gesteld. Midden in de beklimmingen stapte ze af om eerst geen voet meer te willen verzetten, maar dan in te zien dat er geen deus ex machina kwam. Dan weigerde ze nog verder naar boven te fietsen wat eigenlijk logisch was want als je tijdens het stijgen naar stilstand gaat, is het loodzwaar om terug aan te  zetten. De helling werkt dan als een gigantische handrem die niet wil lossen. Bovendien had ze dorst gekregen en gedronken van de bidon die ik netjes op haar mountainbike had bevestigd. Water met isotoon poeder. Op haar nuchter maagje deed dit geen deugd, met buikpijn tot gevolg. Ze wist wanneer ze moest schakelen van groot naar klein verzet maar overschatte zichzelf en onderschatte het klimmen. Doseren vraagt natuurlijk ervaring. Jong geweld knalt en verschiet alle poer nog voor de helft van de karwei volbracht is zonder te denken aan wat nog zal komen. Het is niet voor niets dat de leeftijd van ultra (trail) lopers vrij hoog ligt. Volhouden tot het eind is enkel mogelijk als je secuur je energie verdeelt. Je moet een goede loop- of fietseconomist zijn.


We geraakten in Florenville en namen een heel lang pauze met koffiekoeken en verwondering van het panoramisch zicht op de velden en de bossen daarachter.  Ze zei dat ze MTB haatte. Op een terrasje bestelde ik mijn eerste en laatste koffie van de dag en bereidde ik me voor op nog zeven kilometer tranen van woede. Haar optie dat ik terug zou fietsen en haar met de wagen oppikken wou ik niet horen. Ik wist dat als ik daaraan zou toegeven, ze een negatieve bevestiging zou krijgen. Dat het niet gaat. Zie je wel. Ik had het gezegd. 

Mijn meisje is geen watje. Het is een sterke meid die goed kan volhouden bij kajakken dus met de mountainbike moest dit ook lukken. Heel rustig zei ik dat we verder moesten. Dat niemand het voor ons in onze plaats ging doen. Dat ze moest blijven fietsen en niet midden in de stijging afstappen want dat het te voet langer duurde zoals ze had kunnen ondervinden. Dat het dan eigenlijk nog lastiger is. Lichamelijk maar ook mentaal want verschillende mensen hadden haar onderweg gevraagd of haar fiets stuk was toen ze haar zagen wandelen. Vriendelijk bedoeld maar motiverend was dat niet. 

Ze stapte op haar mountainbike en ik volgde haar. Ze trapte en volgde elke instructie keurig op. ‘Kijk, zie je die heuvel aankomen? Verander naar je klein blad ter hoogte van die boom.’ ‘Rustig blijven trappen, je zit in de juiste versnelling.’ ‘Goed bezig, blijven gaan.’ En dan ineens zonder ook maar één keer gestopt te hebben, waren we terug bij onze tent. 

‘Zie je wel dat je het kan?! Je hebt het gewoon gedáán.’ De beperkende overtuiging iets niet te kunnen was geëvolueerd naar de fijne vaststelling iets toch te kunnen. Een kleine stap maar een wereld van verschil.

Lopen in goede en kwade dagen


De brug naar het Begijnhof. Dit plaatje werd al door vele kunstenaars vastgelegd op doek of papier. Oneindig veel toeristen schoten hier een foto als bewijs dat ze idyllisch Brugge gezien hebben. Sommigen beweren dat je hier in een sprookje leeft. Deze foto maakte ik dinsdagochtend bij de thuiskomst na een tienkilometerloopje. Als wij buiten komen, is dit ons zicht. Als we voor ons kijken tenminste. Kijken we bijvoorbeeld naar links, dan zien we dit:


Sommigen verwijten je dat je hier in een sprookje leeft. Is het toegelaten om er het beste van te maken? Soms vraag ik mij dat af als ik merk hoe hard en zuur bepaalde mensen anderen decimeren. Maar mijn conclusie is dat het onze plicht is er het beste van te maken. De weg die ik bewandeld heb, is zeker niet de eenvoudigste geweest en sommige beslissingen waren hartverscheurend maar nodig. Om er het beste van te maken. Wie op de loer ligt en een ander een mes in de rug steekt onder het motto ‘ik ben ongelukkig, dus ik maak iedereen ongelukkig’ is bij mij niet meer welkom. De kansen zijn meer dan op voor wie anderen het daglicht in de ogen niet gunt.

Twee jaar nadat ik beginnen lopen was, viel mijn huwelijk uit elkaar. Er was geen oorzakelijk verband, het was niemands schuld en natuurlijk erg jammer voor die vier bloedjes van kinderen tussen vier en acht. Maakt dat van ons slechte ouders? Ik dacht het niet. De details gaan niemand aan, ik mijd drama en – gelukkig -komen we met vier (stief)ouders goed overeen maar dat wil niet zeggen dat ik van ijs ben. In het begin bleef ik lopen want ik zou mijn eerste 20 km van Brussel verwezenlijken. Maar daarna viel het stil.

Ik kon niet meer gaan lopen. Ik was bang. Niet van het donker, niet van wilde honden of eigenaardige figuren. Ik was bang van mezelf. Bang van mijn binnenste, gedachten en gevoelens tegelijk. Want als ik liep, kwamen eerst de gedachten tevoorschijn. Met een gemeen stemmetje. Je bent slecht. Het is jouw schuld. Je bent mislukt. Je deugt voor niets. Je stelt iedereen teleur. 

Aanvankelijk dacht ik slimmer dan het stemmetje te zijn. Ik zou niet luisteren maar het riep hardnekkig tot ik zwichtte. Angst stak de kop op en maakte de benen slap. Ik kon enkel gaan lopen als de kindjes niet bij mij waren en het gemis voelde tijdens het lopen nog ondraaglijker. Lopen associeerde ik met angst en verdriet wat moest worden vermeden. Na een tijdje weigerde ik nog te gaan lopen. Tenzij sporadisch in gezelschap maar dat was toen niet evident want ik had geen loopmaatjes zoals nu. 

Nochtans doet lopen net zo’n deugd voor lijf en leden. Je gaat helderder denken en kan mentaal weer tegen een stootje. Wandelen trouwens ook. Ermee beginnen en er een gewoonte van maken is misschien het moeilijkste. 

Ongeveer twee jaar later begon ik weer regelmatig te lopen. Meestal alleen. De draad terug oppikken vooral omdat ik toch iets aan de conditie wou doen en bepaalde afstanden me prikkelden. Nu was het een rationele aanpak. Een win-win concept. Kinderen niet bij mij?, ik kan maar beter goed voor mezelf zorgen zodat zij bovendien straks een fitte mama hebben. Dus in plaats van te treuren, lopen. 

Van het een kwam het ander en de liefde voor lopen groeide en doet dat nog steeds. Het zal dan ook geen toeval zijn dat Runcoach.be bijna drie jaar geleden in mijn leven kwam. Sindsdien is het lopen niet meer te stoppen. Lopen is een evidentie geworden. Een automatische handeling om energie bij te tanken die logisch is om te doen. 

Dus deze week prees ik mij gelukkig en de koning te rijk dat ik drie keer met zeer fijne mensen mocht lopen. 

  • Dinsdagmorgen 10 km intervallopen met Joke. Gemiddeld 5’30” per kilometer. Brugse Vesten. Allebei beseften we de meerwaarde van dit samen te doen.
  • Woensdagavond 9 km tempo lopen met David. Gemiddeld 5’41” per kilometer. Brugse Vesten.
  • Vrijdagavond 12,5 km boslopen met Kristie, David en Runcoach.be. De mannen veel sneller en wij gemiddeld 6’28” per kilometer.

Dat dit voor mij en vele andere lopers, fietsers, wandelaars, what ever, het goede leven is, zullen sommigen nooit snappen en ik heb daar geen enkel probleem mee. Maar mijn ding blijf ik doen en erover vertellen ook.

Assan rechtedeure


Vandaag gaf ik nascholing databasemanagement aan docenten op campus Kortrijk. Om de ecologische voetdruk te beperken en kilometers te malen, verplaatste ik me met de mountainbike. De kortste afstand van hartje Brugge naar Vives Kortrijk is 48 km.

Onderweg had ik geen pech, verdwaalde niet en ik kwam ruim op tijd aan dankzij mijn sterke benen die me niet in de steek lieten. Gelijk een ‘echte’ coureur. Er was wel een feit waardoor ik mezelf uit de comfortzone moest duwen om te vertrekken. Het goot namelijk water oftewel: het regende pijpenstelen, katten en honden. De hemelsluizen stonden open.

Ik fietste van Brugge naar Oostkamp en vanaf dan was het altijd rechtdoor langs de N50 tot in Kortrijk. Verdwalen voor Kortrijk zat er niet in en in Kortrijk zou ik een kaart bekijken. In de gietende regen fietste ik langs Waardamme, Ruddervoorde, Zwevezele, Egem, Pittem, Ardooie, Meulebeke, Ingelmunster, Hulste, Kuurne naar Kortrijk.

Vol modderspatten en kletsnat kwam ik aan op de campus in Kortrijk. Bibberend sukkelde ik met het fietsslot. Het idee mijn beestje onbewaakt achter te laten, stond me niet aan.

Ik waste me, kamde mijn haar en trok mijn jurk en pumps aan. Het duurde even voor ik stabiel op m’n hoge hakken kon blijven staan. Mijn lijf was koud tot op het bot en de airco in het computerlokaal waar ik les gaf was een beetje teveel van het goede.

Ik besefte nog niet dat ik een fout gemaakt had door niets meer te eten noch te drinken tot 13u. Dan at ik als lunch een broodje kaas en dronk een flesje Cola Zero. Om 13u30 trok ik terug mijn natte wielerkledij en -schoenen aan. Het thuisfront lonkte en het regende niet meer. De wind zat in de verkeerde richting en langzaam liep mijn batterij leeg. Na 30 km had ik geen kracht meer, schele koppijn en voelde me duizelig. Op de koop toe werd ik bijna aangereden door een bestelwagen die rechts afdraaide en mij duidelijk niet gezien had. We konden allebei op het laatste nippertje remmen waardoor we op een paar centimeter voor de net vermeden impact tot stilstand kwamen. Wonderbaarlijk klikten mijn schoenen snel los anders was ik voor zijn neus gevallen. Ik reed verontwaardigd verder richting Brugge en veegde een paar tranen uit mijn gezicht. Ik hoop dat die man er net zo slecht van was als ik me voelde.

Toen ik in Oostkamp kwam, stapte ik af aan een bankkantoor. Het leek een verzopen bankovervaller met fietshelm die gewapend met een debetkaart bevend het kantoor binnen stuikte. Met de centjes en mijn laatste kracht strompelde ik een bakkerij binnen en bestelde twee appelflappen, een vierkante crèmekoek en een flesje water. Op straat verorberde ik alles als een hongerige landloper. Natuurlijk was ik nog niet direct terug op krachten waardoor ik eerst een half kilometertje naast mijn fiets wandelde om dan pas terug het stalen ros te bestijgen.

Mijn lesje heb ik echt wel geleerd door aan de lijve te ondervinden dat het menselijk lichaam extra brandstof nodig heeft als je bijna 100 km fietst. Ik stond versteld van mijn calorieverbruik. Om 17u had ik al ruim 4450 kcal verbrand.


En het onderstaand kaartje en cijfermateriaal mag je maal twee doen. Wat een bijzondere werkdag.

Hell yeah!

Heel soms zijn er dagen voorbehouden om ongetemd en ongeremd de pannen van het dak te trainen. Afgelopen donderdag was zo’n dag. Leve het hoger onderwijs met zijn flexibele werkuren en als je graag gelooft dat we niet veel en hard werken op onze campus: not my problem. Ik heb geen tijd en zin voor negativiteit want ik wil leven.

Donderdag dus. Kindertjes naar school brengen en met de mountainbike in de wagen een uur doorrijden naar Kemmel, Heuvelland om de rode lus te fietsen via Loker, Westouter, De Klijte, Hallebast en Dikkebus terug aan de voet van de Kemmelberg. Dat verliep zonder schrik door bos en velden en kiezelstenen. Langs brandnetels, braamstruiken en berenklauw schuren maar ik ben er niet in gevallen met mijn klikpedalen. Nauwe paadjes met single tracks van 10 cm breed en open velden vol putten. Het begint vertrouwd te voelen. Een kleine 38 km met 523 positieve hoogtemeters.


Terug aan de auto, fiets in de auto en niet naar huis maar wel: mountainbike schoenen uittrekken, verse kousen en trail loopschoenen aantrekken. Hup, die Kemmelberg oplopen (20 graden helling) om te starten voor een testloopje van vier kilometer met 112 pos. hm. Ik wou namelijk ‘de wissel’ uittesten. Hoe voelen de benen tijdens het trail lopen onmiddellijk na een beklijvende MTB-rit? Ik vond het gevoel van eerst geen benen te hebben naar terug benen te hebben fantastisch. Want ja, die berg oplopen was loodzwaar maar hem dan terug afdalen was bevredigend en hem nog eens oplopen – verstand op nul – transformeerde me in een looprobotje. Hup, hup. Euforie eerste klas.


Tweede training was een feit. Onderweg naar huis, verorberde ik mijn zelfgebakken volkoren speltboterhammen met rode-bieten-zonnebloempitten-spread. Energie bijvullen.

In de namiddag blijgezind werken, wetende dat er een derde training volgde om 19u30.

Derde training. Met mijn lieftallige Lena. Fiets pakken richting kajak-club. Een prachtige doch vrij avontuurlijke tocht stond ons te wachten. In groep kajakten we om Brugge heen. Met uitstappen aan grasoevers en overhevelen van de boten naar andere wateren omdat sluizen de doorgang onmogelijk maakten. Met als hoogtepunt een donkere ondergrondse doorgang onder een druk kruispunt waar je extreem plat voorover moest liggen omdat er maar een halve meter hoogte was. Probeer daaronder maar eens paddelend vooruit te geraken. Het ‘toertje Brugge’ was een unieke ervaring die net geen tien kilometer duurde. De 35 hoogtemeters zijn te wijten aan het hijsen en klimmen aan de sluizen.


Dus daarom had ik een verkwikkende nachtrust en was ik vrijdagmorgen vroeg uit de veren om zeer goedgezind als een spring-in-het-veld de hele dag IT, marketing en marktonderzoek te doceren aan mijn studenten.