Marathon van Gent in balans

Twaalf weken geleden startte ik met een marathonplan. Vier en soms vijf looptrainingen plus één core power sessie per week zag ik absoluut zitten. Het enige wat na week 5 drastisch gewijzigd moest worden, waren de andere sportactiviteiten. Een week met ook nog badminton, kajak en mountainbike deed een alarmbelletje rinkelen dat ik mijn lijf zou oververmoeien.

Deze keer wilde ik een goede marathon lopen zonder de fouten die ik bij de twee vorige gemaakt had. Ik wilde niet oververmoeid en stijf van de stress starten. Ik wilde niet al mijn pijlen verschieten door een te snelle eerste helft. Ik wilde deze keer niet overgeven onderweg. En ik wilde vooral heel veel genieten van de trainingen. Enjoy the journey and the destination. Lopen op lange afstand is een mentale sport.

En zo geschiedde. Voor het eerst was ik helemaal klaar voor de marathon. De coach was ikzelf. Mijn schema had ik netjes afgewerkt, ik stond scherp met een vetpercentage dat naar 22% gezakt was, een verhoogde spiermassa en een BMI van 23. Nooit eerder was ik zo in topvorm door de prima balans die ik gevonden had.

En toch is het met een klein hartje dat ik gisterenmorgen om 8u15 uit de auto stapte aan de Topsporthal in Gent. Pieter had me gebracht en zou veel later op kilometer 30 met loopvriendin Els gaan supporteren. Het was ijskoud dus ging ik vlug naar binnen om mijn borstnummer af te halen. Nog drie kwartier om alles te regelen en praatjes te maken met bekenden.

Mijn zus en metekindje namen de bagage van de lopers in ontvangst en ik was blij hen te zien. Veel hallo’kes met lopers, supporters en mijn sympathieke studenten Sportmanagement die kwamen helpen. Een snelle oe-ist met de organisator. Nog een halve liter water en een banaan naar binnen werken. Plots zag ik Petra uit Antwerpen en was het bijna 9u. We zouden trachten samen te lopen. Tijd voor een laatste stress-plasje en vlug naar de startbox. Het was vier graden met een ijzige wind. Gelukkig was het 8u58 dus we zouden weldra starten en ons warm lopen.

Helaas pindakaas. 9u20 en we stonden blauw van de kou te huppelen in de startbox terwijl mijn brein het energieverlies in kaart probeerde te brengen. Een half uur huppelen = minder energie om te lopen… Mijn lijf wou warmte en dat was prioritair. Om 9u30 stonden alle marathonners te drummen aan de ingang van de Topsporthal om zich binnen te verwarmen. We hadden de boodschap gekregen dat de start uitgesteld was tot 10u. De politie gaf het parcours niet eerder vrij.

Geen paniekgevoel maar wel denken: ‘O neen, mijn ontbijt was afgestemd op starten om 9u. Mijn banaan ook. Daar gaat mijn voedingsplan…’ Ik had zo mijn best gedaan om mijn glycogeenstapel te optimaliseren. De man met de hamer rond km 25 wou ik grotendeels om de tuin leiden. De hongerklop een beetje kleiner maken. Dan nog maar een banaan gegeten, water gedronken en een allerlaatste keer plassen. Ik zou braafjes en getimed mijn sportvoeding slikken onderweg. En nooit stoppen.

We startten eindelijk om 10u en ik heb het nooit meer warm gekregen maar niets zou me dwarsbomen om een goede marathon te lopen. Het was koud en winderig maar de zon scheen en het pittig parcours was heel mooi. Veel single tracks in gras, bosgrond, grindwegen en ook asfalt. Fikse klimmetjes op het einde maar daar hou ik van.

De eerste 25 kilometers heb ik me voortdurend ingehouden. Mijn bilspieren waren te koud om te durven versnellen en mijn vrees om mijn vermogen vroegtijdig op te branden te groot. Ergens halverwege had ik Petra losgelaten en ik had geen idee of ze voor of achter me liep maar we wisten dat we samen zouden starten en dan wel zien en ons eigen lichaam moesten gehoorzamen. Een marathon loop je alleen in je eigen cocon.

Net voor km 26 was hij daar. De man met de hamer. De glycogeen was op en de overschakeling naar vetverbranding gebeurde. Mentaal en fysisch is dit een onvermijdelijke, lastige fase. Ik wist dat ik nu moest doorbijten tot km 32. Dat deed ik dan ook. Niet luisteren naar je hoofd dat wil stoppen. De benen wil immers doorlopen. Gelukkig liep ik dan een paar kilometers samen met ultraloper Victor.

Op km 30 stonden Pieter en Els. Els begon te lopen en praatte zachtjes op me in. ‘Goed bezig! Je kan het! Niet naar de helling maar naar de grond kijken!’ Ze liep mee tot het einde.

Gelukkig kreeg ik op km 32 mijn tweede adem en ik wist dat ik het zou halen in minder dan 4:30. Toch nog goed doseren. Nog een aantal lopers voorbij steken.

Op km 37 stond Anja te supporteren. Blijkbaar kent zij een aantal lopers uit de loopgroep van mij zus. Ze maakte foto’s van mij en Els waarvoor ik haar dankbaar ben.

Plots had ik 40 km gelopen. Ze hadden ons niet gespaard met nog een zeer pittig einde. Nog klimmetjes en dan een zalige hoge berm met bosgrond die uitkwam achter de Topsporthal. We liepen de hal vol publiek binnen en dat was magisch mooi. Ik sprintte over de finish en vloog in de armen van mijn zus die achter de lijn stond. High five met Els die zo lief was de laatste 12,195 km aan mijn zijde te lopen. Ik had 4:18:11 gelopen.

Derde keer, goede keer. Missie volbracht!

Marc loopt op het zuidpoolijs

marc-aim

Langeafstandsloper Marc De Keyser zette zijn eerste voetstap op Antarctica in 1996. Hij was toen weervoorspeller bij de luchtmacht maar had in de zomer van dat jaar rondgekeken om iets anders te doen. Toevallig had hij een vacature van de British Antarctic Survey ontdekt. Zij zochten een weervoorspeller voor de Antarctische zomer van 96-97 voor hun basis Rothera aan de westkant van het Antarctisch Schiereiland, een van de mooiste gebieden ter wereld. Antarctica is niet meer van Marc afgeraakt…

Gebeten door het Antarctisch virus heeft hij sindsdien iedere kans om terug te gaan benut. Marc werkte twee zomers voor BAS in Rothera, één voor de Australiërs op hun basis aan de Oost-Antarctische kust, en sinds 2007 reist hij met ALE (Antarctic Logistics and Expeditions) naar Union Glacier, in het binnenland nabij de Ellsworth Mountains. In totaal bracht hij reeds dertien zomers op Antarctica door. Dat is gemiddeld drie maand per zomer dus een totale zuidpooltijd van 39 maanden, meer dan drie jaar! En zo komt het dat Marc behalve op de bewoonde continenten ook loopt op Antarctica.

Eind januari had ik het genoegen Marc te interviewen over de Antarctic Ice Marathon. Als ik het zou kunnen betalen, zou ik niet twijfelen en mij onmiddellijk inschrijven voor een volgende editie maar waarschijnlijk blijft het bij een levenslang verlangen dat na het afnemen van dit interview nog meer werd aangewakkerd. Zet u schrap voor het Grote Marc De Keyser Interview.

Marc, een marathon lopen op Antarctica, weinigen is het gegeven om dit te mogen meemaken. Hem winnen is extra bijzonder. Wat zijn de typische reacties die je hierop krijgt?
Marc De Keyser: Meestal positief. Vooral vrienden en familie zijn altijd bijzonder enthousiast en sturen mailtjes of wensen me proficiat via Facebook. Maar aangezien we op Antarctica geen internet hebben zie ik die Facebook-berichtjes maar twee maanden later. Misschien dat sommige mensen me dan wel een dikke nek vinden omdat ik niet reageer. Dan is dat maar zo, ik zal daar echt niet van wakker liggen.

Wat wel leuk is, is dat ik een klein beetje media-aandacht krijg: vorig jaar werd ik naar aanleiding van mijn overwinning in 2014 uitgenodigd in de Zevende Dag bij Ruben Vangucht. Dat vond ik zeker leuk, het interview zelf was spannend maar ik heb daar achteraf nog een leuke babbel gehad met mijn jeugdidool Roger De Vlaeminck. We zijn allebei van afkomstig van Eeklo en ben als kleine jongen altijd fan geweest. Eigenlijk nog steeds.

Hoeveel keer liep je de Antarctic Ice Marathon?
Marc De Keyser: De Antarctic Ice Marathon is de enige officiële marathon die binnen de Antarctische cirkel wordt georganiseerd. Jaarlijks wordt die georganiseerd door Richard Donavan, een Ierse ultraloper. De eerste keer dat ik meeliep was in 2007, in Patriot Hills. We waren met een twintigtal deelnemers. Het weer was echt slecht die dag: betrokken met sneeuw en slechte zichtbaarheid, je zag nauwelijks waar je liep. Maar toch won ik die marathon. Dat was absoluut een unieke ervaring.

Ik herinner me niet meer mijn hoeveelste marathon dit toen was, waarschijnlijk de zestigste of zo, maar het was de eerste die ik ooit won. Amai, wat was ik toen content!

In totaal liep ik vijfmaal de marathon waarvan ik er twee won en tweemaal tweede werd. Dit jaar (november 2016) werd ik zesde. Het jaar nadien liep ik mee met de honderd kilometer race. Een mens moet zo af en toe eens zijn grenzen verleggen, toch? We waren met zes deelnemers. Ook deze keer kwam ik als eerste over de finish, als ik het me goed herinner, liep ik iets meer dan twaalf uur.

Hoeveel keer liep je de 100 km op Antarctica?
Marc De Keyser:  Drie keer. De honderd kilometer won ik tweemaal en eenmaal werd ik tweede. Het is echt mijn ding: het trage starten, geleidelijk versnellen, het alleen zijn enkel met je voetstappen in de sneeuw. Het geeft me een kick, iedere keer opnieuw.

Krijg je soms ook negatieve reacties?
Marc De Keyser: Och ja, er zijn altijd wel mensen die wat moeten afdingen op je goede gevoel, nietwaar? De meest voorkomende, negatieve reactie is dat ik het na al die seizoenen op Antarctica en lopen in de koude en de sneeuw, het al heel goed gewoon geworden ben om daar te lopen. En eigenlijk hebben ze niet volledig ongelijk, dat is een voordeel. Maar kijk, iedereen heeft door waar of hoe hij leeft een voordeel: ga jij tegen Kilian Jornet gaan zeggen dat het niet moeilijk is om te UTMB te winnen omdat hij geboren en getogen is in het hooggebergte? Is het een wonder dat er geen goede skiërs uit Afrika komen? Nee, ik denk dat het een beetje in de aard van sommige mensen ligt om nooit positief te kunnen zijn. En lig ik daar van wakker? Nee hoor.

Kun je het verschil verwoorden tussen een marathon lopen in Europa en op de Zuidpool? Wat met de loopkledij of de logistieke ondersteuning?
Om te beginnen, de afstand is dezelfde: 42,240 kilometer. No joke! Het grote verschil zit natuurlijk in de weersomstandigheden die je voorgeschoteld krijgt. De marathon wordt meestal gelopen tegen het eind van de maand november. De winter is dan reeds voorbij en de zomer doet zijn eerste schuchtere pogingen. Maar we moeten toch nog steeds rekening houden met temperaturen die variëren tussen -15 en -20 graden Celsius. Op zich is dit niet uitzonderlijk koud maar dikwijls staat er ook een stevige wind die de gevoelstemperatuur fors naar beneden haalt: -30 tot -35 graden gevoelstemperatuur is zeker niet uitzonderlijk.

Natuurlijk moet je je in die omstandigheden uitzonderlijk goed beschermen: het minste stukje huid dat aan de lucht wordt blootgesteld, kan bevriezen.De meeste deelnemers zijn bang om het  koud te krijgen dus ze gaan zich extra warm kleden. Maar eens ze een half uur aan het lopen zijn, krijgen ze het veel te warm en gaan ze zweten. Daar schuilt hem net het grote gevaar: mensen trekken handschoenen of mutsen uit wat is nu net wat je niet moet doen. Ieder jaar is er wel eentje bij die veel te warme handen had, zijn handschoenen uittrok en uiteindelijk met bevriezing aan de vingers naar huis ging.

Een andere klassieker is: de zonnebril. Het principe is dat je altijd een zonnebril draagt, ook als het bewolkt is. Maar als je in die koude omstandigheden met een zonnebril loopt en je gaat wat zweten gaan de glazen van je zonnebril al vlug bedampen. Met als gevolg dat je niks meer ziet natuurlijk. Logische reactie: de bril wordt opgeborgen en er wordt zonder bril gelopen. Negen op de tien keer worden die mensen zonneblind. Door een overdaad aan licht gaan je ogen ontsteken, wat aanvoelt alsof er grove korrels zand op je netvlies zitten. Pijnlijk!!!!

In november moeten we er op Antarctica bovendien rekening mee houden dat het gat in de ozonlaag nog vrij groot is. Dit betekent dat UV-stralen ongehinderd het aardoppervlak bereiken. Dus zelfs als het een bewolkte dag is, wordt iedereen aangeraden om zich grondig in te smeren met sun block. Zo verhinder je op korte termijn pijnlijke verbranding en verklein je op lange termijn het risico voor huidkanker.

De volledige marathon wordt gelopen op sneeuw waarop een baan geprepareerd is om op te lopen. Desondanks kan het toch gebeuren dat de sneeuw zacht is en dat je er tot aan je enkels in wegzakt. Dat maakt het natuurlijk extra zwaar.

Voor de rest zijn er ook verscheidene check points op het parcours waar je warme of koude dranken kan nuttigen of zelfs even in een slaapzak kan kruipen om wat op te warmen. De omkadering van de marathon is heel goed, en iedereen wordt goed in de gaten gehouden om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren.

Dit is typisch een marathon die je moet lopen om te genieten: de omgeving waarin je loopt, is adembenemend mooi, de uitgestrektheid en de verlatenheid overvallen je op elk moment. Het is de allermooiste marathon die je kan lopen!

Hoe bereid je je voor op een Antarctic Ice Marathon?
Niet speciaal eigenlijk. Ik liep mijn eerste marathon in 1995, dat was de Guldensporen Marathon, van Kortrijk naar Brugge. En ik ben nooit opgehouden met veel te lopen. Ik heb jaren 120-140 km per week gelopen. Op die manier bouw je aan een basisconditie die je in staat stelt om op ieder moment een marathon te lopen. Die basisconditie is eigenlijk het allerbelangrijkste.

Maar specifiek trainen om te lopen in de koude, neen, dat doe ik niet. Door mijn ervaring weet ik welke kledij ik het best draag, weet ik ook dat je niet als een gek van start moet gaan, dat je ondanks de kou regelmatig moet drinken, dat je moet uitkijken voor sneeuwblindheid of bevriezing-verschijnselen, enz. Over al die dingen hoef ik me geen zorgen te maken, en dat vermindert het stress-gehalte sowieso. Want ik zie wel dat de meeste deelnemers die voor het eerst in Antarctica komen, zich zorgen maken over het vestimentaire onderdeel. Ze zijn bezorgd en gestresseerd door de onzekerheid over wat hun te wachten staat. En wat wordt door die stress veroorzaakt? Slecht slapen en buikkrampen! En dat dit nu juist de dingen zijn die je echt wil vermijden als je een marathon loopt.

Train je voor de 100 km veel intenser of hoe moeten we ons dat voorstellen? Wat zijn de grote verschilpunten behalve de langere afstand?
Marc De Keyser: De marathon bestaat uit twee ronden van 21 kilometer terwijl er bij de honderd kilometer tien maal tien kilometer gelopen wordt. Dat is doelbewust gedaan omdat men op die manier de deelnemers beter in het oog kan houden. Bij een honderdkilometerloop wordt er al gauw een bepaalde grens overschreden en liggen uitputtingsverschijnselen door de inspanning en de kou meer voor de hand. Omdat de deelnemers op die manier tien maal door het kamp passeren waar wij onze faciliteiten hebben, kan er vlug ingegrepen worden.

Het is niet uitzonderlijk dat bepaalde deelnemers twintig of meer uren doen over de honderd kilometer. Een uitzonderlijk keer is er een deelnemer zelfs een paar uur in zijn tent gekropen om een dutje te doen en liep hij gewoon verder!

Maar om op vraag te antwoorden of ik anders train vooraleer ik honderd kilometer loop: wat ik probeer te doen in de maanden voor een honderd kilometer, is lange afstanden lopen aan een heel traag tempo. Het gaat dan eigenlijk niet meer over de afstand die je loopt maar wel over de tijd. Je moet je lichaam laten wennen aan een inspanning over een lange tijd. Als ik aankom van een tienkilometerloop kan ik er compleet door zitten, meer dan bij honderd kilometer. Het herstel van een honderdkilometerloop daarentegen neemt veel meer tijd in beslag.

Geen idee of er ook een gevaarlijk aspect is bij het lopen op Antarctica. Mij lijkt het een sprookje. Geniet je intens van het ijslandschap en het idee dit te kunnen doen tijdens een Ice Marathon? Zijn er momenten dat je bang bent bvb. voor barsten of kloven in het ijs?
Marc De Keyser: Het grootste gevaar ligt bij jezelf. Je krijgt te warm en je trekt je handschoenen of muts uit. Je bril bedampt en je doet hem af. Je drinkt weinig of niet. Al deze kleine handelingen kunnen grote gevolgen hebben. Je moet zorgen dat je jezelf steeds onder controle hebt: je moet niet vlugger gaan lopen omdat je bij dit groepje wilt blijven terwijl je gevoel zegt dat je het beter niet doet.

Maar voor de rest is dit een zeer goed omkaderde marathon waarbij de veiligheid van de deelnemers op de eerste plaats komt. Er zijn permanent twee sneeuwscooters die rond het parcours rijden om de deelnemers in de gaten te houden. Ook op de check points wordt bij iedereen gecontroleerd of men nog wel in orde is.

Het gevaar voor crevassen is natuurlijk wel reëel. De marathon gaat door op een gletsjer, dus ijsspleten zijn er zeker aanwezig. Maar op voorhand wordt de ondergrond grondig gescreend met een GPR, wat staat voor Ground Penetrating Radar. De lopers mogen zeker zijn dat grond zich niet plots voor hun voeten zal openen. Maar die garantie is er niet als er van het parcours afgedwaald wordt – dus de deelnemers worden er streng op gewezen dat ze het parcours zeker niet mogen verlaten.

Heb je een loopmaat of loop je solo?
Marc De Keyser: Lopen is voor mij op de eerste plaats een solo-onderneming, vooral op Antarctica. We leven daar met een tachtigtal mensen op een zakdoek groot kamp, dus dag in dag uit, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ben je omringd door mensen. Dat uurtje dat ik dan het kamp kan verlaten om te lopen ben ik echt blij dat ik even alleen kan zijn.

De temperaturen in België schommelden de voorbije weken rond het vriespunt waardoor bij velen het lopen stil lag. Zijn er behalve oppassen voor uitglijden zaken waarop we moeten letten als we bij vriesweer gaan rennen?
Marc De Keyser: Gepaste kledij dragen natuurlijk en dat is voor iedereen enigszins anders. Ik denk dat je als vuistregel mag gebruiken dat wanneer je van start gaat in koude weersomstandigheden, je altijd lichtjes oncomfortabel koud moet hebben: dat lichte koudegevoel gaat over eens je opgewarmd bent. Dit voorkomt dat je te gauw te veel gaat zweten.

Veel mensen drinken minder als ze lange duurlopen in de koude doen. Verkeerd! Je zweet evenveel, het verdampt enkel vlugger dus je hebt minder het gevoel dat je moet drinken. Een goed advies: drink evenveel als wat je gewoon bent wanneer je loopt in de zomer!

In 2016 had ik het genoegen zelf te lopen tijdens jouw 78ste en 80ste marathon. Dat waren mijn twee eerste marathons maar duidelijk niet jouw laatste. Loop je door tot 100 stuks?
Marc De Keyser: Wat ik zeker weet is dat ik loop zolang mijn lichaam het aankan en ik er van geniet.

Ik hou van lopen, het geeft me zowel fysische als mentale frisheid. Ik kan me geen leven zonder lopen voorstellen.

Marathons of andere races zijn een surplus maar zeker geen noodzaak. Dus als ik die honderdste marathon loop zullen we dat zeker gepast vieren maar komt die honderdste marathon er nooit, dan zullen we een andere reden moeten vinden om dat feestje te organiseren!

Nog een afsluitertje, Marc. Wat als je tijdens de Ice Marathon moet plassen?
Marc De Keyser: Haha, die vraag doet me denken aan het nummer ‘Don’t eat the yellow snow’ van Frank Zappa! Plassen in de sneeuw is not done! Tijdens de marathon zijn er een drietal toiletten voorzien. Dus als je geen prostaatprobleem hebt zijn er voldoende faciliteiten voorzien om de sneeuw niet geel te hoeven te kleuren! In andere gevallen neem je je plasfles mee.

Marc, hartelijk dank voor dit fijne interview. Het was ook heel tof om jou in een loopshirt van Runcoach.be te zien finishen. Zo waren wij toch ook een stukje aanwezig op Antarctica.

Tweede marathon

Na een extreem drukke maar productieve werkweek met minderwaardige nachtrust ontwaakte ik gisteren toch vol energie en met blinkende ogen. Ondanks nachtmerries over een ongewenste zwangerschap maar toch de marathon lopen – wat niet weet niet deert – tot hopeloos te laat komen aan de startplaats, had ik de voorbije nacht lekker geslapen.

Koude douche om de spieren te verkwikken, ontbijt verorberen en looptenue aantrekken. Klaar om te vertrekken en zin om de In Flanders Fields Marathon te lopen.

Mijn man Runcoach.be en ik kwamen netjes op tijd aan in Nieuwpoort waar ik mijn borstnummer 80, veterbadge voor de tijdregistratie en T-shirt voor mijn begeleidende fietser in de Vijsmijn afhaalde. Runcoach.be zou immers meefietsen vanaf km 18. Dat is in Diksmuide aan de IJzertoren. Vanaf dat punt mag dat mits registratie vooraf en oranje begeleidersshirt.

We ontmoetten ginder onze goede vrienden Marc en Michele. Voor mij slechts de tweede maar voor Marc was dit zijn tachtigste marathon. Michele haar ondersteunende rol was dezelfde en net even belangrijk als tijdens mijn eerste marathon want ook deze keer maakte de marathon geen lus maar een lijn van A naar B. Je kan vroeg de bus nemen en je bagage afgeven aan de organisatie maar een vriendin die dat enthousiast voor jou doet, is op marathon-dag een dankbaar surplus.

In afwachting van het startschot ontmoette ik andere marathonlopers die ik daar verwachtte. De Antwerpse Voorvoetlander Raf die erg sympathiek bleek te zijn. Facebook friend Benny, 63 jaar, op pensioen maar toch eventjes een marathon lopen, mijn huisarts Lut, in de verte Filip en Runcoach.be-klant Tom. Babbel-de-babbel en dan plots een schot en mensen die voorwaarts stappen, over de startlijn passeren en dan lopen. 42,198 km aan een stuk de krachten doseren.

Ik liep bewust traag met het plan elke km in 6’30” te vervolmaken. Zo kwam ik na 18 km mooi op schema aan de IJzertoren in Diksmuide waar eerst loopmaat aka snelle marathonloper Joffrey en zijn vrouw Inge stonden te supporteren. Even daarna passeerde ik Michele en Runcoach.be die zijn fiets op sprong om de rest van de marathon bij mij te blijven.

Het lukte me niet om de 6’30” te behouden om allerlei redenen. De zon, de zure oprispingen en het kokhalzen, de schrik voor blessures – ik wist dat Tom op km 18 gestopt was door zijn knie -, de ademhalingsproblemen die een paar keer tot zuurstoftekort en duizeligheid leidden, de hoofdpijn, de stress, de faalangst, de eentonigheid van de loopbeweging. Maar nooit pijn in mijn benen en ik stopte nooit met lopen dankzij de aanwezigheid van mijn Runcoach.be. Ik liep in een roes, een waas en langs prachtig water van de IJzer en de Ieperlee.

Soms stonden de tranen in mijn ogen maar ik dacht aan wat m’n beste vriendin me gestuurd had voor de start: niet denken aan die andere lopers die sneller zijn, wel aan die 99% mensen die geen marathon lopen.

Het einde kwam in zicht en op 41 km riep Isabel me aanmoedigend toe. Ik moest op m’n tanden bijten om niet te huilen. Je beleeft extreme ups en downs als je een marathon loopt.

Net voor de Menenpoort was het Nathalie die supporterde. Door de Menenpoort lopen na 41,5 km waar duizenden namen van gesneuvelde soldaten in de muren gekapt zijn was een heel intense ervaring. Als je vrede zou kunnen bekomen door eindeloos te lopen, zou ik lopen tot ik er bij neer viel. Helaas.

Toen kwam ik op de Ieperse markt om te finishen. Moe maar tevreden.

Aanmoedigingen, medaille, finishers T-shirt, Runcoach.be en alles beleven als een droom. Is het echt gedaan?

Ik heb er absoluut geen spijt van maar heb geleerd dat ik niet gemaakt ben om marathons te lopen.

Finishen in 5 uren en ademhalingsproblemen onderweg.  Zo fantastisch voelde dat niet. Eerlijk is eerlijk. Het zou niet mogen gezien mijn prima trainingen ter voorbereiding. Marathon lopen is niet mijn sport. Trail running op die afstand echter wel. Dat is gisteren weer bevestigd. Mijn uithoudingsvermogen en kracht zijn er. Mijn snelheid echter niet.

Deze marathon zou ik om twee redenen traag lopen maar hij was trager dan gepland. De eerste reden was geen geheim: ik wil asap recupereren om op tijd aan mijn 1000 km lopen te geraken om mijn uitdaging voor Loop Naar De Maan te halen. De andere reden zou ik na de marathon verklappen. Deze marathon was een training voor mijn allereerste ultra trail die ik dit jaar nog zal lopen. Ook daarom moest ik snel recupereren en dus traag lopen. De details vertel ik een volgende keer.

 

Marathon week

Vorige week zondag liep ik dus een laatste lange duurloop van 26 km maar wat volgde daarna? Een extreem drukke werkweek. Voorbode van een zware periode op het werk die de komende 12 weken de plak zal slaan. Stel je hier ellenlange werkweken bij voor. Veel tijd om te stressen voor de marathon heb ik niet en de marathon zelf zal mijn hoofd wat leger maken.
De voorbije week heb ik nog eens ruim 26 km gelopen maar dan in vier delen.

Woensdag een trage 10K rond de stad, alleen, ’s ochtends voor het werk. Donderdag een snellere 6K tijdens de lunchpauze in het bos met twee loopmaatjes. Vrijdag een trage 5K tijdens de lunchpauze, weer met twee loopmaatjes in het bos. Gisterenavond een snelle 5K op de Vesten, alleen, waar ik me de koning te rijk voelde en ten volle genoot. Laatste korte loop voor de definitieve tapering.

img_4715

Ondertussen carbo-loaden en wat meer trachten te slapen maar dat laatste is moeilijk door de zenuwen en de piekperiode op het werk. Deze week mag ik nog 3 à 4 kilometer lopen maar dan is het gedaan tot zondag. Mijn teller voor Loop Naar De Maan staat vandaag op 838 km en zou tegen half oktober moeten oplopen tot 1000 km, maar toch moet ik me nu even inhouden voor de aankomende hoogdag. M-day waarvoor ik een eenvoudig plan heb.

Ik ga de marathon aan een traag tempo lopen en proberen om elke kilometer in 6’30” rond te krijgen zodat ik snel kan recupereren. Daarna wil ik immers verder lopen naar mijn 1000 km. Maar de hoofdreden hierachter heb ik beloofd nog niet te onthullen. Na de marathon verklap ik groot nieuws. Nog even geduld uitoefenen.

Een nieuw begin

Tijdens het vieruurtje met de kinderen in het park, toen ze verstoppertje waren spelen en ik blootsvoets een momentje helemaal voor mezelf had, merkte ik tot genoegen dat mijn tenen zich bijna hersteld hadden van een lelijke periode. Ik heb bijna overal terug teennagels, hoera!

Want wie wil er peeptoes of sandaaltjes dragen met tenen zoals deze foto van november vorig jaar?


Er was geen voorhamer of Brugse kassei op mijn teen gevallen. Hier is sprake van een typische loperskwaal. Eergisteren vroeg een student mij nog raad bij het verzorgen en vooral voorkomen van blaren op de zijkant van de voeten, onder de grote teen. Been there done that. Daar heb ik ondertussen zelf geen last meer van dankzij eelt en mij op het lijf geschreven trailschoenen. Next level = teennagels verliezen. Hopelijk blijft student X er van gespaard.

Enfin, no pain, no gain en het hoort erbij. Geen lusten zonder lasten en de bluts met de buil.

Het volgende gedachtensprongetje op mijn matje op het gras in het park diende zich aan. Dringend tijd om terug te starten met marathon-training! Red alert.

Maar Runcoach.be liet mij nog niets weten over een nieuwe start. Dan maar zelf een schema opzoeken via de app Runkeeper. Runkeeper zei: “Vier looptrainingen per week en je moest al een week bezig zijn om marathon-proof te zijn op nineeleven.” Oeps.

Terug thuis met de kinderen zei ik langs mijn neus weg tegen Runcoach.be dat ik maandag mijn nieuwe marathontraining opstartte. “Nee hoor, je start zondag al. Kijk maar in je mailbox. Je denkt toch niet dat ik je vergeten was?” Hij vroeg me ten stelligste om me niet te vergalopperen aan een standaard marathon schema wegens niet compatibel met mijn duaal leven als voltijds lector hoger onderwijs waarin nog eens een werkdrukverhoging volgt en als mama van veel kinderen. Of ik al vergeten was dat ik me twee jaar geleden op die manier na acht weken kapot gelopen had op een Runkeeper trainingsprogramma voor marathon?

Ik moest denken aan een ex-studiegenoot die me gisteren gemaild had. Hij heeft het te druk om naar believen te lopen en recupereert van een loopblessure. Hij volgt mijn loopavonturen en is ‘jaloers’.

We gaan geen opbod inrichten over wie het meest en het zwaarst werkt, maar ik durf toch te stellen het levende bewijs te zijn dat je ondanks een mega-druk leven wél een marathon kan lopen.

Dat de hele periode van voorbereiden zelfs een zegen is, een vluchtheuvel in die drukte. Dat ik de stress van werk en gezin bovendien beter meester kan. Of dacht hier iemand dat ik tijd op overschot had? Ik ben maar een gewoon mens van vlees en bloed. Het is te danken aan mijn coach dat ik dit gedaan krijg. Bel hem op 0473/311023, schrijf hem via info@runcoach.be en informeer je bij hem nu hij nog plaats heeft. Voor hij helemaal door B2B wordt opgeslokt. Het is hem gegund maar ik stel vast hoe tevreden zijn lopers zijn en hoop dat hij er nog een deel gelukkig kan maken.

Mijn hart slaakte een inwendig gilletje toen ik mijn mailbox checkte. Zondag mag ik terug starten. Met 15 kilometer. Nog twee dagen de beentjes koest houden en we zijn weer vertrokken.

Marathon in mineur


Waar moet ik beginnen met het verslag van mijn eerste marathon, de Marathon Zeeuws-Vlaanderen? Gisteren heb ik hem eindelijk gelopen dus mijn droom is verwezenlijkt. Helaas was het een vijf uur durende nachtmerrie. Correctie. Het begon goed en het finishen met dochter Emma die een eindje meeliep, was fijn.

Het zijn mijn geest en mijn lichaam die faalden maar een drietal factoren hebben me niet bepaald geholpen.

Ten eerste werden we vrijdag, uitgerekend de dag voor de marathon, onterecht met zorgen opgescheept. Geen idee of anderen het van zich af zouden kunnen zetten maar zelf ben ik zo gevoelig dat mijn functioneren blokkeert in dergelijke situaties en ik buikpijn krijg. Donderdagnacht lag ik nog wakker van de zenuwen. Vrijdagnacht van het verdriet en de vraagtekens.

Toch stond ik gisteren met voldoende moed op om naar Nederland te vertrekken. Vrienden haalden ons op en Emma ging mee. Aangekomen in Hulst regende het pijpenstelen maar gelukkig stopte dit toen we startten.

Ten tweede. Ik was nerveus en liep in een cocon waar ik probeerde alles buiten te sluiten. Ik leek weer toeschouwer van mezelf. Emotieloos en vervreemd. Tot 10 km ging het best goed maar genieten kwam er niet aan te pas. De natuur was prachtig maar het weer bar door tegenwind en het parcours loodzwaar. Gras, modder, aarde en soms asfalt.

mzv1

Ten derde. Rond 15 km begon mijn maag vervelend te doen en na 17 km kromp hij zo samen dat ik moest overgeven. Niet goed maar ik hoopte dat de kous daarmee af was. Na bijna 20 km haalde Dorien, die ik de laatste week via de social media had ontmoet, me in. We liepen en praatten wat samen maar ik voelde me niet het fijnste gezelschap met mijn boodschap dat ik maagkrampen had en tegen een mentale opdoffer vocht. Over het overgeven zweeg ik uit schrik te horen dat ik beter zou ophouden. Het was best fijn haar in levende lijve te ontmoeten. Ze was zo opgewekt, positief en had een heel open blik. Laat mij maar, zei ik, ga maar! Omdat ik me ellendig voelde, was ik liever alleen. Ik zou toch niet kunnen blijven volgen.

Ik had net zoals gepland op 20 km mijn eerste gel ingenomen. Zonder sportvoeding rond 20 km is het moeilijk om lange afstanden te lopen want je glycogeenvoorraad geraakt uitgeput. Mijn maag verdroeg het niet goed en na een poos, toen ik water gedronken had bij de volgende voorraadpost, moest ik weer kokhalzen en overgeven.

Ik was nog maar halverwege, de moed was in mijn schoenen gezonken, kon het slechte nieuws van de vorige dag niet uit mijn lijf krijgen en voelde me compleet mislukt als loper. Als Michele en Emma langs het parcours stonden, zou ik de marathon afbreken. Maar ze hadden blijkbaar besloten om ons in Terneuzen aan de eindmeet op te wachten. Achteraf gezien maar best want Marc was blijkbaar hetzelfde van plan wegens pijn aan zijn been.

25 km ver en ik was leeg. Een auto zonder brandstof. Wandelen in plaats van lopen. Tweede gel inslikken op goed geluk. Natuurlijk protest van de maag. Deze keer was hij nog maar doorgeslikt of hij moest er al weer uit. Huilen en nu echt willen stoppen. Ik liep in een natuurdomein waar je niet kon stoppen en besloot bij de volgende voorraadpost te eindigen.

Achter me hoorde ik iemand afzien en overschakelen naar wandelen. Het was Tin. Nog iemand die op de sukkel was. Overal had ze krampen. In- en uitwendig. We wandelen samen. Terwijl ik nog aan stoppen dacht, zei zij: “Het is mijn eerste marathon en ik ga hem uitlopen!”

mzv2

Voor mij was dit een cruciaal moment. Haar vastberadenheid en de steun van zoveel mensen uit mijn omgeving, gaven me de kracht die ik nodig had om vol te houden.

Tot 38 km hebben Tin en ik afwisselend gelopen en gestapt. Soms samen, soms apart. We kwamen elkaar telkens weer tegen. Haar papa fietste mee op de stukken waar dit kon. Daardoor kon ik haar met een gerust geweten achter me laten.

Nog 4 kilometer, nog 2 km en dan plots liep ik het centrum van Terneuzen binnen. Emma stond klaar om de laatste meters met mij naar de finish te hollen. 5u en 7 minuten was ik onderweg geweest. Dit rampscenario had ik niet eens mogelijk geacht. Mijn coach ook niet.

Van de uitputting, schaamte en teleurstelling maar ook opluchting dat ik hem toch uitgelopen had, huilde ik als een klein kind. Achteraf vernam ik dat dit een zware marathon (veldlopen) is die dit jaar door de weersomstandigheden de zwaarste editie ooit was. En dat ik helemaal niet bij de laatsten was. Een schamele troost maar het helpt wel.

Genoeg getreurd. We zijn een dag verder. Volgende keer beter. Dat zal op nine-eleven zijn. De In Flanders-Fields-Marathon lonkt.


Veel dank aan de heer Paul Compiet die de lopers tijdens de Marathon Zeeuws-Vlaanderen fotografeerde. Beide loopfoto’s in deze blog komen van zijn Facebook-pagina.

Wachten

Het is weer iets nieuws dat je je pas kan inbeelden als je het al zelf meegemaakt hebt. Misschien is het een van de redenen waarom marathonlopers elkaar wereldwijd stilzwijgend verstaan en verbondenheid ervaren. Ik heb het over de laatste dagen voor een marathon. De eerste keer is misschien de akeligste? Ik hoop het althans want ik ben niet van plan om me elke keer tijdens marathon-week ellendig te gaan voelen. Denk in termen van nachtmerries en angstzweet. In detail treed ik niet. Het zal bij elke marathonloper andere vormen en proporties aannemen en ik wil aspiranten niet afschrikken.

Begrijp me niet verkeerd. Ik verlang naar zaterdag, naar het startschot in Hulst, de volle 42,195 km lopen en het overschrijden van de eindmeet in Terneuzen. Maar dat het nu maar gauw mag beginnen. De zenuwen gieren door mijn lijf. Goede moed vermengd met schrik, niet om af te zien maar om te falen. Ik moet dit niet doen maar wil het zo graag. Alleen heb ik jaren gedacht dat ik het misschien niet kan. Alle anderen wel maar ik niet. Nochtans is mijn man, net als zijn bestie Marc, een seriële marathon- en ultratrailloper. Maar zij zijn in mijn ogen hors catégorie. Het zou zot zijn om de vergelijking aan te gaan met sterke mannen die naast ‘gewone’ marathons ook de Antarctic Ice Marathon en 100 kilometer van Antarctica wonnen (Marc) of honderden kilometers in het hooggebergte trailen (Runcoach.be).

Lopen is grotendeels egocentrisch en het erover bloggen al zeker. Dat is een van de redenen waarom ik content ben dat de campagne Loop Naar De Maan nu bezig is. Dan kan ik het lopen opkrikken naar een niveau met maatschappelijke meerwaarde. Groot was mijn verbazing dat mijn uitdaging om tegen 16 oktober €1000 bijeen te sprokkelen schijnbaar redelijk bescheiden was. Bekenden en minder bekenden sponsorden mij al voor €740. Dat geeft een warm gevoel. Dat mensen betrokken zijn en dit project graag steunen. Dat ik via lopen, mensen activeer om een steentje bij te dragen in de strijd tegen kanker.

Zaterdag lever ik dus mijn persoonlijke strijd tegen de wind en mijn eigen grenzen. Zonder de steun van andere mensen zou ik hier niet klaar voor zijn.

  • Runcoach.be heeft me klaargestoomd.
  • Andere loopsters gaven me moed door de 2 voorbije weken als voorbeeld te dienen.
  • Mijn ouders zorgden voor de kinderen zodat ik me tijdens lange trainingen geen zorgen hoefde te maken.
  • De kinderen steunen me door te supporteren, mee te lopen of me op te wachten aan de finish.
  • Talrijke vrienden, collega’s en kennissen uiten via verschillende kanalen hun sympathie en wensen me geluk.

Zaterdag zet ik een droom in werkelijkheid om. Deze loopster is een dankbaar en gelukkig mens.