#sportersbelevenmeer

Mick Jagger zingt een liedje dat regelmatig door mijn hoofd spookt. You can’t always have what you want. Je kan dat in meerdere opzichten beschouwen. Kiezen is verliezen of ook: soms wil je iets kiezen dat niet lukt. Soms sla je de bal mis. Dat moet je leren aanvaarden. Tenzij je opnieuw probeert om toch te slagen in je opzet.

Hierover zal ik het deze keer niet hebben. Ik ken mijn sportieve grenzen maar al te goed. En ja, dat doet soms zeer ook al ben ik blij met wat ik wel kan.

Over dat kiezen is verliezen. Een dag telt maar 24 uren en dat is voor mij persoonlijk te weinig. Zo veel dat ik wil doen maar zo weinig tijd. Eergisteren liepen weer heel wat atleten een (halve) marathon, o.a. in Brugge. Ik ging naar de start om enkele lopers aan te moedigen na een zeer korte zaterdagnacht. Zelf meelopen zou onverantwoord geweest zijn en ik had die dag een familiefeest bij ons thuis maar wat een heimwee borrelde op! Eigenlijk had ik ook willen meelopen in eigen stad. Zelfs al was het parcours lelijk buiten de binnenstad.

Maar ik heb een keuze gemaakt. De keuze om een postgraduaat Digital Marketing te halen waarvoor ik sporttijd opoffer. Een academiejaar geen zware wedstrijden. Focus op de studies. En nog steeds in de eerste plaats het gezin en de job en het bedrijf. De truc zal zijn om mijn sporthartje op te halen aan de kleintjes. Zoals deze Fartlek op een herfstige maandagochtend in het Minnewaterpark toen alle kinderen naar school vertrokken, nog net voor het werk begon.

Want – echt waar – #sportersbelevenmeer

Lopen in goede en kwade dagen


De brug naar het Begijnhof. Dit plaatje werd al door vele kunstenaars vastgelegd op doek of papier. Oneindig veel toeristen schoten hier een foto als bewijs dat ze idyllisch Brugge gezien hebben. Sommigen beweren dat je hier in een sprookje leeft. Deze foto maakte ik dinsdagochtend bij de thuiskomst na een tienkilometerloopje. Als wij buiten komen, is dit ons zicht. Als we voor ons kijken tenminste. Kijken we bijvoorbeeld naar links, dan zien we dit:


Sommigen verwijten je dat je hier in een sprookje leeft. Is het toegelaten om er het beste van te maken? Soms vraag ik mij dat af als ik merk hoe hard en zuur bepaalde mensen anderen decimeren. Maar mijn conclusie is dat het onze plicht is er het beste van te maken. De weg die ik bewandeld heb, is zeker niet de eenvoudigste geweest en sommige beslissingen waren hartverscheurend maar nodig. Om er het beste van te maken. Wie op de loer ligt en een ander een mes in de rug steekt onder het motto ‘ik ben ongelukkig, dus ik maak iedereen ongelukkig’ is bij mij niet meer welkom. De kansen zijn meer dan op voor wie anderen het daglicht in de ogen niet gunt.

Twee jaar nadat ik beginnen lopen was, viel mijn huwelijk uit elkaar. Er was geen oorzakelijk verband, het was niemands schuld en natuurlijk erg jammer voor die vier bloedjes van kinderen tussen vier en acht. Maakt dat van ons slechte ouders? Ik dacht het niet. De details gaan niemand aan, ik mijd drama en – gelukkig -komen we met vier (stief)ouders goed overeen maar dat wil niet zeggen dat ik van ijs ben. In het begin bleef ik lopen want ik zou mijn eerste 20 km van Brussel verwezenlijken. Maar daarna viel het stil.

Ik kon niet meer gaan lopen. Ik was bang. Niet van het donker, niet van wilde honden of eigenaardige figuren. Ik was bang van mezelf. Bang van mijn binnenste, gedachten en gevoelens tegelijk. Want als ik liep, kwamen eerst de gedachten tevoorschijn. Met een gemeen stemmetje. Je bent slecht. Het is jouw schuld. Je bent mislukt. Je deugt voor niets. Je stelt iedereen teleur. 

Aanvankelijk dacht ik slimmer dan het stemmetje te zijn. Ik zou niet luisteren maar het riep hardnekkig tot ik zwichtte. Angst stak de kop op en maakte de benen slap. Ik kon enkel gaan lopen als de kindjes niet bij mij waren en het gemis voelde tijdens het lopen nog ondraaglijker. Lopen associeerde ik met angst en verdriet wat moest worden vermeden. Na een tijdje weigerde ik nog te gaan lopen. Tenzij sporadisch in gezelschap maar dat was toen niet evident want ik had geen loopmaatjes zoals nu. 

Nochtans doet lopen net zo’n deugd voor lijf en leden. Je gaat helderder denken en kan mentaal weer tegen een stootje. Wandelen trouwens ook. Ermee beginnen en er een gewoonte van maken is misschien het moeilijkste. 

Ongeveer twee jaar later begon ik weer regelmatig te lopen. Meestal alleen. De draad terug oppikken vooral omdat ik toch iets aan de conditie wou doen en bepaalde afstanden me prikkelden. Nu was het een rationele aanpak. Een win-win concept. Kinderen niet bij mij?, ik kan maar beter goed voor mezelf zorgen zodat zij bovendien straks een fitte mama hebben. Dus in plaats van te treuren, lopen. 

Van het een kwam het ander en de liefde voor lopen groeide en doet dat nog steeds. Het zal dan ook geen toeval zijn dat Runcoach.be bijna drie jaar geleden in mijn leven kwam. Sindsdien is het lopen niet meer te stoppen. Lopen is een evidentie geworden. Een automatische handeling om energie bij te tanken die logisch is om te doen. 

Dus deze week prees ik mij gelukkig en de koning te rijk dat ik drie keer met zeer fijne mensen mocht lopen. 

  • Dinsdagmorgen 10 km intervallopen met Joke. Gemiddeld 5’30” per kilometer. Brugse Vesten. Allebei beseften we de meerwaarde van dit samen te doen.
  • Woensdagavond 9 km tempo lopen met David. Gemiddeld 5’41” per kilometer. Brugse Vesten.
  • Vrijdagavond 12,5 km boslopen met Kristie, David en Runcoach.be. De mannen veel sneller en wij gemiddeld 6’28” per kilometer.

Dat dit voor mij en vele andere lopers, fietsers, wandelaars, what ever, het goede leven is, zullen sommigen nooit snappen en ik heb daar geen enkel probleem mee. Maar mijn ding blijf ik doen en erover vertellen ook.

Fartlek in stad Brugge

  Na mijn loopje gisteren van 27 km door de velden had ik niet verwacht dat ik vandaag zou mogen trainen. Eigenlijk had ik verwacht dat Runcoach.be niet content zou zijn omdat ik zijn training aan mijn laars had gelapt door 3 uren te lopen in plaats van de voorziene anderhalf. En dat ik tot dinsdag niet meer zou mogen lopen. 

Tot ik gisterenavond de wekelijkse e-mail van de coaching las. Zaterdagmorgen: 10 km Fartlek door toeristisch Brugge. Humor heeft hij wel, die coach van me! 

Fartlek is Zweeds en betekent vaartspel.  Het is een vorm van intervaltraining. Je loopt je eerst warm op een normaal tempo. Dan speel je met je omgeving door te sprinten van punt A naar B, wat te slalommen tussen bvb. fietsrekken. Zo sprintte ik van het ene riooldeksel tot ik er vijf had, de cirkel van de Markt, de lengte van de hallen van het Belfort, rond de Stadsschouwburg, de Burg, tussen het huis van de ene vriendin en het huis van de andere vriendin, rond de Vismarkt enzovoort. Ik probeerde zoveel mogelijk historische gebouwen en standbeelden te tikken. Impulsief net als het parcours dat je ter plekke kiest. 

Zo liep ik tussen de toeristen door mijn mooie stad. Zonder hen te tikken. Lopen is een veelzijdige sport. Soms best grappig.

Hup, hup!

  
De intensiteit van het trainen wordt vanaf nu opgedreven dus alles in mijn druk programma ingepland krijgen, is extra uitdagend. 

Deze vooravond had ik een intervaltraining op de Brugse vesten waardoor mijn bips aanvoelt alsof ik uren op een koude, granieten vloer gezeten heb. 

Eerst 10 minuten lopen, dan 5 minuten uitvalpassen, stretchen en ‘sirtaki’ om dan 10 keer 1 minuut te sprinten gevolgd door 1 minuut wandelen. Dat is dubbel zoveel hard rennen als de intervaltraining van vorige week. Eindigen met 10 minuten lopen. Resultaat was 41 minuten lopen met een niet relevante gemiddelde snelheid en 6,65 km achter de rug.

Straks om 20u nog 40x 25 meter crawl zwemmen als crosstraining en daarna zal ik naar m’n bedje snakken. 

Update: net m’n kilometer crawl gezwommen in 30 minuten en als toemaatje nog 500 meter schoolslag in 10 minuten. 

Onbekend terrein

 Lopen voor een intervaltraining op onbekend terrein. Ik zweer het je: lopen is totaal niet saai maar één der geneugten des leven.
Mijn dochters moesten in Oostkamp zijn voor een les meerstemmige viool dus plande ik dan mijn training. 5 minuten opwarmend lopen, 5 minuten hoog huppelen, zijwaarts lopen en stretchen en dan 5 keer afwisselend 1 minuut hard lopen en 1 minuut flink doorstappen en dan 10 minuten snel lopen.

Achteraf zag ik dat ik blijkbaar naar Moerbrugge was gelopen. Dat kende ik enkel van naam. Het kanaalpad was me te donker – ik zag letterlijk de grond onder mijn voeten niet – dus doolde ik wat rond.

Ik wou eerst niet starten wegens mentaal moe en dacht: “straks als we thuis zijn” maar ik deed het toch. Gelukkig maar want ik voelde me super goed in mijn vel en hoofd toen ik klaar was. En als kers op de taart kreeg ik bij het omkleden nadien van mijn dochters een prachtig compliment: “Mama, je bent zo gespierd geworden en je buik is zo plat!”. Het gaf me vleugels.

Interval poging 3

 Ik hoop dat het op iets begint te trekken maar die interval training vind ik moeilijk. Op de grafiek zie je wel dat ik 3x een sneller tempo liep. Tussen minuten 10 en 15, tussen 20 en 23 en dan tussen 26 en 30 minuten moest ik rapper lopen.

Normaal zou ik niet zo laat op de dag trainen. Ik had m’n loopplunje mee op het werk om in een pauze in het bos te rennen maar helaas was ik m’n smartphone thuis vergeten. Zonder meting van Runkeeper, geen intervaltraining dus moest ik wachten tot 20u45 om te starten.

Op sommige plaatsen is het zo donker dat het hardlopen afgeremd wordt. Toch is het fijn om al lopend de dag af te ronden. Morgen geen sport, het fietsen naar t werk niet meegeteld.

Interval met zware benen

 Ik voelde het al de hele dag. Dat ik met loden benen ging lopen. Op zo’n dagen is de verleiding groot om niet te lopen en de confrontatie met slechte cijfers uit de weg te gaan.
Maar ik probeer het als een mentale oefening te zien. Aanvaarden dat het niet altijd rozengeur en maneschijn kan zijn. De eerstvolgende goede loopbeurt zal dan extra veel deugd doen.

De opdracht was om 10 minuten op te warmen, daarna 5 minuten buiten de comfortzone lopen, 5 minuten recupererend lopen, 3 minuten hard plus 3 minuten rustig lopen en dan eindigen met 4 minuten alles geven.

Het waren vanavond dus allesbehalve topsnelheden. Maar dat legt de lat niet te hoog voor de volgende intervaltraining. Gelukkig heb ik daarnet wel echt goed gedrumd. Ook dat vergt training.