27 km genieten van de Trail des Fantômes

Zaterdag trotseerden Kelly en ik ruim 27 km woeste Ardennen in de regen en modder. We stegen hierbij verticaal 1043 meter tussen de glibberige boomwortels en blinkende rotsen. Ik had nergens anders willen zijn en niets anders willen doen.

We startten allebei met ons ultra lichtgewicht regenjasje want het regende en dat zou niet meer ophouden. Maar na een kilometer speelden we het uit want koud hadden we niet. De inspanning van de eerste helling op te lopen, verwarmde onze lijven.

Samen uit, samen thuis. Stap per stap zonder flauw doen. Doorbijten als het moest. Weten dat aan elke klim een einde komt en dat zelfbeklag nog nooit iemand vooruit heeft geholpen.

Sommige stukken waren rauw en genadeloos, andere sprookjesachtig verraderlijk maar steeds technisch. Het parcours liep volledig naast, doorheen en dicht bij de Ourthe die we twee maal doorwaadden. Heerlijk om de kuiten te verwennen na soms zure klimpartijen.

Zelf namen we geen foto's om ons volledig op de prachtige natuur en de gladde ondergrond te kunnen concentreren. Hierbij dank ik dan ook Facebook friends Jos en Roland voor de foto's. De professionele foto's zijn van sportfotograaf Geoffrey Meuli.

Trillende benen

Soms hoor je profwielrenners op de massamediakanalen zeggen dat ze slechte benen hebben. Tot voor kort kon ik me daar weinig bij voorstellen. Na een zware trail of marathon had ik uiteraard steeds een vreemd gevoel in de benen maar ondertussen weet ik hoe anders dit voelt na een zware rit en na een zware loop. Na het lopen voel ik het direct. Genoeg!, smeken de benen dan.

Mijn ervaring is dat ik tijdens en onmiddellijk na het mountainbiken niet besef dat het zwaar was. Ik zeg telkens met een grote glimlach – en niet om stoer te doen – dat ik mentaal moe ben van de techniciteit van dergelijke rit maar dat mijn lichaam het niet voelt. De focus, de adrenaline maar niet de fysische inspanning vermoeien me. Ondertussen heb ik begrepen dat offroad hoogtemeters fietsen wel iets met mijn benen doet en moet ik deze bewering toch bijstellen.

Dinsdagmorgen deed ik een klein, traag loopje met Joke in Koolkerke op een leuke locatie. We zouden 40 minuten aan 9 km/u lopen. Ik had er best zin in en was opgetogen eindelijk nog eens met haar te kunnen trainen. Doch na de zware mountainbike rit van zondag in Spa, ging het mij totaal niet af. Mijn scheenbenen deden pijn, mijn billen ook. De botten in mijn benen leken roestige knoken. Na amper 20 minuten sliep mijn volledig rechterbeen en ik leek wel buiten adem. Onvoorstelbaar maar ik telde botweg af tot de tijd om was. Logisch eigenlijk want ik weet best wel dat spieren wat tijd vragen om zich te herstellen. Maar ik wil zo graag alle tijd waarover ik beschik efficiënt benutten om te trainen.

Ik besefte dat mijn benen rust nodig hadden want zo zou ik onmogelijk de Trail des Fantômes van komende zaterdag in La Roche succesvol en genietbaar kunnen uitlopen. De hoogtemeters zijn genadeloos.

Maar ik had op woensdag nog een training op de agenda die ik absoluut niet wou annuleren. Mountainbiker Jakke zou me er in Herentals een lap op laten geven op een technisch uitdagend bosparcours in de Kempen. Een ronde telde 36 km en we zouden er twee rijden.

Toevallig hadden zowel hij als ik een uitvlucht om slechts één ronde te crossen. We fietsten de rode, groene en blauwe lus van het Sport Vlaanderen MTB parcours Herentals-Kasterlee met enkele extra pittige stukjes van Jakke himself die dat daar beter dan zijn broekzak kent.

Het eerste half uur bibberde ik van de stress en durfde niet eens over boomwortel-trapjes van 20 cm vliegen in de afdalingen. Klimmen geen probleem, maar dalen: hola, Pola… Ik moest er – l'histoire se répète – mentaal inkomen, mijn moed bijeen rapen en letterlijk Komaan Cattoor, zo geraak je er niet! als een mantra tegen mezelf herhalen.

Maar dan kwam ik in de flow en ontspande me zonder de alertheid te verliezen. Anders vlieg je tegen een boom, zoef je verkeerd over de boomwortels en trapjes of ga je uit de U- en S-bochten. En dat wou ik zeker nu met de trail run van zaterdag niet meemaken. Mijn benen waren nog steeds moe en zwaar en ik zwoer komende donderdag en vrijdag niet meer te zullen trainen.

Alzo geschiedde vandaag, samen met Runcoach.be, de eerste sportrustdag in La Roche. Een uur wandelen kan natuurlijk nooit kwaad. Benieuwd of de benen morgen weer een beetje luchter zullen voelen. En of het evenveel zal regenen als vandaag. Dat er zaterdag in de modder zal worden getraild is een feit. 😉

Angst de kop indrukken

Een jongetje was dol op paardrijden tot hij een dag van het paard viel. Daarna heeft hij nooit meer op een paard gezeten. Een begrijpelijke reactie maar wel jammer. Geen idee of ik mijn kind zou verplichten om verder te gaan paardrijden maar zelf besefte ik dat na mijn val van drie dagen geleden waarbij ik over kop ging, op mijn hoofd viel en mijn mountainbike op mij, zo snel mogelijk terug op die fiets moest springen. Ik ben dan ook een volwassene die dat inziet en volledig zelf kan beslissen hoe ik daarmee omga.

De ochtend na de val ging het trail lopen niet lekker wegens een linkerbeen dat toch meer gehavend bleek dan verwacht. De voorziene MTB-training van de namiddag werd afgelast en de volgende dag – gisteren dus – stond plots onverwacht rust op het programma.

Daarvoor kwam ik niet naar de Ardennen, hé.

Het werd een dag bij onze noorderburen met veel sauna, warme baden, koude baden en lezen in een boek over digitale marketing en in Franse bladen over trail running. Ach, het regende toch pijpenstelen.

Vandaag brak onze laatste dag in Spa aan. Runcoach.be en ik startten vanmorgen op MTB-route 5 om bij de splitsing na ongeveer 20 km verder te fietsen op route 6. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot. Het had niet alleen gisteren maar ook de hele nacht ferm geregend dus de grond was nat wat enerzijds voor gladde steentjes en rotsen zorgde en anderzijds voor zachte modder en waterplassen.

Route 5 is het parcours waar ik donderdag na 18,5 feilloze offroad kilometers op de grillige heuvels en over boomwortels en sparrenappels ineens gevallen was. Op die plaats was ik mijn zuurverdiend zelfvertrouwen kwijtgespeeld. De Plek des Onheils had ik liever vermeden want ik wist zeker dat mijn zelfvertrouwen daar niet ergens als een item op de grond voor het oprapen lag. De regen zou het trouwens weggespoeld hebben. Enfin, ik had helemaal geen zin om daar weer te passeren maar de eerste 20 km van route 6 vallen onvermijdelijk samen met deze weg. Het was met een klein hartje en met halfvol vertrouwen in mijn Runcoach.be dat ik fietste. Voor het eerst fietste ik voor het (trainings)resultaat en niet voor het genot van de rit.

Dat ik na 4 kilometer tijdens een beklimming van een rots met mijn klikpedalen omviel was te wijten aan mijn koersbroek met extra stevig zeem die eigenlijk een maat te groot is. Ik moest rechtstaan op de pedalen en naar voor hellen om niet achterom te slaan want mijn voorwiel loste de grond door de hellingsgraad. Dat ging goed tot ik weer op mijn zadel wou zitten. Mijn zeem hing te laag waardoor hij vasthaakte aan mijn zadelpunt, ik mijn evenwicht verloor en naar rechts omviel. Een blauwe plek op mijn kont en een dikke sorry, het is niet erg, ik kan het echt wel, tegen Runcoach.be die natuurlijk geschrokken was. En innerlijk zei ik tegen mezelf dat het gedaan was met sukkelen.

Vervrouw je, trek die broek hoger en niet flauw doen!

Gelukkig zou dit de enige valpartij van de volledige rit worden. Bovendien was het zo dat ik na het passeren van de Plek des Onheils bij toverslag toch genoot van de rest van de rit. Goed voor 28 kilometer onverhoopt genot. Ik zou kunnen liegen en schrijven dat ik in stijl en met glans de Plaats der Val getrotseerd heb doch ik ben geen heldin. Ik ben afgestapt en met een inwendige vloek en mijn mountainbike in de hand naar beneden gestapt.

Vandaag deed ik een aantal MTB-dingen voor het eerst. Want ik ben nog steeds een beginner die in april voor het eerst op een mountainbike kroop. Het betreft door de modder en plassen crossen (mjammie!), over de duizend positieve hoogtemeters bijeen fietsen in één rit en beekjes doorsteken (watercrossing).

Er is nog veel werk aan de winkel om mijn hoogtevrees in de afdalingen te overwinnen maar ik geef niet op. En dát gevoel geeft mij veel energie en levenskracht.

Het eerste etmaal te Spa

Het leven zoals het is. Met ups en downs, figuurlijk en letterlijk. Bij mij lees je wat goed gaat maar ik veeg het afval nooit onder het tapijt. Als het niet goed lukt, zeg ik het ook. Iedereen beseft dat het leven geen ponykamp is. Ook niet in Spa.

Gisteren planden Runcoach.be en ik een bescheiden mountainbike training in de vooravond. We kozen route 5. Drie sterren qua technisch niveau, bijna volledig offroad en een dikke 20 km die nadien 27 km bleek. So far, so good. Klikpedalen gingen goed, zware klimpartijen gingen goed, afdalingen onder controle tot die ene na 18,5 km waar ik per ongeluk – uit schrik doe je domme dingen – fout remde. Op mijn voorwiel.

Uiteraard ging ik onmiddellijk over kop. In slow motion beleefde ik alles erg bewust. Mijn hoofd raakte hard de grillige grond en het leek of iemand een mokerslag op mijn kaak gaf. De impact werd door mijn fietshelm gecounterd. Ook mijn schouder deelde in de klappen. Daarna viel mijn fiets op me. Scheenbeen bloedde lelijk maar dat was oppervlakkig doch mijn linkerdijbeen was er het ergst aan toe. Mijn quadriceps was niet alleen bont en blauw, het voelde vooral alsof een bruut er op bleef schoppen.

Ik dacht dat het nog maar anderhalve kilometer was en droogde mijn tranen. Misschien was het nog niet zo slecht dat het nog een kleine 10 km met klimmen en dalen bleek te zijn want de angst moest verdreven worden. Trappen deed pijn, maar wat wil je. Een beetje trager gaat ook.

Vanmorgen viel de pijn in mijn linkerdij redelijk mee dus de geplande 20 km trail lopen kwam niet in het gedrang. Vastbesloten zou ik desnoods wandelen in plaats van lopen.

Zelf koos ik de rode route van Extratrail van Decathlon. Runcoach.be zou meelopen op mijn tempo tot in Spa zelf om dan op zijn tempo uiteindelijk 35 km door de bossen te rennen met 1156 positieve hoogtemeters op de zwarte route. Hij deed dat aan een gemiddelde van 5'58" per kilometer wat straf is.

In het begin kon ik nog lachen en genieten.

De heuvelachtige bossen waren sprookjesachtig en mijn conditie zat goed.

Maar ik was helemaal alleen. Er was een ruzie ontketend tussen mij en mijn linkerbeen dat ik na een tijdje met mankepoot aansprak. Dreigen, slijmen, smeken, niets hielp. Mankepoot zei foert! en ik moest mijn plan trekken.

De weg was nog lang en steil. De natuur was prachtig maar ik baalde compleet. Het lopen ging niet naar mijn zin en deed pijn.

Gelukkig heb ik al veel ervaring met trail lopen en lang alleen lopen. Mijn trukendoos ging open. Verstand op nul en rustig blijven lopen. Vier tellen inademen langs de mond, drie uit. Repeat. Dat helpt echt en is mijn stok achter de deur als ik het zwaar heb tijdens het lopen. De natuur begin weer te glinsteren als een grote schatkamer.

Het parcours was trouwens prima afgepijld. Onmogelijk om te verdwalen. Decathlon verdient echt een pluim met Extratrails. Plots kwam ik aan de splitsing van de rode en zwarte route die tot nog toe samenliepen. De zwarte route maakte een grotere lus die later terug zou aansluiten bij de rode. Ergens op dat zwart stuk moest Runcoach.be aan het lopen zijn. Of misschien was hij zo snel dat hij alweer op het gemeenschappelijke rijd-zwarte pad was en mij nooit zou inhalen omdat ik achterop hinkte. De moed zakte me in de schoenen en ik onderging weer een moeilijk moment ondanks het theatrale uitzicht op de splitsing, zie foto:

Gelukkig volgde hierna een redelijk vlak wandelpad dat helemaal niet technisch was en de vooruitgang verliep beter dan ik gehoopt had.

Mankepoot gehoorzaamde zo goed hij kon en bracht me op het laatst in een mooi bos. En ineens was ik klaar. Terug bij af. Mankepoot en ik hadden het zonder kleerscheuren gehaald.

De 36 km MTB training heb ik uitgesteld. Wijselijk maar eerlijk? Ik had er vooral geen zin in.

Cyclocross parcours

img_5527

Dit weekend vindt in Oostende ter hoogte van de Thermae Palace het BK Cyclocross plaats. Veldrijden ziet er van ver op de televisie nog te doen uit omdat de helden die ze tonen zo goed zijn dat het lijkt alsof hun inspanning best meevalt. De toeschouwer kijkt al dan niet met pint en braadworst in de hand en de topsporters presteren alsof het met de vingers in de neus is.

Dat was tot maandag mijn vage beeld over veldrijden.

Op tweede nieuwjaarsdag liepen Runcoach.be en ik op het strand voor wat een rustige training zou worden. Toen we aan de Thermae Palace kwamen, zagen we een parcours dat in opbouw was. Hopen zand om heuvels na te bootsen en een tijdelijke steile brug die naar de Wellington Renbaan voor de paardenkoers leidde. Dat was te mooi om te laten liggen dus liepen wij het parcours af. De brug was steiler dan ik dacht maar Runcoach.be schoot natuurlijk als een raket omhoog en zweefde over de zandhopen alsof hij een berggeitje was. Het was best fijn om op het gras te lopen waar anders enkel koerspaarden mogen rennen maar het mulle zand en de hoogtemetertjes vielen me tegen. Zware benen strooiden roet in het eten maar als je veel loopt weet je dat het niet altijd feest is en dat dit helemaal niet erg is wat op zijn beurt de negatieve ervaring tijdens de loop weer afremt. Blijven lopen en alles komt goed.

cyclocros-parcours

Lopen is nooit eentonig als je voor variatie in ondergrond, locatie, trainingsmethode en parcours zorgt maar deze keer wekte het bij mij vooral een mateloze bewondering op voor een sport die mij vreemd is. Nu heb ik respect ontwikkeld voor een sporttak waarvan ik geen flauw idee had hoe zwaar ze is. De volgende keer als ik een veldrijder M/V ontmoet, zal ik die persoon toch met een andere bril bekijken.

Ordesa – paradijs van de Pyreneeën

Na de dubbele DNF van zaterdag op de Apuko Extrem, bleven we nog twee dagen in Bilbao om onze wonden te likken en werk voor Runcoach.be te verrichten. Veel wandelen om de verzuring uit onze spieren te verjagen, was absoluut nodig. Trappen afdalen was het moeilijkst. Bekijks in de stad hadden we. Niet bewegen, was geen optie want dat ging het genezingsproces geen goed doen.
Gisteren kwamen we na 4 uren rijden aan in Torla, een prachtig Pyrenees dorp op 8 km van de ingang van het nationaal park van Ordesa. Vanmorgen maakten we ons klaar om daar te gaan lopen en klimmen langs de GR-11 route.

Het was als in een sprookjeslandschap met temperaturen rond het vriespunt in de dieptes en brandende zon op de hoogtes.



Zoals je het op de foto hierboven ziet, is traillopen in de bergen niet voortdurend rozengeur en maneschijn. Er zit minder zuurstof  in de lucht en als je net als ik aan hoogtevrees lijdt, zijn de afdalingen van 2160 meter naar 1700 meter geen cadeau. Het is alles of niets. Geen menukaart waaruit je kan kiezen om bepaalde stukken over te slaan. Je moet er door. Daar tegenover staat dat je mentaal beloond wordt. Buiten je comfort zone treden en je angsten aanvechten, opent deuren in je geest waardoor je groeit als mens.

We deden exact 4u30 over een afstand van iets minder dan 25 km (24,2) met 2500 (2496) hoogtemeters. Missie volbracht. Behalve de moeilijke momentjes, heb ik met volle teugen vol verwondering genoten.

En zoals het cliché zegt: de foto’s kunnen de werkelijkheid niet vervangen maar wel onze herinnering levendig houden.