Marathon van Gent in balans

Twaalf weken geleden startte ik met een marathonplan. Vier en soms vijf looptrainingen plus één core power sessie per week zag ik absoluut zitten. Het enige wat na week 5 drastisch gewijzigd moest worden, waren de andere sportactiviteiten. Een week met ook nog badminton, kajak en mountainbike deed een alarmbelletje rinkelen dat ik mijn lijf zou oververmoeien.

Deze keer wilde ik een goede marathon lopen zonder de fouten die ik bij de twee vorige gemaakt had. Ik wilde niet oververmoeid en stijf van de stress starten. Ik wilde niet al mijn pijlen verschieten door een te snelle eerste helft. Ik wilde deze keer niet overgeven onderweg. En ik wilde vooral heel veel genieten van de trainingen. Enjoy the journey and the destination. Lopen op lange afstand is een mentale sport.

En zo geschiedde. Voor het eerst was ik helemaal klaar voor de marathon. De coach was ikzelf. Mijn schema had ik netjes afgewerkt, ik stond scherp met een vetpercentage dat naar 22% gezakt was, een verhoogde spiermassa en een BMI van 23. Nooit eerder was ik zo in topvorm door de prima balans die ik gevonden had.

En toch is het met een klein hartje dat ik gisterenmorgen om 8u15 uit de auto stapte aan de Topsporthal in Gent. Pieter had me gebracht en zou veel later op kilometer 30 met loopvriendin Els gaan supporteren. Het was ijskoud dus ging ik vlug naar binnen om mijn borstnummer af te halen. Nog drie kwartier om alles te regelen en praatjes te maken met bekenden.

Mijn zus en metekindje namen de bagage van de lopers in ontvangst en ik was blij hen te zien. Veel hallo’kes met lopers, supporters en mijn sympathieke studenten Sportmanagement die kwamen helpen. Een snelle oe-ist met de organisator. Nog een halve liter water en een banaan naar binnen werken. Plots zag ik Petra uit Antwerpen en was het bijna 9u. We zouden trachten samen te lopen. Tijd voor een laatste stress-plasje en vlug naar de startbox. Het was vier graden met een ijzige wind. Gelukkig was het 8u58 dus we zouden weldra starten en ons warm lopen.

Helaas pindakaas. 9u20 en we stonden blauw van de kou te huppelen in de startbox terwijl mijn brein het energieverlies in kaart probeerde te brengen. Een half uur huppelen = minder energie om te lopen… Mijn lijf wou warmte en dat was prioritair. Om 9u30 stonden alle marathonners te drummen aan de ingang van de Topsporthal om zich binnen te verwarmen. We hadden de boodschap gekregen dat de start uitgesteld was tot 10u. De politie gaf het parcours niet eerder vrij.

Geen paniekgevoel maar wel denken: ‘O neen, mijn ontbijt was afgestemd op starten om 9u. Mijn banaan ook. Daar gaat mijn voedingsplan…’ Ik had zo mijn best gedaan om mijn glycogeenstapel te optimaliseren. De man met de hamer rond km 25 wou ik grotendeels om de tuin leiden. De hongerklop een beetje kleiner maken. Dan nog maar een banaan gegeten, water gedronken en een allerlaatste keer plassen. Ik zou braafjes en getimed mijn sportvoeding slikken onderweg. En nooit stoppen.

We startten eindelijk om 10u en ik heb het nooit meer warm gekregen maar niets zou me dwarsbomen om een goede marathon te lopen. Het was koud en winderig maar de zon scheen en het pittig parcours was heel mooi. Veel single tracks in gras, bosgrond, grindwegen en ook asfalt. Fikse klimmetjes op het einde maar daar hou ik van.

De eerste 25 kilometers heb ik me voortdurend ingehouden. Mijn bilspieren waren te koud om te durven versnellen en mijn vrees om mijn vermogen vroegtijdig op te branden te groot. Ergens halverwege had ik Petra losgelaten en ik had geen idee of ze voor of achter me liep maar we wisten dat we samen zouden starten en dan wel zien en ons eigen lichaam moesten gehoorzamen. Een marathon loop je alleen in je eigen cocon.

Net voor km 26 was hij daar. De man met de hamer. De glycogeen was op en de overschakeling naar vetverbranding gebeurde. Mentaal en fysisch is dit een onvermijdelijke, lastige fase. Ik wist dat ik nu moest doorbijten tot km 32. Dat deed ik dan ook. Niet luisteren naar je hoofd dat wil stoppen. De benen wil immers doorlopen. Gelukkig liep ik dan een paar kilometers samen met ultraloper Victor.

Op km 30 stonden Pieter en Els. Els begon te lopen en praatte zachtjes op me in. ‘Goed bezig! Je kan het! Niet naar de helling maar naar de grond kijken!’ Ze liep mee tot het einde.

Gelukkig kreeg ik op km 32 mijn tweede adem en ik wist dat ik het zou halen in minder dan 4:30. Toch nog goed doseren. Nog een aantal lopers voorbij steken.

Op km 37 stond Anja te supporteren. Blijkbaar kent zij een aantal lopers uit de loopgroep van mij zus. Ze maakte foto’s van mij en Els waarvoor ik haar dankbaar ben.

Plots had ik 40 km gelopen. Ze hadden ons niet gespaard met nog een zeer pittig einde. Nog klimmetjes en dan een zalige hoge berm met bosgrond die uitkwam achter de Topsporthal. We liepen de hal vol publiek binnen en dat was magisch mooi. Ik sprintte over de finish en vloog in de armen van mijn zus die achter de lijn stond. High five met Els die zo lief was de laatste 12,195 km aan mijn zijde te lopen. Ik had 4:18:11 gelopen.

Derde keer, goede keer. Missie volbracht!

Strong Viking Warrior

Heb ik al verteld dat mijn zus de tofste zus ter wereld is? Eenmaal per jaar verlaat ik mijn comfortzone door met haar een obstacle race te lopen. En te klimmen, kruipen, hangen, trekken, heffen, zwieren, slaan, sjouwen en springen. Bij zo’n OCR komen een resem werkwoorden om het hoekje kijken.

De afspraak was dat als ik een uitdaging niet zou durven door hoogtevrees, ik hem zou overslaan. Maar deze keer had ik slechts één doel: de angst overwinnen en het zelfvertrouwen klaarstomen voor mijn zwaarste sportieve doel van 2017, binnenkort op 8 oktober: de HouffaRaid. Daar kan ik mij geen hoogtevrees permitteren.

De Strong Viking dus. Met zus Nele en haar verre buurman Hans stonden we paraat in domein Puyenbroeck in Wachtebeke. De infrastructuur en de sfeer zouden de niets vermoedende passant laten denken dat hier een festival gaande was. Eet- en drankkramen, picknicktafels, echte en oudere jongeren. Het leek wel iets tussen Pukkel- en Graspop.

De MC van dienst riep door de micro dat we een halfuur voor de aanvang in het startvak moesten klaar staan. Onmiddellijk zag ik daar de bedoeling van in. Een stoere, exotische schone stond op het podium om ons op te warmen met opzwepende muziek. In een ketting, armen rond elkaars schouders met zijn allen aan elkaar vastgehaakt jumpen, trappelen, rekken. De spieren werden losgegooid en opgewarmd. Vuurkanonnen schoten vlammen loodrecht de lucht in.

Iedereen brulde de MC na van Oorah en No Viking is left behind en andere oppeppende teksten. Natuurlijk speelde ik het spel mee. Doch ik was daar om te sporten, hé. Voor mij moest daar geen theater aan toegevoegd worden. Stiekem genoot ik wel. De positieve sfeer zat er goed in.

Het begon met over een muur van drie meter klauteren. Voor iemand als ik is het klimmen zelf geen uitdaging doch er terug afspringen wel. Sommigen vergaten dat er tussen de ruim dertig obstakels ook gelopen moest worden en wandelden. 14 kilometer in totaal. Fijn voor hen maar ik had een training nodig. Nele en ik hebben geen halve dagen op overschot in onze agenda’s dus rende ons trio een heuse interval looptraining bij elkaar die afgewisseld werd met krachtpatserij. De ene keer waren dat evenwichtsbalken waar je al dan niet een duel met schild en knuppel uitvocht. Wie verloor moest tien burpees als straf uitvoeren dus ik mepte na een minuut katjesspel de Nederlandse man die mijn onfortuinlijke tegenstander was van de boomstam af. Het verrassingseffect uitgespeeld. Geen burpees op mijn agenda vandaag. Lopen naar het volgende obstakel.

We moesten onderste boven hangend met handen en voeten aan een koord 10 meter een waterplas overschuiven. Dit vergde een techniek die ik niet onder de knie had dus bibi haalde de overkant net niet en viel in het water en voelde zich even een muskusrat. Slijkwater drong overal binnen en het smaakte erg vies. Lopen naar het volgende avontuur.

Later volgden nog reeksen steile modderbergen en zuigende modderpoelen maar de strafste hindernis was toch wel de Fjord Drop. Hiervoor moest je niet fysisch sterk zijn doch over stalen zenuwen beschikken.

Deze hoge en extreem steile glijmuur deed je letterlijk vallen, over het water vliegen en dan versuft neerploffen met een niet te evenaren gevoel van ongeloof.

De waarheid gebiedt te vermelden dat ik dit eigenlijk niet durfde. Angstzweet en slappe benen, weet je. Dat ik tegen de man die mijn ging afduwen zei dat ik niet wilde. Niet.

Ik durf echt niet, zei ik maar hij duwde me zachtjes de diepte in.

Straf maar ik was hem dankbaar. Life starts outside the comfort zone. Dit had ik niet willen missen. Feeling alive and kicking.

Juichend liepen we verder. De adrenaline gaf me vleugels en ik nam de monkey bars alsof het niets was.

Ik voelde me sterk, beheerst maar ook het kleine meisje dat in de jaren ’70 met de buurjongens en neven ravotte in het slijk van de polders. Toen besefte ik nog niet dat vrouwen niet onder moeten doen en even goed hun mannetje kunnen en mogen staan. Oorah!

Mijn schat Runcoach.be en de dochters waren meegekomen om te supporteren. Zij mochten frietjes eten terwijl de mama alle modder en vuil ging afwassen onder de met tuinslang geïmproviseerde maar erg welgekomen koude douche. 🙂

27 km genieten van de Trail des Fantômes

Zaterdag trotseerden Kelly en ik ruim 27 km woeste Ardennen in de regen en modder. We stegen hierbij verticaal 1043 meter tussen de glibberige boomwortels en blinkende rotsen. Ik had nergens anders willen zijn en niets anders willen doen.

We startten allebei met ons ultra lichtgewicht regenjasje want het regende en dat zou niet meer ophouden. Maar na een kilometer speelden we het uit want koud hadden we niet. De inspanning van de eerste helling op te lopen, verwarmde onze lijven.

Samen uit, samen thuis. Stap per stap zonder flauw doen. Doorbijten als het moest. Weten dat aan elke klim een einde komt en dat zelfbeklag nog nooit iemand vooruit heeft geholpen.

Sommige stukken waren rauw en genadeloos, andere sprookjesachtig verraderlijk maar steeds technisch. Het parcours liep volledig naast, doorheen en dicht bij de Ourthe die we twee maal doorwaadden. Heerlijk om de kuiten te verwennen na soms zure klimpartijen.

Zelf namen we geen foto's om ons volledig op de prachtige natuur en de gladde ondergrond te kunnen concentreren. Hierbij dank ik dan ook Facebook friends Jos en Roland voor de foto's. De professionele foto's zijn van sportfotograaf Geoffrey Meuli.

Sportieve doelstellingen voor 2017

Sinds vorige week ga ik sportief vreemd. Ik eet daarbij niet van twee maar drie walletjes. Pas op, mijn grote liefde blijft trail running maar omdat mijn grens op korte ultra afstanden ligt, kan ik sportief enkel groeien door sneller te lopen of extra sporttakken toe te voegen. Het eerste ambieer ik niet wegens de realiteit van mijn lichaam, gezin en werk. Ik houd het op trail running tot maximum 60 km. Doelstellingen moeten ambitieus, goed voorbereid maar realistisch zijn.

Mijn eerste doelstelling van 2017 was om netjes binnen de tijdlimieten de 50 km race van de North C Trail als ultra trail te lopen. Missie volbracht. De tevredenheid overheerst nog steeds maar wordt verder gevoed door het vooruitzicht op een volgend sportief doel.

Mijn tweede doelstelling dit jaar is twee keer de Carros de Foc lopen voor en met Trailrunning Managers. Met 4500 D+ op 55 km gaan we dit met ons team in twee dagen doen. Voor mij is het twee keer lopen in dit unieke stuk hooggebergte van de Pyreneeën omdat Runcoach.be en ik dit eerst in de voorbereiding zelf gaan lopen, ook in twee dagen omdat we een simulatie willen maken. Aangezien het werkgerelateerd is, wordt dit voor mij een opgedrongen doch zeer dankbaar doel. In volledige vrijheid zou ik dit parcours anders in één dag willen vervolmaken als persoonlijk doel.

Mijn derde en laatste doelstelling voor 2017 ontstond gradueel. Het aanvaarden van mijn grens op korte ultra trail running gecombineerd met het toevallig en half-gedwongen als toeschouwer bijwonen van het BK cyclocross en een verre voorgeschiedenis als polyvalente kajakker waren de ingrediënten om voor een eureka-gevoel te zorgen toen Sportevents met haar nieuwste product op de proppen kwam. De HouffaRaid.

Deze adventure raid voor duo’s en solo’s zal plaats vinden op 8 oktober 2017 om 9u in de natuur van Les Deux Ourthes in Houffalise. De plaatsen worden beperkt tot 150 duo’s en 45 solo’s. Inschrijven kan sinds 21 maart maar dankzij onze op voorhand getoonde interesse konden we een voorinschrijving doen op 14 maart.

We, dat zijn collega Kelly en ik. K2 oftewel twee slimme blondjes met ballen aan hun lijf. Wij gaan aaneensluitend eerst 4 km samen lopen (ik?) en fietsen (Kelly?) dan 26 km (950 D+) mountainbiken naar het stuwmeer van Nisramont waar we 2 kmkajakken om dan 13 km zeer technisch trail te lopen. Dan keren we terug per kajak, 2 km op het stuwmeer en sluiten af met 14 km (450 D+) mountainbiken. Voor elke etappe moeten we tijdslimieten halen om niet uit de race te vliegen.

Vorige week begon ik vreemd te gaan. Niet zo zeer door de extra trainingen voor bovenlichaam- en armspieren als wel door lid te worden van de Brugse Kajak Klub. Donderdagavond om 20u – dus heerlijk in het donker – had ik het genoegen een dikke 6 km te kajakken alsof ik terug 16 was en nooit gestopt was na een levensperiode van afstandskajak, kajakpolo en wildwaterkajak. Ook toen was het vreemdgaan. Ik was in die tijd namelijk roeister.

(Het mountainbiken start binnen een dag of tien. Alles op zijn tijd. En het lopen blijft gewoon doorgaan, allemaal te volgen op mijn Strava-account.)

Foto: Sportevents.be

Onze North C Trail 2017 in beeld

1 eerste foto blog_edited - tekst

Het leuke is dat Sarah haar Go Pro meebracht zodat wij een massa beeldmateriaal verzamelden om nog jaren na te genieten van de wonderbaarlijke ervaring die wij met zijn drieën beleefd hebben in de uitgestrekte duinen van de Westhoek. Sarah is behalve ultra trail runner ook fotograaf en kan je volgen op https://www.instagram.com/blistersisterscrew/ en https://www.instagram.com/sarahmoutonphotography/

Zet je schrap voor 50 km beelden van Sarah, Fien en Katrien in het zand.

Marc loopt op het zuidpoolijs

marc-aim

Langeafstandsloper Marc De Keyser zette zijn eerste voetstap op Antarctica in 1996. Hij was toen weervoorspeller bij de luchtmacht maar had in de zomer van dat jaar rondgekeken om iets anders te doen. Toevallig had hij een vacature van de British Antarctic Survey ontdekt. Zij zochten een weervoorspeller voor de Antarctische zomer van 96-97 voor hun basis Rothera aan de westkant van het Antarctisch Schiereiland, een van de mooiste gebieden ter wereld. Antarctica is niet meer van Marc afgeraakt…

Gebeten door het Antarctisch virus heeft hij sindsdien iedere kans om terug te gaan benut. Marc werkte twee zomers voor BAS in Rothera, één voor de Australiërs op hun basis aan de Oost-Antarctische kust, en sinds 2007 reist hij met ALE (Antarctic Logistics and Expeditions) naar Union Glacier, in het binnenland nabij de Ellsworth Mountains. In totaal bracht hij reeds dertien zomers op Antarctica door. Dat is gemiddeld drie maand per zomer dus een totale zuidpooltijd van 39 maanden, meer dan drie jaar! En zo komt het dat Marc behalve op de bewoonde continenten ook loopt op Antarctica.

Eind januari had ik het genoegen Marc te interviewen over de Antarctic Ice Marathon. Als ik het zou kunnen betalen, zou ik niet twijfelen en mij onmiddellijk inschrijven voor een volgende editie maar waarschijnlijk blijft het bij een levenslang verlangen dat na het afnemen van dit interview nog meer werd aangewakkerd. Zet u schrap voor het Grote Marc De Keyser Interview.

Marc, een marathon lopen op Antarctica, weinigen is het gegeven om dit te mogen meemaken. Hem winnen is extra bijzonder. Wat zijn de typische reacties die je hierop krijgt?
Marc De Keyser: Meestal positief. Vooral vrienden en familie zijn altijd bijzonder enthousiast en sturen mailtjes of wensen me proficiat via Facebook. Maar aangezien we op Antarctica geen internet hebben zie ik die Facebook-berichtjes maar twee maanden later. Misschien dat sommige mensen me dan wel een dikke nek vinden omdat ik niet reageer. Dan is dat maar zo, ik zal daar echt niet van wakker liggen.

Wat wel leuk is, is dat ik een klein beetje media-aandacht krijg: vorig jaar werd ik naar aanleiding van mijn overwinning in 2014 uitgenodigd in de Zevende Dag bij Ruben Vangucht. Dat vond ik zeker leuk, het interview zelf was spannend maar ik heb daar achteraf nog een leuke babbel gehad met mijn jeugdidool Roger De Vlaeminck. We zijn allebei van afkomstig van Eeklo en ben als kleine jongen altijd fan geweest. Eigenlijk nog steeds.

Hoeveel keer liep je de Antarctic Ice Marathon?
Marc De Keyser: De Antarctic Ice Marathon is de enige officiële marathon die binnen de Antarctische cirkel wordt georganiseerd. Jaarlijks wordt die georganiseerd door Richard Donavan, een Ierse ultraloper. De eerste keer dat ik meeliep was in 2007, in Patriot Hills. We waren met een twintigtal deelnemers. Het weer was echt slecht die dag: betrokken met sneeuw en slechte zichtbaarheid, je zag nauwelijks waar je liep. Maar toch won ik die marathon. Dat was absoluut een unieke ervaring.

Ik herinner me niet meer mijn hoeveelste marathon dit toen was, waarschijnlijk de zestigste of zo, maar het was de eerste die ik ooit won. Amai, wat was ik toen content!

In totaal liep ik vijfmaal de marathon waarvan ik er twee won en tweemaal tweede werd. Dit jaar (november 2016) werd ik zesde. Het jaar nadien liep ik mee met de honderd kilometer race. Een mens moet zo af en toe eens zijn grenzen verleggen, toch? We waren met zes deelnemers. Ook deze keer kwam ik als eerste over de finish, als ik het me goed herinner, liep ik iets meer dan twaalf uur.

Hoeveel keer liep je de 100 km op Antarctica?
Marc De Keyser:  Drie keer. De honderd kilometer won ik tweemaal en eenmaal werd ik tweede. Het is echt mijn ding: het trage starten, geleidelijk versnellen, het alleen zijn enkel met je voetstappen in de sneeuw. Het geeft me een kick, iedere keer opnieuw.

Krijg je soms ook negatieve reacties?
Marc De Keyser: Och ja, er zijn altijd wel mensen die wat moeten afdingen op je goede gevoel, nietwaar? De meest voorkomende, negatieve reactie is dat ik het na al die seizoenen op Antarctica en lopen in de koude en de sneeuw, het al heel goed gewoon geworden ben om daar te lopen. En eigenlijk hebben ze niet volledig ongelijk, dat is een voordeel. Maar kijk, iedereen heeft door waar of hoe hij leeft een voordeel: ga jij tegen Kilian Jornet gaan zeggen dat het niet moeilijk is om te UTMB te winnen omdat hij geboren en getogen is in het hooggebergte? Is het een wonder dat er geen goede skiërs uit Afrika komen? Nee, ik denk dat het een beetje in de aard van sommige mensen ligt om nooit positief te kunnen zijn. En lig ik daar van wakker? Nee hoor.

Kun je het verschil verwoorden tussen een marathon lopen in Europa en op de Zuidpool? Wat met de loopkledij of de logistieke ondersteuning?
Om te beginnen, de afstand is dezelfde: 42,240 kilometer. No joke! Het grote verschil zit natuurlijk in de weersomstandigheden die je voorgeschoteld krijgt. De marathon wordt meestal gelopen tegen het eind van de maand november. De winter is dan reeds voorbij en de zomer doet zijn eerste schuchtere pogingen. Maar we moeten toch nog steeds rekening houden met temperaturen die variëren tussen -15 en -20 graden Celsius. Op zich is dit niet uitzonderlijk koud maar dikwijls staat er ook een stevige wind die de gevoelstemperatuur fors naar beneden haalt: -30 tot -35 graden gevoelstemperatuur is zeker niet uitzonderlijk.

Natuurlijk moet je je in die omstandigheden uitzonderlijk goed beschermen: het minste stukje huid dat aan de lucht wordt blootgesteld, kan bevriezen.De meeste deelnemers zijn bang om het  koud te krijgen dus ze gaan zich extra warm kleden. Maar eens ze een half uur aan het lopen zijn, krijgen ze het veel te warm en gaan ze zweten. Daar schuilt hem net het grote gevaar: mensen trekken handschoenen of mutsen uit wat is nu net wat je niet moet doen. Ieder jaar is er wel eentje bij die veel te warme handen had, zijn handschoenen uittrok en uiteindelijk met bevriezing aan de vingers naar huis ging.

Een andere klassieker is: de zonnebril. Het principe is dat je altijd een zonnebril draagt, ook als het bewolkt is. Maar als je in die koude omstandigheden met een zonnebril loopt en je gaat wat zweten gaan de glazen van je zonnebril al vlug bedampen. Met als gevolg dat je niks meer ziet natuurlijk. Logische reactie: de bril wordt opgeborgen en er wordt zonder bril gelopen. Negen op de tien keer worden die mensen zonneblind. Door een overdaad aan licht gaan je ogen ontsteken, wat aanvoelt alsof er grove korrels zand op je netvlies zitten. Pijnlijk!!!!

In november moeten we er op Antarctica bovendien rekening mee houden dat het gat in de ozonlaag nog vrij groot is. Dit betekent dat UV-stralen ongehinderd het aardoppervlak bereiken. Dus zelfs als het een bewolkte dag is, wordt iedereen aangeraden om zich grondig in te smeren met sun block. Zo verhinder je op korte termijn pijnlijke verbranding en verklein je op lange termijn het risico voor huidkanker.

De volledige marathon wordt gelopen op sneeuw waarop een baan geprepareerd is om op te lopen. Desondanks kan het toch gebeuren dat de sneeuw zacht is en dat je er tot aan je enkels in wegzakt. Dat maakt het natuurlijk extra zwaar.

Voor de rest zijn er ook verscheidene check points op het parcours waar je warme of koude dranken kan nuttigen of zelfs even in een slaapzak kan kruipen om wat op te warmen. De omkadering van de marathon is heel goed, en iedereen wordt goed in de gaten gehouden om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren.

Dit is typisch een marathon die je moet lopen om te genieten: de omgeving waarin je loopt, is adembenemend mooi, de uitgestrektheid en de verlatenheid overvallen je op elk moment. Het is de allermooiste marathon die je kan lopen!

Hoe bereid je je voor op een Antarctic Ice Marathon?
Niet speciaal eigenlijk. Ik liep mijn eerste marathon in 1995, dat was de Guldensporen Marathon, van Kortrijk naar Brugge. En ik ben nooit opgehouden met veel te lopen. Ik heb jaren 120-140 km per week gelopen. Op die manier bouw je aan een basisconditie die je in staat stelt om op ieder moment een marathon te lopen. Die basisconditie is eigenlijk het allerbelangrijkste.

Maar specifiek trainen om te lopen in de koude, neen, dat doe ik niet. Door mijn ervaring weet ik welke kledij ik het best draag, weet ik ook dat je niet als een gek van start moet gaan, dat je ondanks de kou regelmatig moet drinken, dat je moet uitkijken voor sneeuwblindheid of bevriezing-verschijnselen, enz. Over al die dingen hoef ik me geen zorgen te maken, en dat vermindert het stress-gehalte sowieso. Want ik zie wel dat de meeste deelnemers die voor het eerst in Antarctica komen, zich zorgen maken over het vestimentaire onderdeel. Ze zijn bezorgd en gestresseerd door de onzekerheid over wat hun te wachten staat. En wat wordt door die stress veroorzaakt? Slecht slapen en buikkrampen! En dat dit nu juist de dingen zijn die je echt wil vermijden als je een marathon loopt.

Train je voor de 100 km veel intenser of hoe moeten we ons dat voorstellen? Wat zijn de grote verschilpunten behalve de langere afstand?
Marc De Keyser: De marathon bestaat uit twee ronden van 21 kilometer terwijl er bij de honderd kilometer tien maal tien kilometer gelopen wordt. Dat is doelbewust gedaan omdat men op die manier de deelnemers beter in het oog kan houden. Bij een honderdkilometerloop wordt er al gauw een bepaalde grens overschreden en liggen uitputtingsverschijnselen door de inspanning en de kou meer voor de hand. Omdat de deelnemers op die manier tien maal door het kamp passeren waar wij onze faciliteiten hebben, kan er vlug ingegrepen worden.

Het is niet uitzonderlijk dat bepaalde deelnemers twintig of meer uren doen over de honderd kilometer. Een uitzonderlijk keer is er een deelnemer zelfs een paar uur in zijn tent gekropen om een dutje te doen en liep hij gewoon verder!

Maar om op vraag te antwoorden of ik anders train vooraleer ik honderd kilometer loop: wat ik probeer te doen in de maanden voor een honderd kilometer, is lange afstanden lopen aan een heel traag tempo. Het gaat dan eigenlijk niet meer over de afstand die je loopt maar wel over de tijd. Je moet je lichaam laten wennen aan een inspanning over een lange tijd. Als ik aankom van een tienkilometerloop kan ik er compleet door zitten, meer dan bij honderd kilometer. Het herstel van een honderdkilometerloop daarentegen neemt veel meer tijd in beslag.

Geen idee of er ook een gevaarlijk aspect is bij het lopen op Antarctica. Mij lijkt het een sprookje. Geniet je intens van het ijslandschap en het idee dit te kunnen doen tijdens een Ice Marathon? Zijn er momenten dat je bang bent bvb. voor barsten of kloven in het ijs?
Marc De Keyser: Het grootste gevaar ligt bij jezelf. Je krijgt te warm en je trekt je handschoenen of muts uit. Je bril bedampt en je doet hem af. Je drinkt weinig of niet. Al deze kleine handelingen kunnen grote gevolgen hebben. Je moet zorgen dat je jezelf steeds onder controle hebt: je moet niet vlugger gaan lopen omdat je bij dit groepje wilt blijven terwijl je gevoel zegt dat je het beter niet doet.

Maar voor de rest is dit een zeer goed omkaderde marathon waarbij de veiligheid van de deelnemers op de eerste plaats komt. Er zijn permanent twee sneeuwscooters die rond het parcours rijden om de deelnemers in de gaten te houden. Ook op de check points wordt bij iedereen gecontroleerd of men nog wel in orde is.

Het gevaar voor crevassen is natuurlijk wel reëel. De marathon gaat door op een gletsjer, dus ijsspleten zijn er zeker aanwezig. Maar op voorhand wordt de ondergrond grondig gescreend met een GPR, wat staat voor Ground Penetrating Radar. De lopers mogen zeker zijn dat grond zich niet plots voor hun voeten zal openen. Maar die garantie is er niet als er van het parcours afgedwaald wordt – dus de deelnemers worden er streng op gewezen dat ze het parcours zeker niet mogen verlaten.

Heb je een loopmaat of loop je solo?
Marc De Keyser: Lopen is voor mij op de eerste plaats een solo-onderneming, vooral op Antarctica. We leven daar met een tachtigtal mensen op een zakdoek groot kamp, dus dag in dag uit, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ben je omringd door mensen. Dat uurtje dat ik dan het kamp kan verlaten om te lopen ben ik echt blij dat ik even alleen kan zijn.

De temperaturen in België schommelden de voorbije weken rond het vriespunt waardoor bij velen het lopen stil lag. Zijn er behalve oppassen voor uitglijden zaken waarop we moeten letten als we bij vriesweer gaan rennen?
Marc De Keyser: Gepaste kledij dragen natuurlijk en dat is voor iedereen enigszins anders. Ik denk dat je als vuistregel mag gebruiken dat wanneer je van start gaat in koude weersomstandigheden, je altijd lichtjes oncomfortabel koud moet hebben: dat lichte koudegevoel gaat over eens je opgewarmd bent. Dit voorkomt dat je te gauw te veel gaat zweten.

Veel mensen drinken minder als ze lange duurlopen in de koude doen. Verkeerd! Je zweet evenveel, het verdampt enkel vlugger dus je hebt minder het gevoel dat je moet drinken. Een goed advies: drink evenveel als wat je gewoon bent wanneer je loopt in de zomer!

In 2016 had ik het genoegen zelf te lopen tijdens jouw 78ste en 80ste marathon. Dat waren mijn twee eerste marathons maar duidelijk niet jouw laatste. Loop je door tot 100 stuks?
Marc De Keyser: Wat ik zeker weet is dat ik loop zolang mijn lichaam het aankan en ik er van geniet.

Ik hou van lopen, het geeft me zowel fysische als mentale frisheid. Ik kan me geen leven zonder lopen voorstellen.

Marathons of andere races zijn een surplus maar zeker geen noodzaak. Dus als ik die honderdste marathon loop zullen we dat zeker gepast vieren maar komt die honderdste marathon er nooit, dan zullen we een andere reden moeten vinden om dat feestje te organiseren!

Nog een afsluitertje, Marc. Wat als je tijdens de Ice Marathon moet plassen?
Marc De Keyser: Haha, die vraag doet me denken aan het nummer ‘Don’t eat the yellow snow’ van Frank Zappa! Plassen in de sneeuw is not done! Tijdens de marathon zijn er een drietal toiletten voorzien. Dus als je geen prostaatprobleem hebt zijn er voldoende faciliteiten voorzien om de sneeuw niet geel te hoeven te kleuren! In andere gevallen neem je je plasfles mee.

Marc, hartelijk dank voor dit fijne interview. Het was ook heel tof om jou in een loopshirt van Runcoach.be te zien finishen. Zo waren wij toch ook een stukje aanwezig op Antarctica.

Startdag Trailrunning Managers

it-d

Zaterdag gaven we in Gent met Runcoach.be het startschot voor Trailrunning Managers. De kandidaten werden ontvangen in de bar van de Rozebroeken en om 10u gingen we naar de vergaderzaal waar Runcoach.be zichzelf en het project Trailrunning Managers voorstelde aan de hand van een aantrekkelijke presentatie met allerlei foto- en videomateriaal dat  onvermijdelijk goesting opwekte om onmiddellijk je valies vol loopgerief te pakken en naar de bergen te vertrekken. (Toch beter wachten tot de sneeuw weg is tenzij je wil skiën in plaats van trail lopen.)

Na het overlopen van zijn professionele voorgeschiedenis vervolgde hij met zijn persoonlijke verwezenlijkingen in ultra trail running. Uiteraard met de nadruk dat de Trailrunning Managers niet in dergelijke richting van competitieve ultra trail geduwd zullen worden, wel om zijn expertise te illustreren. Hij loopt in het segment van de 10% eersten op ultra trails en wil de mensen met deze informatie niet afschrikken maar geruststellen dat hij weet waarmee hij bezig is. Indrukwekkend is het alleszins.

Een viertal verwezenlijkingen van Runcoach.be in ultra trail running:

  • UTMB in 2012. Frankrijk, Italië en Zwitserland. Start en aankomst in Chamonix. Men loopt rond het Mont Blanc-massief. 168 km en 9600D+, helaas moest in deze editie iedereen stoppen na amper 110 km en 5600 positieve hoogtemeters. Het geluk dat hij geloot* was om te mogen meelopen én de domper dat het traject wegens te hevige storm en zware sneeuwval ingekort werd. (*Loting: je moet voldoende punten op andere trails sprokkelen om te mogen deelnemen aan de loting en er mogen maar 2500 lopers starten. Dat betekent 25% kans dat je bij de gelukkigen bent. UTMB kan je vergelijken met de Olympische Spelen van  trail running.)
  • Solo run van Middellandse Zee naar Atlantische Oceaan in 2013. Spanje. 840 km en 60000D+. Omdat hij dit in zijn eentje liep en geen back-up had, maakte Weather 4 Expeditions zijn weersvoorspellingen met een zogenaamd persoonlijk weather window. Helaas moest hij na 640 km en 36000 hoogtemeters zijn loopavontuur stopzetten omdat er een extreem noodweer plaatsvond dat toen o.a. Lourdes deed overstromen. Hij had dagelijks tussen de 30 tot 50 km per dag gelopen met zijn rugzak met tentje en dergelijke op de rug.
  • Irontrail in 2015. Zwitserland, Graubunden. Start op donderdagochtend en aankomst op zaterdagnamiddag in Davos. 201 km en 11440D+.
  • Trail des Trappistes in 2016. België, Florenville. 100 km en 2500D+. 11u30 gelopen maar met verwonding tijdens water crossing. (Hij had dus sneller ‘moeten’ zijn.)

Ondertussen waren we warm gemaakt voor het concept trail running en werd het adembenemend mooie parcours van Carros de Foc voorgesteld. Een trendy filmpje van trail runners die deze tocht lopen, langs de refugio passeren voor hun stempels als bewijsmateriaal maar vooral genoten van wat ze deden. Wij gaan de 55 km opsplitsen in twee dagen dus we logeren in één van de refugio’s.

Daarna overliepen we de maandelijkse netwerkactiviteiten die telkens op een wisselende locatie in Vlaanderen georganiseerd worden. Het principe is een voormiddag met interessante lezingen, een workshop of management coaching gevolgd door een lichte lunch want in de namiddag is er een groepstraining. Dat kan in de duinen of Heuvelland zijn. Er is alleszins voldoende variatie.

De deelnemers worden bovendien individueel opgevolgd met wekelijkse personal coaching op vlak van sport, gezonde voeding en mentale veerkracht.

In de prijs is een uitrusting voor trail running van Salomon inbegrepen. Voor de dames ziet deze er zo uit:

it-d

We lunchten samen en het ijs was gebroken. Iedereen praatte over wat we gezien en gehoord hadden tijdens de voorstelling. Het enthousiasme was helemaal opgewekt en we maakten ons klaar om onze huidige fysieke toestand op te meten. Meten is weten… Daarvoor kwam inspanningsfysioloog Maarten Lievens van UZ Gent langs. In de sportzaal zette hij de Eurofit testbatterij op terwijl de deelnemers zich omkleedden.  We werden per 2 of 3 getest op lenigheid, evenwicht, (explosieve) kracht, snelheid, …en nu was het ijs helemaal gesmolten. Iedereen was samen uit zijn of haar comfort zone gegaan. Begonnen als vreemden en de dag geëindigd als een beetje minder vreemd. De handdruk aan het begin van de dag werd bij het afscheid spontaan vervangen door een kus bij de vrouwen en een handdruk met schouderklop bij de mannen onderling.

We zijn vertrokken maar we hopen ons team nog met een aantal andere deelnemers uit te breiden. Daarom blijven wij onze oproep tot deelname verspreiden bij ondernemers, CEO’s, topmanagers en vrije beroepen. Uiteraard is iedereen welkom maar Trailrunning Managers is een B2B-product van Runcoach.be. Het bedrijf betaalt de factuur. Naast het pilootproject Trailrunning Managers blijft Runcoach.be personal coaching op maat verschaffen (B2C) en ondernemingen begeleiden naar een gezondheidsbeleid op de werkvloer (B2B). En we zijn helemaal mee met de trend: H2H. Human to Human.

Wie is Runcoach.be?
Dominiek De Meulemeester, website: http://runcoach.be, bereikbaar op info@runcoach.be en 0473/311.023. Hij luistert graag hoe hij kan helpen je persoonlijke doel te verwezenlijken.