De bossen roepen

Het is geen geheim dat mijn energiepeil sinds september in een dip zit. Erg is het evenmin. Ik weet immers dat de tijd zich in cycli van op- en neergaan beweegt. Zoals een trail run of mountainbike rit in de Ardennen. First things first en soms zijn er flessenhalzen waardoor gezin en werk geduwd worden maar de fles toch verstopt. Of zoiets.

Bon. Probleem was natuurlijk dat we voor de HouffaRaid aan het trainen waren en geen extra tijd of energie aan de etmalen konden breien. Trainingstijd in sterk heuvelachtig gebied op de mountainbike die mijn maatje en ik hard nodig hadden om de zware offroad klimpartijen onder tijdsdruk meester te kunnen.

Twee weken geleden reden Kelly en ik naar Houffalize om het mountainbike parcours uit te testen. Doodmoe – ik viel de avond ervoor op restaurant aan tafel in slaap op nota bene mijn eigen verjaardagsetentje – maar met het voornemen dat er misschien nog uitgerust kon worden tegen race day. 960 positieve hoogtemeters op 25 km. Na 10 kilometer was het vet meer dan van de soep. Ik trilde van angst en frustratie. Dit was onmogelijk voor ons en we besloten dat we niet zouden starten op de HouffaRaid op 8 oktober.

Vandaag dus. Ondertussen hadden Runcoach.be en ik wel het hotel geboekt voor vier. Want vrienden zouden meekomen om te supporteren en te helpen met materiaal. Gisteren zijn we toch vertrokken met het voornemen er een gezellig, sportief weekend van te maken zonder druk, zonder moeten maar enkel met mogen.

We hebben twee keer hetzelfde mountainbike parcours vanuit Bastogne gereden. Een keer gisteren ter verkenning met zijn tweeën en een keer deze ochtend met zijn vieren. 338 positieve hoogtemeters op 27 km. Een derde van de hoogtemeters van het eerste MTB-deel van de HouffaRaid. Het mocht eens klein en helemaal niet uitputtend zijn. Geen schip is vergaan. Ik heb zo intens genoten van het samen iets leuks doen op een ontspannende manier zonder prestatiedruk.

De velden waren drassig en groen. De lokroep van de herfstbossen deed zijn werk. Zuurstof en een zee van paddenstoelen. Voor het eerst in weken voelde ik dat ik uit het slop geraakte en terug op mijn positieven kwam. Daarvoor waren enkel een mountain bike en modderplassen nodig. En het warme gevoel van liefde en vriendschap.

Voor en na (😉):

Doorbijten en blijven gaan

Sinds een paar weken leef ik in een cocon van focus met gevoel op nul omdat de werkbelasting op een hoogtepunt zit. Er is nauwelijks ruimte in tijd noch qua energie om voldoende te sporten waardoor ik stilletjes alsmaar voortdoe. Ik probeer het evenwicht te bewaren en niet van de richel te vallen. Het wordt vanaf november vast beter. Of misschien wel eerder. We zullen zien. Bewust ga ik geen enkele discussie aan wanneer mensen die uitlokken. Gewoon op de tanden bijten en voortdoen. Werken alsof het een ultra trail betreft. Ooit komt er een einde aan en volgt de opluchting van oef!

Van elk moment dat ik een beetje sport kan meepikken, geniet ik dus dankbaar. Zoals vanavond. Dankzij oma en opa konden Runcoach.be en ik na het avondeten samen kajakken.

De energie is weer bijgetankt. Morgen geef ik er nog een lap op op de campus met hopelijk een korte lunchloop in het bos en zaterdag haal ik mijn schade in met een dagje mountainbike in Houffalize. Laat die hoogtemeters in de Luxemburgse bossen maar komen!

FOMO

Ondertussen heeft de Intel Core i7 processor in mijn hoofd me de voorbije tien dagen net niet ontgoocheld – het kleinood is dan ook geschapen voor zware toepassingen – en is mijn lijf herrezen als een feniks uit de as.

Hoe eerlijk moet je zijn? Ik moet helemaal niets en hou niet van schone schijn. Je moet succesvol zijn en als je het niet bent, moet je doen alsof. Duh?

Vorige week kwam mij ter ore dat mijn blog de laatste tijd anti-reclame voor Runcoach.be zou zijn. Omdat ik er zo moe uitzie. Omdat ik dipjes heb. Omdat ik niet bruis van energie.

Ik steek het niet onder stoelen of banken dat het moeilijke weken zijn geweest. Dacht iemand nu echt dat Runcoach.be een toverstok had om het leven om te toveren in non-stop rozengeur en maneschijn? De realiteit is er en kan je voor een deel wijzigen maar vooral je ingesteldheid bepaalt je vermogen om gelukkig te zijn. Dat laatste kan je grotendeels vormen.


Bijvoorbeeld. Soms moet je jezelf verplichten iets leuks voor jezelf te gaan doen zelfs al ben je doodmoe van het werken. Dus vrijdagavond kwam ik om 19u30 thuis, zette mijn fiets weg en kleedde me om.

Mijn goede vriend Arne die ik wegens mijn drukte al veel te lang niet zag, trad op met zijn metal band in Oostende op doortocht naar London. Runcoach.be en ik hadden er deugd van. Ik voelde me sinds lang terug happy.

Dankzij de coaching heb ik in 2016 als extreem drukke mama van in de veertig ruim 1800 km gelopen waaronder een trail van 40 km, twee marathons en een ultra trail. Ik heb dus heel wat sportieve grenzen verlegd en werd daardoor op het werk productiever dan ooit. Maar ik heb ook geleerd om mijn grenzen te herkennen en gas terug te nemen zoals de voorbije dagen. Ik durf zelfs te stellen dat ik dankzij het lopen niet gekraakt ben onder de werkdruk. Dus meer dan ooit: laat u coachen door Runcoach.be en sta versteld hoe sterk jij bent!

Ik dacht een tijdje dat ik een blessure had waardoor ik het lopen on hold zou moeten zetten. Eerlijk? Het potentiële vonnis een hele tijd niet te mogen lopen, was met geen mentaal coachen te verzachten. Met een klein hartje trok ik naar de dokter. De diagnose van de huisarts luidde hamstrings / insertie tendinopathie *geen idee wat die slash daar doet*. Het goede nieuws: ik mag zoveel lopen als ik wil. Dat heb ik minstens 5 keer ter bevestiging gevraagd. Het slechte nieuws: lang zitten zal nog een hele tijd blijven pijn doen maar laat dat een reden zijn om veel rond te huppelen. Kinesitherapie zou de genezing kunnen versnellen. Helaas heb ik daar geen tijd voor. Als het had gemoeten zou ik zeker ruimte vrij maken in mijn drukke agenda. Maar ik ga niet toveren als het niet nodig is.

Dus ja, weinig geblogd doch wel gelopen. Twee keer 10 km. Nog steeds veel minder dan gewoonlijk maar ik moet eventjes niets op loopvlak van mezelf. Dat is ok.

Ik moet veel minder dan ik denk. Jezelf vanalles opleggen. Omdat je denkt dat het moet van Anderen. Of omdat je vreest niet meer mee te zullen zijn met de permanente informatiestroom. Dingen missen. FOMO. The fear of missing out waardoor je slaaf bent van je mailbox, Messenger of heel je smartphone. Het blikveld versmalt elke dag de hele dag door naar 35 vierkante centimeter scherm. Wijde horizonten om te lopen heb ik nodig, geen permanente aanwezigheid van devices die de focus versplinteren en het waanidee van succesvol multi-tasken voeden.

Maandag heb ik e-mail, Facebook, Messenger, Twitter en Instagram van mijn iPhone gezwierd. Wat een rust in mijn hoofd. Wat een vrijheid. Mijn inwendige Intel Core i7 moet niet steeds op volle toeren draaien.

Het wintert in mijn benen


Het vriest dat het kraakt. Het is vrijdagochtend kwart voor acht en ik fiets in het donker naar mijn werk. Aan mijn stuur hangt in het midden een mand met alles wat ik nodig heb om te lopen, aan mijn bagagedrager een tas met mijn laptop, mijn dikke Filofax agenda, een grote fles citroenwater en twee boterhammen met groene pompoenpittenpasta. Mijn handtas hangt over mijn schouder, aan de tegenovergestelde zijde van mijn fietstas, kwestie van de boel in evenwicht te houden in tijden van ijzel en verhoogd risico op vallen met de fiets.

Stel je voor dat ik een blessure krijg waardoor ik een tijd niet zou kunnen lopen…

Deze week skipte ik de looptrainingen van zondag en maandag omdat ik noch zin noch tijd had. Er is iets in mij dat me tegenhoudt om voluit te gaan lopen. Een complexe weerstand die meer is dan tijdsgebrek en vermoeidheid want dat heeft me het voorbije jaar nooit geremd om te gaan lopen. Ik heb een blessure opgedaan begin december tijdens het doceren. Jurken en hakken op het werk zijn ware boosdoeners. Tijdens het hoorcollege statistiek op dinsdagnamiddag ben ik uitgegleden toen ik parmantig in de ban van mijn betoog van het rechter white board naar het linker bewoog en de hak van mijn linkerlaarsje ongelukkig op de grond plaatste waardoor mijn linkerbeen ongecontroleerd naar voren schoof. Mijn bilspier kon er niet om lachen maar op dat ogenblik was ik tevreden dat ik niet op de grond gevallen was. Constante pijn is een prima alarmbel dat er iets niet in orde is. Helaas was dit hier niet het geval terwijl er wel een defect ontstond. De pijn is enkel voelbaar en vrij minimaal na een klein halfuurtje zitten. Maar ik zit zelden langer dan tien minuten dus het viel wel mee en ik dacht dat het vanzelf zou genezen. Bovendien had ik een ultra trail run op de agenda. Die niet echt een succes werd ondanks het uitlopen. In combinatie met de vrieskou en het slip-incident was het misschien niet zo raar dat mijn linkerknie begon te protesteren. De pijn in de bil straalde na een 35-tal kilometer uit naar heel mijn linkerbeen. De rest is geschiedenis in mijn micro-kosmos.

Maar ik dacht dus: dit gaat over. Even geduld hebben.

Je gelooft het nooit maar de eerste dag na de Kerstvakantie glijd ik op het werk weer uit. Weer met hetzelfde been. Weer zonder vallen dankzij degelijke reflexen. Au. Mijn linkerbil doet zeurend zeer. Stomme hakken. Stomme gladde vloeren. Omdat een periode van zittend werk is aangebroken, is de pijn voelbaar met bovendien een flinke domper op het gemoed. Lees: moedeloosheid steekt op. Lopen doet geen pijn maar ik voel de twijfel in mijn been. Niet weten of lopen nefast is voor de genezing en tegelijk niet willen horen of een verplichte looppauze zich opdringt.

Terug naar vrijdag. De lunchpauze brak aan. Met drie collega’s liep ik in het koude maar zonnige bos. Heerlijk verkwikkend. Maar na 4 kilometer kon ik nauwelijks nog volgen en liet Isabel en Dieter los. Benoît bleef bij mij lopen ondanks mijn aanmoediging om de twee koplopers te vergezellen. Eigenlijk liepen ze amper twintig meter voor ons en toch zonk de moed me in de schoenen. Het leek meer dan ooit alsof alle andere lopers progressie maken behalve ik.

vrijdag-bosloop

Mijn huisarts woont ver omdat ik al zes jaar geen dokter meer bezocht en sindsdien verhuisd ben. Dit betekent dat ik het geluk heb zelden ziek te worden en erg gezonde kinderen heb. Combineer die niet-fietsbare afstand met een drukke agenda en de hoop dat de bilpijn vanzelf zou weggaan en het resultaat is dat ik na zeven weken nog steeds sukkel met dat linkerbeen. Nu besef ik dat ik écht eens op consultatie moet gaan. Ik vermoed dat ik iets heb zoals het piriformis syndroom maar dat zal de diagnose moeten uitwijzen.

Zaterdag na het werk scheen het winterzonnetje weer en kon ik eindelijk nog eens met Joke lopen. We liepen langs de Damse Vaart en namen de afslag naar het Fort van Beieren. Zo kwamen we door bos en veld terug uit aan de vertrouwde vaart. Eenmaal in Damme doorkruisten we het historisch centrum om tussen te bomen te verdwijnen en de terugtocht naar Brugge langs veldwegen te maken. Voortdurend voelde ik hoe langzaam we liepen en dat dit niet aan Joke lag maar aan mij. Achteraf was ik bovendien erg moe en kon niet anders dan thuis een tweetal uren languit te rusten in de zetel tussen de kussens en kinderen.

zaterdagloop

Het is niet eenvoudig om te schrijven over dipjes, minder leuke periodes en last zonder te vervallen in een zang van zelfbeklag. Het gemakkelijkste is om radiostilte te houden. Maar het klopt dat de mentale factor een belangrijke parameter bij het lopen vormt. Enerzijds kan je vleugels krijgen door positieve dingen maar anderzijds geven mindere periodes je lood in de schoenen. Het is tijd om dit te doorbreken. De eerste stap is zorgen dat de pijn in mijn been verdwijnt dus ik start deze week mijn zoektocht naar een nieuwe huisarts. De vorige heb ik net getelefoneerd om afscheid te nemen en haar te bedanken.

Ik heb de steun van mijn Runcoach.be meer dan ooit nodig en beloof plechtig dat ik vanaf nu zijn goede raad (direct) opvolg. The only way is up!

Verslag Maratón Trail Apuko Extrem


Hier zit ik dan al om 14u15 in de auto op een parkeerplaats in bergdorpje Zaramillo in tranen van teleurstelling maar ook van de schrik. Ik zou op dit uur nog moeten bezig zijn met mijn race maar na 15 km heeft de organisatie me uit de race gezet wegens te traag. Ze hebben absoluut gelijk want als je geen 15 km kan doen onder de 3 uren geraak je nooit binnen de tijdslimiet aan die 46 km. 

Bovendien ben ik doodsbang geweest waardoor ik weinig kon genieten onderweg. De natuur was nochtans woest prachtig. Apuko Extrem, de naam is niet gestolen. Het gekke is dat na de 2 mountain trail runs die ik in Zwitserland al liep, mij niet kon inbeelden dat ik vandaag door een hel zou gaan terwijl ik de hemel verwachtte. Geen idee dat dit technisch veel zwaarder zou zijn dan de trails in het hooggebergte van de Alpen.

Ik schrijf bewust kilometers ‘doen’ en zeker niet ‘lopen’. Want lopen heb ik geen 2 kilometer kunnen doen. De hellingen waren voor mij een maat te groot met inclinatiegraden van 45% en meer. Frontaal een steile berg opstappen in plaats van zigzaggend naar de top slingeren, ik kon mijn ogen niet geloven en voelde mijn benen niet meer toen ik eenmaal de top bereikt had. Ik was nog geen 6 km gevorderd en voelde me al zo moe als de laatste kilometer van mijn laatste wegmarathon.

Toen liep het over de bergkammen (crêtes) en gaf de hoogtevrees – geholpen door de vermoeidheid van de klim – mij slappe benen. Links noch rechts durven kijken, niet panikeren, niet stoppen met ademen ook al stokt hij ongenadig in je keel, niet nadenken over waar je terecht zou komen bij een val. 

Wanneer zou ik eindelijk eens kunnen lopen? De verloren tijd wat inhalen met naar beneden lopen was een lelijke streep door mijn rekening want ook dat gebeurde werkelijk recht naar beneden. Tussen de scherpe stenen. Schuifelend, niet eens lopend, viel ik drie keer wegens een voor mij onmogelijke afdaling. Daarna leek het alsof mijn rechterknie een aantal keer Barbie-pop-gewijs mijn onderbeen naar de verkeerde richting overboog. Naar voren of opzij in plaats van netjes naar achteren. 

Ik besefte al snel dat ik de eerste tijdslimiet niet zou halen. In een zotte gedachtenflits hoopte ik stiekem dat ik een valblessure zou ondergaan die het falen zou verantwoorden. Wie kan nu geen 15 kilometers maken beneden de 3 uren? Maar ik besefte ook dat hier een blessure krijgen een ramp zou zijn. Ik was zo al voortdurend bang. 

Het hield niet op. Nooit volgde je een wandelpad. Voortdurend rechtdoor omhoog en rechtdoor naar beneden. Principe ‘kilomètre verticale’ maar dan non-stop. Dit kon ik echt niet volhouden dus het was eerlijk gezegd maar best ook dat ik moest stoppen na 15 kilometer. Mijn hoofd barstte bovendien van de koppijn.

Wat nog een persoonlijke blunder leek toen ik door de organisatie werd teruggebracht, veranderde in verzachtende omstandigheden bij aankomst in Zaramillo. Huilende Spaanse mannen, geblesseerden, teleurgestelde macho-mannen. Dit was klaarblijkelijk een afvalrace. 

Maar toch. Ik voelde me ellendig en besloot me terug te trekken in de auto om te wachten tot Runcoach.be zou finishen. Hij was om 5u ’s ochtends vertrokken voor de 105 km. Misschien zou hij pas eindigen om 3u deze nacht. Hij mag niet weten dat ik gestopt ben. Hoe stelt hij het? Hij kan heel veel en is best snel maar dit is toch buiten categorie? Is dit eigenlijk nog wel trail running? Ik heb nooit langer dan 2 minuten per stukje gelopen. 

Terwijl ik dit schrijf, staat hij plots aan de wagen. 

Hij was blij dat ik gestopt was. Had getwijfeld om me te verbieden om te starten toen hij een tweetal uren bezig was in de vroege ochtend. Had het niet gestuurd omdat hij hoopte dat het bij mij minder zwaar zou zijn en omdat ik toch niet zou willen luisteren. Niet proberen is voor mij geen optie. Toen hij ‘mijn’ bergen bereikt had, besefte hij dat het bij mij even erg zou zijn en enkel de afstand het grote verschil zou maken. Het was dan ook te laat. Ik was vertrokken…

Hij stopte na 47 km. Nog nooit meegemaakt. Van de 125 deelnemers zijn er maar 36 gefinisht. Dus 89 teleurgestelden. 71%…

Ik stopte na 15 km. Nog nooit meegemaakt. Van de 100 deelnemers zijn er 60 gefinisht. Ik ben een van de 40 teleurgestelden. 40%…

We stellen ons vragen bij dergelijke evenementen. En vooral bij het ontbreken van elke waarschuwing over het extreem zwaar niveau en het gevaar van de trail in hun communicatie. Dit was geen trail running maar een verrassing en kaakslag van jewelste. Niet voor herhaling vatbaar maar met een ongelofelijk respect voor de finishers! 

Stalhille-Brugge

Sinds een dik jaar wonen wij in het historisch centrum van Brugge. Onze overburen zijn het Begijnhof, het Minnewater onze tuin. Één kind loopt nog school in polderdorp Stalhille. We konden het niet over ons hart krijgen haar uit het dorpsschooltje weg te rukken. Dus elke morgen wordt zij van Brugge naar Stalhille gebracht met de wagen.

Vanuit ecologisch en praktisch oogpunt besloot ik dat ze nu oud genoeg is geworden om met de bus naar school te gaan. De bus rijdt toch en een personenwagen minder in het verkeer is voor iedereen beter. Zelf fiets ik elke dag naar mijn werk. Dat houdt in dat ik soms eerst Anna naar Stalhille rijd, de auto thuis parkeer en op de fiets spring richting werk. De weg naar het werk is per auto een verkeersnachtmerrie maar per fiets door de autovrije dreven is het een aangename outdoor activiteit.

De streekbus dus. Ik moet zeggen dat ik tevreden ben over het openbaar vervoer van De Lijn. Marketingmix in het kort:

  1. P van Communicatie: 10/10. Duidelijke informatie via de routeplanner op hun website en de borden op de perrons.
  2. P van Product: 10/10. Wij zijn blij dat het mogelijk is om tegen schooltijd per bus in Stalhille te geraken. Dat dit kan. Het betreft hier een niet evidente rit wegens grote wegenwerken en zeldzame bestemming. Niemand anders dan wij gaan ’s ochtends naar Stalhille met die bus.
  3. P van distributie: 10/10. Ticket kopen per sms of cash bij de chauffeur.
  4. P van prijs: 10/10. Voor €3 rijd je onmogelijk met de wagen heen en terug (want je blijft natuurlijk niet zelf in Stalhille).

Omdat het de eerste keer was dat Anna de bus zou nemen, koos ik een dag uit waarop ik pas om 10u45 op het werk moest zijn. Om 7u27 namen we bus 35 voor Oostende op het Zand. Het was nog donker en we genoten van de busrit door naar de ochtendstond te kijken. Ik toonde waar Anna op de stopbel moest drukken zodat we konden uitstappen aan de kerk van Stalhille. Aankomst om 8u08. Twee minuten stappen naar school.

En nu? Hoe zou ik terug in Brugge geraken? Er rijdt geen bus terug voor de vooravond. Belbus?

Lopen heeft zo zijn voordelen, ook hier. Ik had natuurlijk loopkledij aangetrokken en zette het op een drafje door het polderdorp richting zeekanaal. Ondertussen was de zon opgekomen.

Dit had een fijne loop moeten worden want de dauw van de ochtend maakte de velden prachtig in het prille morgenlicht. Helaas woog een zware last op mijn schouders en ik had een déjà-vugevoel van mijn allereerste marathon.

Mensen. Ze kunnen een ander genadeloos kraken. Zwart maken. Oordelen. Verantwoordelijk stellen. Neerhalen. Leugens verspreiden. Beschuldigen. Kapot maken. Zich aan jou vastklampen en proberen om jou dan mee in hun negativiteit naar beneden te sleuren.

Ik liep 13 kilometer en voelde letterlijk het gewicht op mijn schouders. Bovendien zat er een rat in mijn lichaam die zich een weg naar boven naar mijn hersenen vrat. Hoe hard ik ook mijn best deed om de stortvloed van woorden van die persoon uit mijn hoofd en hart te bannen, het lukte niet. Net als tijdens mijn eerste marathon.

Grenzen en vergeving. Ik ben er te laks in. Iedereen verdient opnieuw kansen. Maar soms is het genoeg geweest. Voor altijd.

Na 11 km liep ik Brugge binnen aan de Bloedput. Het lopen ging niet meer. Ik besloot de rest te stappen en sloot mijn loopsessie op Runkeeper. Maar ik moest op tijd aankomen om naar het werk te kunnen vertrekken. Ik moest wel voort lopen dus dat deed ik. Nog 2 kilometer.

Toen ik thuis kwam, hadden alle zwanen zich verzameld aan het Sashuis (foto). Het zijn de kleine dingen die soms troost bieden. Zwanen in plaats van tranen.

Kanaal van Walcheren


Vandaag liepen we van de Westerschelde (Vlissingen) langs het Kanaal van Walcheren naar Veere en terug. Nu ja, ik strandde bij het teruglopen na 24 km in Middelburg waarna Runcoach.be me verbood de resterende 10 km verder te lopen maar ik heb de teller alsnog op 26 km gekregen door de 2 km van het treinstation in Vlissingen tot aan de haven te rennen alsof het een nieuwe start betrof. 

Het was dus een zware run. Het ging mij niet af. Misschien dat mijn spieren moe waren omdat ik ’s morgens ettelijke minuten de boeg van een elf ton zware zeilboot met alle kracht die in mijn lijf school, verhinderde tegen de ponton te botsen tijdens een aanmeermanoeuver bij harde laterale wind. Of misschien was het gewoon mijn loopdagje niet. Of misschien wil ik te veel. 

Runcoach.be schrok toch wel een beetje van mijn woedetranen toen ik van hem moest ophouden in Middelburg. Ik was kwaad, ja. Zwaar teleurgesteld in mezelf. Want ik had me ingeprent dat we van Vlissingen tot Veere zouden rennen en dan helemaal terug. De kilometers door het poldergras naast het kanaal waar de zeilboten doorvaren naar het Veerse Meer waren weliswaar extra lastig maar prachtig. We liepen tussen grazende schapen en wuifden naar alle schippers. De braamstruiken hadden roze bloempjes en waren wel drie meter hoog. Overal floten vogels en fladderden blauwe, oranje en witte vlinders. 

Er was helemaal niet afgesproken dat er 34 km gelopen moest worden maar ik had het mezelf vastberaden opgelegd. Het leek me tof. Runcoach.be vond dat ik moest blij zijn met wat ik wel gelopen had en wat we onderweg gezien hadden. Ik heb dingen gezegd zoals dat ik nooit meer een marathon zal lopen en dat ik niet gemaakt ben om te lopen. 

Dat is natuurlijk kinderachtig en irrelevant in deze tijden maar in mijn microkosmos mag het ook eens donderen al was het maar eens om de dingen des leven in perspectief te zien. De slotsom is dat ik dankbaar ben met de mensen om me heen en van harte hoop dat ze gezond en gelukkig mogen zijn. Elke dag is een geschenk.