To blog or not to blog

Een gezond post-run ontbijtje met aardbeien na een nuchtere ochtendloop. Lekker vroeg om de hitte op haar snelheid te pakken en proberen voor te blijven. Hoewel, om 8u droop het zweet al van mijn lijf.

Waarschijnlijk is dit de laatste blogpost maar ik sluit niets uit. Mijn buikgevoel zegt dat het bloggen over lopen, mountainbike en kajak voorbij is.

Iets kalmere weken zijn nochtans aangebroken. Het academiejaar is onderbroken door verlof en ik heb mijn postgraduaat Digital Marketing mooi gehaald. Voor SEO doeleinden hoef ik niet te bloggen en ik ambieer content noch influence marketing. Vanaf nu richt ik mijn pen exclusief professioneel op SEA, vakliteratuur marktonderzoek (reviews en materiaal ontwikkeling) en digitale marketing strategie.

Maar dus eerst nog een blogje.

Ik ben letterlijk mijn nieuw sportmaatje tegen het lijf gelopen. We lopen, mountainbiken en kajakken samen. Met twee is dat nog zoveel leuker. Deze blog eindigt met enkele beelden. De rest van het verhaal gaat niet euh digitaal. 🙂

(Dit is niet mijn nieuw sportmaatje. Dit is collega Peter met wie ik de Triatlon Door Brugge deed. Hij zwom en fietste. Ik liep.)

Hier is mijn sportmaatje:

See you on the trails!

Zand ploegen en de wind trotseren

Zondag was de tijd rijp en beschikbaar om een lang gevecht met de elementen te trotseren. Water van de zee, lucht in de vorm van harde wind, aarde van zand en het vuur? Dat zat vanbinnen.

De Putters uit Oostkamp – geen bende vogelspotters noch motards – organiseerden Oostende – Duinkerke – Oostende. Op het strand. Goed voor 100 km krachttraining, zeker als je zoals ik maar één paar buitenbanden voor alle gebruik hebt. Maar dat ontdekte ik pas nadien toen iemand mij Victoria Tattoo Light banden met 1.2 druk aanraadde.

Onmiddellijk na de start reed ik al gauw voorlaatste. Ik kon nog een drietal golfbrekers mee in groep oversteken maar daarna waren ze foetsie. Een aantal renners waren dan ook echte profs zoals Cédric Defreyne die toevallig een student van mij is en niet toevallig profwielrenner bij EFC-L&R Vulsteke U23 Cycling Team. Kopwind aan 6-7 Beaufort duwde mijn gemiddelde snelheid naar 10 km/u voor de eerste 50 km.

Het zand lachte me uit en de zeewind floot me na. Ik vreesde een platte band te ontwaren maar het was mijn wiel dat permanent in het zand gezakt was waardoor de platte band gezichtsbedrog was. Heel soms hoopte ik dat hij echt plat was. Dan moest ik wel stoppen en de tram terug nemen naar Oostende. Maar ik had zo mijn redenen om mezelf te pushen naar het walhalla van zand en zout.

Ik had het mezelf gegund. Dat ik nog eens op het aantrekkelijke randje mocht balanceren van een mentaal hindernissenparcours tijdens een ultra duursport in een woeste, prachtige speeltuin die mij helemaal zou opzuigen. De volgende nacht zou Runcoach.be immers naar zijn wildernis vertrekken om te traillopen met Dixie Dansercoer. Hij Groenland, ik de Noordzee.

Ik had het mezelf beloofd. Dat sterke gevoel van door te zetten, in jezelf te blijven geloven in het diepste dal wanneer je twijfelt of je toch geen Don Quichote bent. Ik wist dat ik gewoon moest volhouden en niet flippen omdat het vloed werd, maar gewoon de Noord-Franse duinen moest induiken. Ik wist dat achteraf de roes van ongeloof, tevredenheid en trots zou komen.

De strandstrook tussen Zuydcoote en Duinkerke werd alsmaar smaller en het zand onberijdbaar. Sommige duinen hadden steile betonnen muren als een soort dijk aan het strand. Daar kon ik met mijn fiets niet op- of afklimmen. Dat ik maar gauw 50 km op de teller had, dan kon ik omkeren en de wind weer het hof maken in plaats van te verwensen.

Hoe lastig het soms was, ik genoot van de eenzaamheid op het strand en in de duinen. Het Noordzeestrand was 100 km lang van mij. Het was zondag en ik was op reis. Solo. Als een kleine ontdekkingsreiziger kwam ik terug thuis uit een andere wereld. Vuil, met rode wangen en voldoende positieve vibes om een hele week te overbruggen. Want natuurlijk droom ik ook van Groenland en Antarctica. 😉

Oudlandpolder eerste poging

Het plan was om deze namiddag solo de Oudlandpolder route te mountainbiken met een extra lus langs een bevriende boerin in Vlissegem. Dat zou met de rit naar de route en terug een slordige 70 km offline benenwerk opbrengen als er geen drachtige koe roet in het eten had gegooid. Trainingsdruk was er niet waardoor de speciale doch kortere rit alsnog een uiterst positieve CX oftewel customer experience leverde.

Ik fietste eerst vanuit hartje Brugge naar een zijstraat in Sint-Pieters langs het zeekanaal om in te pikken op de Oudlandpolder route die daar passeert. Meetkerke en Houtave en dan een afwijking van het parcours naar Vlissegem.

De stop bij Inge verliep helemaal anders dan verwacht. Onvoorziene koeienweeën in plaats van een koffie aan de keuken- of salontafel en weet je, dat eerste boeide mij meer. Praten tijdens het werken gaat ook. We zijn toch geen zitters.

Mountainbikeschoenen uit en rubberen klompen aan. Hup naar de stallen om te helpen emmers vullen met melk voor de kalveren. Met twee gaat dat sneller. Na de melk leidden we de koe naar de verlossingskamer. Het betrof een reusachtige dikbil. Wassen en buik scheren zodat de veearts bij aankomst de keizersnede kon uitvoeren. Ik hield het schaaltje met scalpels en scharen vast en stond alzo met mijn neus op 20 cm van de feiten te kijken. Inge had de kruiwagen voor het kalfje klaar gezet. Terwijl we de boorling in zijn bedje met stro legden was de veearts al aan het naaien. Wat een routine. Het leek wel een blitsbezoek.

Inge ruimde placenta en bloed weg terwijl ik kruiwagens veevoeder haalde, bakken vulde en voor de kalveren zette. Voor haar dagelijkse kost, voor mij bijzonder om onverwacht mee te doen. Het bezoek duurde daardoor langer dan in de agenda geprogrammeerd en voor die koffie kom ik zeker eens terug. Dat ik vandaag niet meer in Blankenberge en De Haan geraakte, was niet erg. Dit was minstens even actief en veel unieker voor mij. (Inge assisteert zo’n 130 geboortes per jaar.)

Ik fietste terug met een lusje langs Stalhille om zo weer in Houtave uit te komen en nog wat in de vooravond van de oktoberzon van de polders te genieten. Goed voor 39 km Indian Summer.

De bossen roepen

Het is geen geheim dat mijn energiepeil sinds september in een dip zit. Erg is het evenmin. Ik weet immers dat de tijd zich in cycli van op- en neergaan beweegt. Zoals een trail run of mountainbike rit in de Ardennen. First things first en soms zijn er flessenhalzen waardoor gezin en werk geduwd worden maar de fles toch verstopt. Of zoiets.

Bon. Probleem was natuurlijk dat we voor de HouffaRaid aan het trainen waren en geen extra tijd of energie aan de etmalen konden breien. Trainingstijd in sterk heuvelachtig gebied op de mountainbike die mijn maatje en ik hard nodig hadden om de zware offroad klimpartijen onder tijdsdruk meester te kunnen.

Twee weken geleden reden Kelly en ik naar Houffalize om het mountainbike parcours uit te testen. Doodmoe – ik viel de avond ervoor op restaurant aan tafel in slaap op nota bene mijn eigen verjaardagsetentje – maar met het voornemen dat er misschien nog uitgerust kon worden tegen race day. 960 positieve hoogtemeters op 25 km. Na 10 kilometer was het vet meer dan van de soep. Ik trilde van angst en frustratie. Dit was onmogelijk voor ons en we besloten dat we niet zouden starten op de HouffaRaid op 8 oktober.

Vandaag dus. Ondertussen hadden Runcoach.be en ik wel het hotel geboekt voor vier. Want vrienden zouden meekomen om te supporteren en te helpen met materiaal. Gisteren zijn we toch vertrokken met het voornemen er een gezellig, sportief weekend van te maken zonder druk, zonder moeten maar enkel met mogen.

We hebben twee keer hetzelfde mountainbike parcours vanuit Bastogne gereden. Een keer gisteren ter verkenning met zijn tweeën en een keer deze ochtend met zijn vieren. 338 positieve hoogtemeters op 27 km. Een derde van de hoogtemeters van het eerste MTB-deel van de HouffaRaid. Het mocht eens klein en helemaal niet uitputtend zijn. Geen schip is vergaan. Ik heb zo intens genoten van het samen iets leuks doen op een ontspannende manier zonder prestatiedruk.

De velden waren drassig en groen. De lokroep van de herfstbossen deed zijn werk. Zuurstof en een zee van paddenstoelen. Voor het eerst in weken voelde ik dat ik uit het slop geraakte en terug op mijn positieven kwam. Daarvoor waren enkel een mountain bike en modderplassen nodig. En het warme gevoel van liefde en vriendschap.

Voor en na (😉):

Moet Er Nog Slijk Zijn?

Zaterdagmorgen had ik een blind date met twee bikers van de Facebook-groep M.E.N.S.Z. Mountainbike liefhebbers die afspreken om te gaan crossen. Eentje is de zoon van een collega dus zo blind afspreken was het niet. We vertrokken om kwart voor negen in Tilleghembos. Het goot water tot kilometer 40 en ik wist nog niet dat het een heel toffe rit zou worden van een parcours dat ik al een vijftal keer had gereden. De vorige keer was dinsdag en verloren rijden zat er bijgevolg niet in. Het betrof de dikke 50 km Bossenroute door de bossen en velden van Loppem, Zedelgem, Aartrijke, Snellegem, Zerkegem, Jabbeke, Varsenare. West-Vlaamser wordt het niet.

Het was tof omwille van drie redenen:

  1. Modder en slijk à volonté => technisch en zwaarder
  2. Regen => magische natuur
  3. Toffe gasten maar ik was de rapste.

Dat laatste komt misschien raar over maar ik heb dat eens nodig voor het zelfvertrouwen. Het bewijst ook dat ik een heuse leercurve gevolgd heb sedert mijn start met MTB in april. Oefening en training lonen. Klikpedalen baren mij geen zorgen meer doch overweeg ik nog steeds over te schakelen op flat pedals voor de Ardennen.

Toen ik thuis kwam, lachten de toeristen voorzichtig maar ik merkte het wel. Een slijkmonster reed in het historisch centrum van Brugge. Het kostte me dan ook een ruim uur om mijn materiaal te poetsen. Inclusief mijn menselijke machine.

En er moest nog gelopen worden op Levensloop Kortrijk. Voor mijn werkgever Vives. Van een prachtige zaterdag gesproken.

Trillende benen

Soms hoor je profwielrenners op de massamediakanalen zeggen dat ze slechte benen hebben. Tot voor kort kon ik me daar weinig bij voorstellen. Na een zware trail of marathon had ik uiteraard steeds een vreemd gevoel in de benen maar ondertussen weet ik hoe anders dit voelt na een zware rit en na een zware loop. Na het lopen voel ik het direct. Genoeg!, smeken de benen dan.

Mijn ervaring is dat ik tijdens en onmiddellijk na het mountainbiken niet besef dat het zwaar was. Ik zeg telkens met een grote glimlach – en niet om stoer te doen – dat ik mentaal moe ben van de techniciteit van dergelijke rit maar dat mijn lichaam het niet voelt. De focus, de adrenaline maar niet de fysische inspanning vermoeien me. Ondertussen heb ik begrepen dat offroad hoogtemeters fietsen wel iets met mijn benen doet en moet ik deze bewering toch bijstellen.

Dinsdagmorgen deed ik een klein, traag loopje met Joke in Koolkerke op een leuke locatie. We zouden 40 minuten aan 9 km/u lopen. Ik had er best zin in en was opgetogen eindelijk nog eens met haar te kunnen trainen. Doch na de zware mountainbike rit van zondag in Spa, ging het mij totaal niet af. Mijn scheenbenen deden pijn, mijn billen ook. De botten in mijn benen leken roestige knoken. Na amper 20 minuten sliep mijn volledig rechterbeen en ik leek wel buiten adem. Onvoorstelbaar maar ik telde botweg af tot de tijd om was. Logisch eigenlijk want ik weet best wel dat spieren wat tijd vragen om zich te herstellen. Maar ik wil zo graag alle tijd waarover ik beschik efficiënt benutten om te trainen.

Ik besefte dat mijn benen rust nodig hadden want zo zou ik onmogelijk de Trail des Fantômes van komende zaterdag in La Roche succesvol en genietbaar kunnen uitlopen. De hoogtemeters zijn genadeloos.

Maar ik had op woensdag nog een training op de agenda die ik absoluut niet wou annuleren. Mountainbiker Jakke zou me er in Herentals een lap op laten geven op een technisch uitdagend bosparcours in de Kempen. Een ronde telde 36 km en we zouden er twee rijden.

Toevallig hadden zowel hij als ik een uitvlucht om slechts één ronde te crossen. We fietsten de rode, groene en blauwe lus van het Sport Vlaanderen MTB parcours Herentals-Kasterlee met enkele extra pittige stukjes van Jakke himself die dat daar beter dan zijn broekzak kent.

Het eerste half uur bibberde ik van de stress en durfde niet eens over boomwortel-trapjes van 20 cm vliegen in de afdalingen. Klimmen geen probleem, maar dalen: hola, Pola… Ik moest er – l'histoire se répète – mentaal inkomen, mijn moed bijeen rapen en letterlijk Komaan Cattoor, zo geraak je er niet! als een mantra tegen mezelf herhalen.

Maar dan kwam ik in de flow en ontspande me zonder de alertheid te verliezen. Anders vlieg je tegen een boom, zoef je verkeerd over de boomwortels en trapjes of ga je uit de U- en S-bochten. En dat wou ik zeker nu met de trail run van zaterdag niet meemaken. Mijn benen waren nog steeds moe en zwaar en ik zwoer komende donderdag en vrijdag niet meer te zullen trainen.

Alzo geschiedde vandaag, samen met Runcoach.be, de eerste sportrustdag in La Roche. Een uur wandelen kan natuurlijk nooit kwaad. Benieuwd of de benen morgen weer een beetje luchter zullen voelen. En of het evenveel zal regenen als vandaag. Dat er zaterdag in de modder zal worden getraild is een feit. 😉

Angst de kop indrukken

Een jongetje was dol op paardrijden tot hij een dag van het paard viel. Daarna heeft hij nooit meer op een paard gezeten. Een begrijpelijke reactie maar wel jammer. Geen idee of ik mijn kind zou verplichten om verder te gaan paardrijden maar zelf besefte ik dat na mijn val van drie dagen geleden waarbij ik over kop ging, op mijn hoofd viel en mijn mountainbike op mij, zo snel mogelijk terug op die fiets moest springen. Ik ben dan ook een volwassene die dat inziet en volledig zelf kan beslissen hoe ik daarmee omga.

De ochtend na de val ging het trail lopen niet lekker wegens een linkerbeen dat toch meer gehavend bleek dan verwacht. De voorziene MTB-training van de namiddag werd afgelast en de volgende dag – gisteren dus – stond plots onverwacht rust op het programma.

Daarvoor kwam ik niet naar de Ardennen, hé.

Het werd een dag bij onze noorderburen met veel sauna, warme baden, koude baden en lezen in een boek over digitale marketing en in Franse bladen over trail running. Ach, het regende toch pijpenstelen.

Vandaag brak onze laatste dag in Spa aan. Runcoach.be en ik startten vanmorgen op MTB-route 5 om bij de splitsing na ongeveer 20 km verder te fietsen op route 6. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot. Het had niet alleen gisteren maar ook de hele nacht ferm geregend dus de grond was nat wat enerzijds voor gladde steentjes en rotsen zorgde en anderzijds voor zachte modder en waterplassen.

Route 5 is het parcours waar ik donderdag na 18,5 feilloze offroad kilometers op de grillige heuvels en over boomwortels en sparrenappels ineens gevallen was. Op die plaats was ik mijn zuurverdiend zelfvertrouwen kwijtgespeeld. De Plek des Onheils had ik liever vermeden want ik wist zeker dat mijn zelfvertrouwen daar niet ergens als een item op de grond voor het oprapen lag. De regen zou het trouwens weggespoeld hebben. Enfin, ik had helemaal geen zin om daar weer te passeren maar de eerste 20 km van route 6 vallen onvermijdelijk samen met deze weg. Het was met een klein hartje en met halfvol vertrouwen in mijn Runcoach.be dat ik fietste. Voor het eerst fietste ik voor het (trainings)resultaat en niet voor het genot van de rit.

Dat ik na 4 kilometer tijdens een beklimming van een rots met mijn klikpedalen omviel was te wijten aan mijn koersbroek met extra stevig zeem die eigenlijk een maat te groot is. Ik moest rechtstaan op de pedalen en naar voor hellen om niet achterom te slaan want mijn voorwiel loste de grond door de hellingsgraad. Dat ging goed tot ik weer op mijn zadel wou zitten. Mijn zeem hing te laag waardoor hij vasthaakte aan mijn zadelpunt, ik mijn evenwicht verloor en naar rechts omviel. Een blauwe plek op mijn kont en een dikke sorry, het is niet erg, ik kan het echt wel, tegen Runcoach.be die natuurlijk geschrokken was. En innerlijk zei ik tegen mezelf dat het gedaan was met sukkelen.

Vervrouw je, trek die broek hoger en niet flauw doen!

Gelukkig zou dit de enige valpartij van de volledige rit worden. Bovendien was het zo dat ik na het passeren van de Plek des Onheils bij toverslag toch genoot van de rest van de rit. Goed voor 28 kilometer onverhoopt genot. Ik zou kunnen liegen en schrijven dat ik in stijl en met glans de Plaats der Val getrotseerd heb doch ik ben geen heldin. Ik ben afgestapt en met een inwendige vloek en mijn mountainbike in de hand naar beneden gestapt.

Vandaag deed ik een aantal MTB-dingen voor het eerst. Want ik ben nog steeds een beginner die in april voor het eerst op een mountainbike kroop. Het betreft door de modder en plassen crossen (mjammie!), over de duizend positieve hoogtemeters bijeen fietsen in één rit en beekjes doorsteken (watercrossing).

Er is nog veel werk aan de winkel om mijn hoogtevrees in de afdalingen te overwinnen maar ik geef niet op. En dát gevoel geeft mij veel energie en levenskracht.