Marathon van Gent in balans

Twaalf weken geleden startte ik met een marathonplan. Vier en soms vijf looptrainingen plus één core power sessie per week zag ik absoluut zitten. Het enige wat na week 5 drastisch gewijzigd moest worden, waren de andere sportactiviteiten. Een week met ook nog badminton, kajak en mountainbike deed een alarmbelletje rinkelen dat ik mijn lijf zou oververmoeien.

Deze keer wilde ik een goede marathon lopen zonder de fouten die ik bij de twee vorige gemaakt had. Ik wilde niet oververmoeid en stijf van de stress starten. Ik wilde niet al mijn pijlen verschieten door een te snelle eerste helft. Ik wilde deze keer niet overgeven onderweg. En ik wilde vooral heel veel genieten van de trainingen. Enjoy the journey and the destination. Lopen op lange afstand is een mentale sport.

En zo geschiedde. Voor het eerst was ik helemaal klaar voor de marathon. De coach was ikzelf. Mijn schema had ik netjes afgewerkt, ik stond scherp met een vetpercentage dat naar 22% gezakt was, een verhoogde spiermassa en een BMI van 23. Nooit eerder was ik zo in topvorm door de prima balans die ik gevonden had.

En toch is het met een klein hartje dat ik gisterenmorgen om 8u15 uit de auto stapte aan de Topsporthal in Gent. Pieter had me gebracht en zou veel later op kilometer 30 met loopvriendin Els gaan supporteren. Het was ijskoud dus ging ik vlug naar binnen om mijn borstnummer af te halen. Nog drie kwartier om alles te regelen en praatjes te maken met bekenden.

Mijn zus en metekindje namen de bagage van de lopers in ontvangst en ik was blij hen te zien. Veel hallo’kes met lopers, supporters en mijn sympathieke studenten Sportmanagement die kwamen helpen. Een snelle oe-ist met de organisator. Nog een halve liter water en een banaan naar binnen werken. Plots zag ik Petra uit Antwerpen en was het bijna 9u. We zouden trachten samen te lopen. Tijd voor een laatste stress-plasje en vlug naar de startbox. Het was vier graden met een ijzige wind. Gelukkig was het 8u58 dus we zouden weldra starten en ons warm lopen.

Helaas pindakaas. 9u20 en we stonden blauw van de kou te huppelen in de startbox terwijl mijn brein het energieverlies in kaart probeerde te brengen. Een half uur huppelen = minder energie om te lopen… Mijn lijf wou warmte en dat was prioritair. Om 9u30 stonden alle marathonners te drummen aan de ingang van de Topsporthal om zich binnen te verwarmen. We hadden de boodschap gekregen dat de start uitgesteld was tot 10u. De politie gaf het parcours niet eerder vrij.

Geen paniekgevoel maar wel denken: ‘O neen, mijn ontbijt was afgestemd op starten om 9u. Mijn banaan ook. Daar gaat mijn voedingsplan…’ Ik had zo mijn best gedaan om mijn glycogeenstapel te optimaliseren. De man met de hamer rond km 25 wou ik grotendeels om de tuin leiden. De hongerklop een beetje kleiner maken. Dan nog maar een banaan gegeten, water gedronken en een allerlaatste keer plassen. Ik zou braafjes en getimed mijn sportvoeding slikken onderweg. En nooit stoppen.

We startten eindelijk om 10u en ik heb het nooit meer warm gekregen maar niets zou me dwarsbomen om een goede marathon te lopen. Het was koud en winderig maar de zon scheen en het pittig parcours was heel mooi. Veel single tracks in gras, bosgrond, grindwegen en ook asfalt. Fikse klimmetjes op het einde maar daar hou ik van.

De eerste 25 kilometers heb ik me voortdurend ingehouden. Mijn bilspieren waren te koud om te durven versnellen en mijn vrees om mijn vermogen vroegtijdig op te branden te groot. Ergens halverwege had ik Petra losgelaten en ik had geen idee of ze voor of achter me liep maar we wisten dat we samen zouden starten en dan wel zien en ons eigen lichaam moesten gehoorzamen. Een marathon loop je alleen in je eigen cocon.

Net voor km 26 was hij daar. De man met de hamer. De glycogeen was op en de overschakeling naar vetverbranding gebeurde. Mentaal en fysisch is dit een onvermijdelijke, lastige fase. Ik wist dat ik nu moest doorbijten tot km 32. Dat deed ik dan ook. Niet luisteren naar je hoofd dat wil stoppen. De benen wil immers doorlopen. Gelukkig liep ik dan een paar kilometers samen met ultraloper Victor.

Op km 30 stonden Pieter en Els. Els begon te lopen en praatte zachtjes op me in. ‘Goed bezig! Je kan het! Niet naar de helling maar naar de grond kijken!’ Ze liep mee tot het einde.

Gelukkig kreeg ik op km 32 mijn tweede adem en ik wist dat ik het zou halen in minder dan 4:30. Toch nog goed doseren. Nog een aantal lopers voorbij steken.

Op km 37 stond Anja te supporteren. Blijkbaar kent zij een aantal lopers uit de loopgroep van mij zus. Ze maakte foto’s van mij en Els waarvoor ik haar dankbaar ben.

Plots had ik 40 km gelopen. Ze hadden ons niet gespaard met nog een zeer pittig einde. Nog klimmetjes en dan een zalige hoge berm met bosgrond die uitkwam achter de Topsporthal. We liepen de hal vol publiek binnen en dat was magisch mooi. Ik sprintte over de finish en vloog in de armen van mijn zus die achter de lijn stond. High five met Els die zo lief was de laatste 12,195 km aan mijn zijde te lopen. Ik had 4:18:11 gelopen.

Derde keer, goede keer. Missie volbracht!