Sportief kamperen met kids

Met vijf kinderen namen Runcoach.be en ik vakantie in Florenville in de provincie Luxemburg, dicht bij de Franse grens. Geen huisje noch camping car maar heuse iglotentjes boden ons onderdak. Life begins outside the comfort zone dus wat is hier ontspannender en spannender dan vijf nachten naast de Semois slapen en 's nachts de regendruppels boven je hoofd horen tikken en tegen de ochtend gewekt worden door de kraaien die er de habitués zijn?

Het kleine centrum van Florenville bevindt zich op de top van een heuvel naast de Semois. Haar opvallende kerktoren steekt in de wijde omgeving boven alles uit waardoor je als wandelaar, loper of fietser een dankbaar oriëntatiepunt krijgt. Verdwalen wordt zo een stuk moeilijker.

Wij zeggen steevast dat we naar de Ardennen gaan maar Florenville ligt waar twee fundamenteel verschillende geologische entiteiten samenkomen: l'Ardenne en La Lorraine. Deze heb elk hun eigen landschap wat bijdraagt aan de schoonheid van deze regio. U raadt het al, ik ben een beetje verliefd op Florenville.

Behalve de karakteristieken van de locatie zelf, koesteren Runcoach.be en ik hier mooie herinneringen dankzij de Trail des Trappistes die we hier in 2016 liepen. Terwijl ik toen succesvol 40 km liep, werkte Runcoach.be zijn 100 km af. Sindsdien kriebelt het hier. Deze week was mijn derde verblijf in Florenville.

Aan de horizon verschijnen de Ardennen met massief bos en de Semois loopt hier verder in La Lorraine met een grote meander in de alluviale vlakte. De erosie van de rivier heeft een cuesta gevormd met op de top Florenville.

Deze maand was ik hier al eerder komen kamperen met dochter Lena en onze tweeling verbleef hier elf dagen op scoutskamp. Nu kwamen we met het hele gezin terug om te sporten en spelen op maat van de kinderen. Je dacht toch niet dat vakantie voor ons een week hangen op een exotisch strand was? Met alle respect voor wie dat wel ontspannend vindt maar ik zou lastig worden.

Dit is het logboek van mijn sportieve activiteiten. Runcoach.be en ik hebben afwisselend getraind en op de kinderen gepast.

  • Woensdagavond: 2 km mountainbike technieken aangeleerd aan Anna (12j)
  • Vrijdagochtend: 13 km trail running waarvan 3 km met Anna.

  • Vrijdagnamiddag: 1056 meter schoolslag gezwommen in 30:16 minuten, wat 2,1 km per uur is. Ik had enkel een bikini. Zonder badpak en zwembril kan ik niet crawlen.
  • Zaterdagochtend: 8,5 km kajak met Runcoach.be en de kids.

  • Zaterdagnamiddag: 17,2 km offroad mountainbike in 1u12

  • Zondagmiddag: 12,5 km trail running in 1u24. Dankzij de MTB had ik mooie stukjes ontdekt die ik nu liep.

  • Maandagochtend: 4,5 km MTB-technieken aanleren aan Anna.

Verder ravotten de kinderen vol fantasie in de Semois, speelden we frisbee en voetbal en maakten we vaak wandelingetjes van 1 kilometer. De heuvel op naar de bewoonde wereld.

Hoe combineert u een gezinsvakantie met sport? Ik hoor het graag.

Onverwacht gelopen

Een leuk kenmerk van een persoonlijke blog is dat je zelf de context en het perspectief kiest. Wat door de band genomen absurd, nonnews of een randverschijnsel is, krijgt met een aantal woorden naar keuze aandacht. Elke blogger kan zijn ei kwijt waarna allerlei filters en zoekrobotten de weg uitstippelen. De discussie over exposure, me-marketing en narcisme is zo jaren 2006. Toen was jij de person of the year. Get over it. Pessimisten denken: allemaal egotrippers en navelstaarders die over zichzelf publiceren. Optimisten zeggen: tous ensemble!, collaboration en de positieve kracht van de inspiratie. Met daartussen heel veel tinten grijs als nuance. Het is geen geheim dat ik de positieve kant aanhang en me volledig onderdeel voel van een (virtuele) community van lopers en ondertussen ook mountainbikers. Voor mij werkt dit prima en ik voel mij er als een vis in het water. Maar als je plots zelf niets meer te delen hebt en enkel nog de trainingen van anderen bewondert, sta je daar schoon te blinken. Het is normaal dat je wil meespelen.

Uitgerekend tijdens het verlof, dus niet eens in hectische tijden, kreeg ik vorige week dinsdag uit het niets een lumbago. Lopen, kajak, mountainbike: onmogelijk. Binnen mijn leefwereld – mag het? – is niet mogen lopen en daardoor negen dagen niet gelopen hebben, een zware straf. Lopen is nu eenmaal een evident onderdeel van mijn dagelijks leven vandaar dat een dergelijke disruptie een lichamelijke en geestelijke kwelling is. Mentaal omdat ik eerst niet wist wat ik mankeerde en hoelang ik buiten strijd zou zijn. Als ik zou weten dat het slechts een dikke week zonder duursport zou betekenen, kon ik daar best mee leven. Iets niet weten maakt het moeilijk. Weten dat je lief je dumpt is pijnlijk en hard maar het niet weten (misschien wel, misschien niet) is veel erger. Je piekert je suf en je tijdskader valt weg.

Sommigen vroegen of het niet fijn was eens een periode niet te moeten lopen. Duh. Ik zou bij wijze van spreken geld gegeven hebben om te kunnen lopen. Mijn gedachten dwaalden meer dan anders af naar wie niet meer kan lopen. Het cliché dat je niet beseft wat je mist tot het er niet meer is. Het idee niet meer te kunnen lopen, vond ik vreselijk.

Gisteren vroeg een vriendin of ik 's avonds met haar wou lopen. Overtuigd dat dit geen optie was, wimpelde ik het fijne voorstel af met de boodschap dat dit helaas niet kon. Een uur later stelde Runcoach.be ineens voor dat ik mijn loopkleren zou aantrekken om te testen of ik al terug kon rennen. Ik was er niet gerust in en dacht aan zoiets: =ALS("starten"=ONWAAR;"rust";ALS("pijn"=WAAR;EN("stop";"rust");"Trail des Fantômes")). Anders gezegd, op korte termijn lag mijn bezorgdheid bij mijn eerst volgende race op 12 augustus namelijk de 27 km Trail de Fantômes. Het zelfbeeld dat mijn spieren in negen dagen in pap waren veranderd moest ik bijsturen via mijn spiegelbeeld om er terug in te geloven.

Dus zonder verwachtingen maar hoopvol begon ik gisterenavond te rennen op 7 km van ons huis. Met de kinderen die op logeerpartijtje bij mijn ouders gingen, had ik de bus genomen zodat ik 'moest' teruglopen.

Dat mijn benen loodzwaar waren nam ik er voor een keer met plezier bij. Mijn enige doel was om 7 km te kunnen lopen zonder te moeten stoppen door pijn. Ik rende het bosje van het Fort van Beieren binnen en ergerde mij niet eens aan de loslopende honden. Vergis u niet: dit was eenmalig. Honden aan de leiband houden a.u.b. Daarna kwam ik uit aan de Damse Vaart waar Runcoach.be me opwachtte om samen naar huis te lopen. Triatleten zwommen in de vaart en met mijn zonneklep van de Triatlon Brugge aan, kiemde een stiekem verlangen om ooit deze wedstrijd solo af te leggen. Later. Ooit. First things first.

Na een tijdje voelden mijn benen en hoofd lichter en ik genoot van elke pas. Focus. Flow. Mijn machine draaide terug. Ik doorliep de Vesten die ik als mijn broekzak kende met een uiterst tevreden gevoel. Runcoach.be zag dat het goed was.

Ik liep 7,2 km met een gemiddelde pace van 5'42" per kilometer en een te snelle eerste kilometer. Maar dat kwam omdat er juist voor ik zou passeren een rappe loper door zijn voordeur kwam die ik niet wou lossen tot aan de splitsing waar hij richting Damme koos. Een heel klein beetje competitie als duwtje in de euh… rug.

En de loopcommunity reageerde erg ondersteunend, bvb. op Strava kreeg ik een mooi aantal kudo's (likes) en commentaren.

Deze rugversterkende oefeningen hieronder voer ik tweemaal per week uit en wou ik ten slotte nog meegeven:

Hoe gaat het bij jou mentaal tijdens een onverwachte time-out wegens blessure of ziekte? Heb je tips ter overbrugging? Ik hoor het graag.

Het koolhydratentaboe

Vooral bij vrouwen lijkt het populair om maaltijden enkel uit wat vlees en groenten samen te stellen en aardappelen, brood of andere koolhydraten te verbannen als waren ze vergif voor de lijn. Nochtans zijn koolhydraten brandstoffen die aan de basis liggen van een evenwichtige voeding.

Natuurlijk eet je beter op een doorsneedag geen 500 gram brood, witte rijst of pasta of frieten maar anderzijds te weinig (complexe) koolhydraten eten, verzwakt het lichaam en stuurt de man met de hamer onverbiddelijk langs bij duursporters. Koekjes en gebak eet je best uitzonderlijk en met mate. Ze bevatten niet alleen veel suiker maar ook veel vet. Met mate, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan maar voedingsmiddelen volledig schrappen is erg moeilijk.

Op dagen dat je traint, mag of moet je meer eten maar weten wanneer, wat en hoeveel, is belangrijk om efficiënt te zijn. Carboloaden met vezelarme koolhydraten op de dagen voor een langdurige wedstrijd is dan weer een ander verhaal. Ik vind het best opletten geblazen maar begin het onder de knie te krijgen. De praktijk en het karakter moeten soms nog volgen.

Voor een vrouw van mijn leeftijd met mijn levensstijl zou een dagelijkse inname van 2200 kcal volstaan op rustdagen. Liefst verdeeld over 5 of 6 momenten met telkens ongeveer drie uren ertussen. Wil je vermageren, dan eet je minder maar iedereen heeft koolhydraten en gezonde vetten nodig dus deze stoffen pogen volledig te schrappen is echt niet goed.

Ondertussen sta ik al zes dagen ongewild op non-actief wat lopen, mountainbike en kajak betreft wegens een lumbago die niets met sporten te maken heeft doch met te lang in mijn tent liggen. Mijn krachttrainingen doe ik wel behalve twee reeksen die nu mechanisch niet lukken zoals op de rug liggen en de gestrekte benen vanuit liggende positie omhoog heffen met gewichten. Eerlijk? Ik heb schrik dat ik niet alleen ga verdikken als ik niet gauw 10 km of meer ga lopen of 50 km mountainbiken maar ook dat mijn conditie wegsmelt.

Ik heb dus van de nood een deugd gemaakt en verdiep me de laatste dagen in sportvoedingsleer. Tevens word ik in de keuken gespot tussen tuinkruiden, fijngehakte groenten en zelfgebakken volkoren speltbrood. Balen is voor een keer toegelaten. Nah.

Hoogtemeters

Wat een erg sportieve driedaagse in Chiny en Florenville zou worden, werd noodgedwongen aangepast naar een beetje sport en veel rusten. De overtuiging ‘als ik het kan, kan iedereen het’ moet alweer genuanceerd worden. Met de oudste dochter – veertien lentes – per mountainbike bulk kilometers in de Ardennen pakken, wordt uitgesteld tot nader orde. Toen ze op voorhand beweerde enkel plat en heuvelafwaarts te willen fietsen, meende ze dat blijkbaar letterlijk. 

We sliepen aan de oever van de Semois in een tentje. Om 7u was ik al op en klaar om in de koelte van de ochtend te gaan biken. Mijn ontbijt bestond uit een banaan, aardbeienmoes en maiswafels met lijnzaad. We zaten namelijk in the middle of nowhere. Ik snakte naar de straffe koffie waarmee ik mijn dagen aanvang. Vroeg opstaan en flink ontbijten is voor mij de evidentie zelve doch mijn meisje sliep als een roos in de tent die vanaf 9u begon op te warmen. Om 10u vond ik dat het echt tijd was om uit de kokende tent te komen. Dat werd dus sowieso fietsen tijdens het warmste moment van de dag. Ontbijten wou ze niet. De zin in banaan, aardbeienmoes en maiswafels ontbrak waarschijnlijk. Niet eten + sportief fietsen = problems. Misschien was ik niet streng genoeg en had ik haar moeten verplichten te eten of toch op zijn minst water te drinken. ‘Neen’ bij een veertienjarige is behoorlijk defensief en pertinent.

Gedurende zeven luttele kilometers werd mijn geduld op de proef gesteld. Midden in de beklimmingen stapte ze af om eerst geen voet meer te willen verzetten, maar dan in te zien dat er geen deus ex machina kwam. Dan weigerde ze nog verder naar boven te fietsen wat eigenlijk logisch was want als je tijdens het stijgen naar stilstand gaat, is het loodzwaar om terug aan te  zetten. De helling werkt dan als een gigantische handrem die niet wil lossen. Bovendien had ze dorst gekregen en gedronken van de bidon die ik netjes op haar mountainbike had bevestigd. Water met isotoon poeder. Op haar nuchter maagje deed dit geen deugd, met buikpijn tot gevolg. Ze wist wanneer ze moest schakelen van groot naar klein verzet maar overschatte zichzelf en onderschatte het klimmen. Doseren vraagt natuurlijk ervaring. Jong geweld knalt en verschiet alle poer nog voor de helft van de karwei volbracht is zonder te denken aan wat nog zal komen. Het is niet voor niets dat de leeftijd van ultra (trail) lopers vrij hoog ligt. Volhouden tot het eind is enkel mogelijk als je secuur je energie verdeelt. Je moet een goede loop- of fietseconomist zijn.


We geraakten in Florenville en namen een heel lang pauze met koffiekoeken en verwondering van het panoramisch zicht op de velden en de bossen daarachter.  Ze zei dat ze MTB haatte. Op een terrasje bestelde ik mijn eerste en laatste koffie van de dag en bereidde ik me voor op nog zeven kilometer tranen van woede. Haar optie dat ik terug zou fietsen en haar met de wagen oppikken wou ik niet horen. Ik wist dat als ik daaraan zou toegeven, ze een negatieve bevestiging zou krijgen. Dat het niet gaat. Zie je wel. Ik had het gezegd. 

Mijn meisje is geen watje. Het is een sterke meid die goed kan volhouden bij kajakken dus met de mountainbike moest dit ook lukken. Heel rustig zei ik dat we verder moesten. Dat niemand het voor ons in onze plaats ging doen. Dat ze moest blijven fietsen en niet midden in de stijging afstappen want dat het te voet langer duurde zoals ze had kunnen ondervinden. Dat het dan eigenlijk nog lastiger is. Lichamelijk maar ook mentaal want verschillende mensen hadden haar onderweg gevraagd of haar fiets stuk was toen ze haar zagen wandelen. Vriendelijk bedoeld maar motiverend was dat niet. 

Ze stapte op haar mountainbike en ik volgde haar. Ze trapte en volgde elke instructie keurig op. ‘Kijk, zie je die heuvel aankomen? Verander naar je klein blad ter hoogte van die boom.’ ‘Rustig blijven trappen, je zit in de juiste versnelling.’ ‘Goed bezig, blijven gaan.’ En dan ineens zonder ook maar één keer gestopt te hebben, waren we terug bij onze tent. 

‘Zie je wel dat je het kan?! Je hebt het gewoon gedáán.’ De beperkende overtuiging iets niet te kunnen was geëvolueerd naar de fijne vaststelling iets toch te kunnen. Een kleine stap maar een wereld van verschil.

Lopen in goede en kwade dagen


De brug naar het Begijnhof. Dit plaatje werd al door vele kunstenaars vastgelegd op doek of papier. Oneindig veel toeristen schoten hier een foto als bewijs dat ze idyllisch Brugge gezien hebben. Sommigen beweren dat je hier in een sprookje leeft. Deze foto maakte ik dinsdagochtend bij de thuiskomst na een tienkilometerloopje. Als wij buiten komen, is dit ons zicht. Als we voor ons kijken tenminste. Kijken we bijvoorbeeld naar links, dan zien we dit:


Sommigen verwijten je dat je hier in een sprookje leeft. Is het toegelaten om er het beste van te maken? Soms vraag ik mij dat af als ik merk hoe hard en zuur bepaalde mensen anderen decimeren. Maar mijn conclusie is dat het onze plicht is er het beste van te maken. De weg die ik bewandeld heb, is zeker niet de eenvoudigste geweest en sommige beslissingen waren hartverscheurend maar nodig. Om er het beste van te maken. Wie op de loer ligt en een ander een mes in de rug steekt onder het motto ‘ik ben ongelukkig, dus ik maak iedereen ongelukkig’ is bij mij niet meer welkom. De kansen zijn meer dan op voor wie anderen het daglicht in de ogen niet gunt.

Twee jaar nadat ik beginnen lopen was, viel mijn huwelijk uit elkaar. Er was geen oorzakelijk verband, het was niemands schuld en natuurlijk erg jammer voor die vier bloedjes van kinderen tussen vier en acht. Maakt dat van ons slechte ouders? Ik dacht het niet. De details gaan niemand aan, ik mijd drama en – gelukkig -komen we met vier (stief)ouders goed overeen maar dat wil niet zeggen dat ik van ijs ben. In het begin bleef ik lopen want ik zou mijn eerste 20 km van Brussel verwezenlijken. Maar daarna viel het stil.

Ik kon niet meer gaan lopen. Ik was bang. Niet van het donker, niet van wilde honden of eigenaardige figuren. Ik was bang van mezelf. Bang van mijn binnenste, gedachten en gevoelens tegelijk. Want als ik liep, kwamen eerst de gedachten tevoorschijn. Met een gemeen stemmetje. Je bent slecht. Het is jouw schuld. Je bent mislukt. Je deugt voor niets. Je stelt iedereen teleur. 

Aanvankelijk dacht ik slimmer dan het stemmetje te zijn. Ik zou niet luisteren maar het riep hardnekkig tot ik zwichtte. Angst stak de kop op en maakte de benen slap. Ik kon enkel gaan lopen als de kindjes niet bij mij waren en het gemis voelde tijdens het lopen nog ondraaglijker. Lopen associeerde ik met angst en verdriet wat moest worden vermeden. Na een tijdje weigerde ik nog te gaan lopen. Tenzij sporadisch in gezelschap maar dat was toen niet evident want ik had geen loopmaatjes zoals nu. 

Nochtans doet lopen net zo’n deugd voor lijf en leden. Je gaat helderder denken en kan mentaal weer tegen een stootje. Wandelen trouwens ook. Ermee beginnen en er een gewoonte van maken is misschien het moeilijkste. 

Ongeveer twee jaar later begon ik weer regelmatig te lopen. Meestal alleen. De draad terug oppikken vooral omdat ik toch iets aan de conditie wou doen en bepaalde afstanden me prikkelden. Nu was het een rationele aanpak. Een win-win concept. Kinderen niet bij mij?, ik kan maar beter goed voor mezelf zorgen zodat zij bovendien straks een fitte mama hebben. Dus in plaats van te treuren, lopen. 

Van het een kwam het ander en de liefde voor lopen groeide en doet dat nog steeds. Het zal dan ook geen toeval zijn dat Runcoach.be bijna drie jaar geleden in mijn leven kwam. Sindsdien is het lopen niet meer te stoppen. Lopen is een evidentie geworden. Een automatische handeling om energie bij te tanken die logisch is om te doen. 

Dus deze week prees ik mij gelukkig en de koning te rijk dat ik drie keer met zeer fijne mensen mocht lopen. 

  • Dinsdagmorgen 10 km intervallopen met Joke. Gemiddeld 5’30” per kilometer. Brugse Vesten. Allebei beseften we de meerwaarde van dit samen te doen.
  • Woensdagavond 9 km tempo lopen met David. Gemiddeld 5’41” per kilometer. Brugse Vesten.
  • Vrijdagavond 12,5 km boslopen met Kristie, David en Runcoach.be. De mannen veel sneller en wij gemiddeld 6’28” per kilometer.

Dat dit voor mij en vele andere lopers, fietsers, wandelaars, what ever, het goede leven is, zullen sommigen nooit snappen en ik heb daar geen enkel probleem mee. Maar mijn ding blijf ik doen en erover vertellen ook.

Schobbejak route

Terwijl ik op de mountainbike de lekkere zomergeur van de bossen opsnoof, besefte ik dat er ergere manieren waren om de vroege ochtend door te brengen. Sommigen doen het zichzelf aan, wentelen zich in zelfbeklag en leggen de schuld steevast bij een ander. Trek die stap- of loopschoenen aan, spring op je fiets of doe iets anders maar beweeg voor je verzuurt. Klagen, zagen en steeds oordelen, helpt je geen meter vooruit. Enfin, dat wisten jullie al. 🙂


Een tijdje geleden reed ik verkeerd op een MTB-parcours van Brugge naar Damme. Een herkansing bood zich aan. Vanmorgen bekeek ik de kaart digitaal opnieuw, stelde vast dat hij een naam heeft – de Schobbejak route – en lette erg goed op waar ik de vorige keer gemist was. 

Ik had nog voor 8u de deur uit kunnen zijn maar besloot eerst een bidonhouder aan mijn frame te vijzen. Dat werd tijd. Eindelijk zou ik kunnen rijden en drinken tegelijk. De bidon vulde ik met 600 ml water en een bruistablet, een staaltje dat ik op de Brugse Triatlon kreeg.

De eerste stop maakte ik bij een kudde schapen.

 

De tweede fotopauze was op een zandweg .


Enfin, ik ben dus geen enkele keer op mijn bek gegaan tijdens het fietsen en sloot deze heerlijke rit af met een welverdiende kop koffie. Wat een heerlijke zomerochtend dicht bij huis. Ik hoop dat die van jou ook zo mooi was.

EK Ultra Marathon MTB

Vandaag waren we in de Pyreneeën, meer bepaald in Veilha waar de start en het einde van het Europees Kampioenschap Ultra MTB plaatsvond. Een race van maar liefst 213 km met 6200 positieve hoogtemeters. Slechts 8% van het parcours bestond uit asfalt. De rest was bospaden (61%) en grind/aarde (31%). 


Hieronder zie je nog enkele foto’s van de helden die in minder dan 10 uren finishten. Het zijn alledrie Spaanse kanjers. De gele is de winnaar met minstens 6 minuten voorsprong. De rode is de tweede en deze met de berg op de achtergrond is de derde. Proficiat en diep respect aan alle finishers! De foto zonder fietser heb ik geleend van de organisatie Pedales del Mundo. Meer heerlijke MTB-foto’s van hen vind je op hun Instagram.


Uiteraard is dit (nog) niet aan mij besteed maar dromen mag. Het is normaal dat het kriebelde in mijn buik, mijn fantasie op hol sloeg en ik mezelf al in gedachten door de bergen en bossen zag crossen. Toen ik net daarvoor een sportief zwempak kocht, stond daar niet voor niets There are no limits op gedrukt. 😉


Of zijn er toch grenzen? Enfin, zelf mocht ik van Runcoach.be deze week niet meer sporten na het lopen op de Triatlon van Brugge vorige zaterdag. Het zou ook niet gegaan zijn want door een combinatie van extreem lang non-stop werken en het gezin was mijn lichaam beginnen tegenpruttelen door doodmoe te zijn en mijn ogen te saboteren. Ik zie sinds zondag amper iets en moet mijn ogen voortdurend bevochtigen met oogdruppels. Autorijden lukt niet en ik was een gevaar op de fiets de voorbije week. Mijn looks zijn al frisser geweest dan de laatste dagen maar we blijven lachen.

Ik heb nog tijd tot maandag om te recupereren en dan begint het leukste van werken voor Runcoach.be. Dan gaan we met Trailrunning Managers de Carros de Foc lopen! Ik kijk er ongelofelijk naar uit. Hiermee weet je dan ook al waarover de volgende blogpost zal gaan.