Samen uit, samen thuis

Niet gedacht dat ik een derde keer de 20 km van Brussel zou lopen – na twee keer is het nieuwe ervan af – maar vandaag is dat toch gebeurd. Niet voor mezelf maar om samen met m’n zus te lopen voor haar allereerste 20km-loop. Ik had al aan Infirmières de Rue geantwoord dat ik hem niet zou lopen op hun vraag of ik dat wou doen. De oproep van Ecolo gaf ik geen gehoor. Tot m’n zus liet vallen dat ze hem zou lopen voor het Rode Kruis. Nou moe. Het was te laat om nog via een goed doel mee te lopen dus schreef ik me twee weken geleden – gevaarlijk laat – in via de website van de wedstrijd zelf. Gelukkig was er nog plaats en moest ik mijn staart niet intrekken na wel tien keer tegen mijn zus gezegd te hebben hoe blij ik was haar debuut te mogen meemaken.

Na maanden koud weer, deed de warme zon vorige week haar intrede. Leuk maar het baarde me wat zorgen voor haar. Ze had nog nooit zo ver gelopen, nog nooit het pittige van klimmend lopen ervaren en de middagzon zou dit niet verzachten. De voorspelling was 30 graden Celsius voor race day. Woensdag stuurde ik haar het bericht dat ze zeker twee liter water per dag moest drinken om op tijd te hydrateren. Donderdag liep ze een laatste 10 km in haar vlakke regio maar kon zo al eens proeven van lopen in de hitte.

Vanmorgen was het zover. Om 6u stond ik op en trok mijn loopkleren aan die ik de avond ervoor had klaar gelegd. Ondertussen stond de koffie op en smeerde ik twee boterhammen voor een ontbijt op de trein. Muisstil trok ik de voordeur achter me dicht om het gezin niet te wekken en wandelde naar het station van Brugge.

Het perron was bevolkt met vrolijke lopers die nog voor 7u deze ochtend de trein naar Brussel opstapten. Gezellig met leuk gezelschap.

Een kleine wandeling in de regen van het station naar de Cinquantenaire of Jubelpark warmde inwendig de beentjes op maar verkoelde de buitenkant van het lichaam zalig. Toiletbezoek, borstnummer ophalen, afscheid nemen en geluk wensen aan de reisgenoten. Tijd om zus te gaan zoeken. Toen ik haar gevonden had, stond plots Peter De Groof voor mijn neus voor een korte babbel en begon het water te gieten. Niet dat het één verband hield met het ander. De regen was als Deus Ex Machina trouwens zeer welkom. Hij spoelde mijn bezorgdheid weg.

We stonden in de laatste startbox en toen de knal voor het vertrek te horen was, zou de winnaar nog maar een half uur lopen voor zijn aankomst. Hij finishte in 1u00, stel je voor. We schoven vooruit naar de uitgang van het Jubelpark waar onze reële begintijd zou beginnen tikken. De zon was daar en we hadden ons waterproef ingesmeerd met beschermingsfactor 50 tijdens het wachten. Ik was in mijn nopjes dat we dit samen zouden doen. Twee zussen die met hun boeiende job, gezin en schaarse tijd meer excuses hebben om dit niet te doen maar er toch voor gaan omdat de voldoening van een persoonlijk sportief doel te behalen onbetaalbaar is.

Ik ben dan ook zo trots op mijn zus dat ze dit niet-evidente parcours in niet-frequente Belgische weersomstandigheden met succes gelopen heeft. Ze holde ononderbroken. Geen enkele keer stopte ze en wandelen kwam er niet aan te pas. Niet zo snel maar heel berekend en verantwoord bleef haar treintje bollen. Ik kon mijn ogen niet geloven dat ze zoveel doorzettingsvermogen toonde in zulke hoge temperaturen als debutant. Velen zijn vandaag niet gestart of niet geëindigd. Tienduizend van de veertigduizend ingeschrevenen, naar verluidt.

Dus dat mijn derde 20 km van Brussel met zijn 2u28 de traagste was, maakt mij niet uit. Voor mij was dit de mooiste editie. Proficiat aan alle lopers!

Je ei kwijt kunnen


Officieel heet het exposure en ik beken zonder schroom dat ik schuldig pleit. Als ik gesport heb, voel ik me zo intens gelukkig en teer ik zo lang na op de energieboost dat iedereen het moet weten hoe deugddoend dit is. Dan wil ik iedereen wakker schudden en van de daken roepen: kom uit uw kot en loop, wandel, fiets, step, skate, zwem, kajak, … (naar keuze). Kom buiten, beweeg en word (blijf) een tevreden mens.
Dus soms – minder dan de helft der trainingen, echt – post ik mijn trainingsverloop met foto op Facebook. Nooit om op te scheppen ook al ben ik soms een keertje trots op mezelf. Altijd in de hoop mensen te inspireren en om mijn blijheid te delen. Ik post het op mijn eigen profiel wetende dat ondanks een mooi aantal ‘fans’ van mijn sportieve avonturen een groot aantal mensen zich dood ergeren aan deze exposure. Of erger allerlei beschuldigingen spuien richting werk of moederschap. Dat het onmogelijk is om nog deftig te kunnen werken of moederen. Helaas voor wie mijn sportposts beu is, ben ik het zwijgen niet op te leggen. Ach, ontvolg mij gerust. Doe ik zelf ook met Facebook-vrienden wiens inhoud mij irriteert. Even goede vrienden. (Zo zen maakt een gezonde geest in een gezond lichaam.)

Maar… waar ik écht mijn ei kwijt kan, is bij gelijkgezinden. Dezelfde passie delen schept een band. Zo kan ik ongeremd de extase na een sublieme mountainbike ride delen in de gesloten Facebook-groep MTB praat. Als je daar de blijde bike boodschap verkondigt, steek je een positieve kettingreactie van aanmoediging in gang. Neem gerust een kijkje via deze screenshot van de reacties nog geen 24 uren na het posten van mijn training in Heuvelland en Noord-Frankrijk op Hemelvaart. Om 17u postte ik hoe blij ik was met mijn ochtend 76,5 km mountainbike met 623 positieve hoogtemeters, 40% technisch gedeelte in 3u56 tijd. Dit kreeg ik als respons, een greep uit de lange reeks reacties:

Die mensen begrijpen natuurlijk als geen ander de beleving van wat je deed. De sensaties van mountainbiking kan je onmogelijk beschrijven, zelfs niet visueel voorstellen, aan wie het nooit deed. Het is een nieuwe wereld die sinds anderhalve maand voor mij opengegaan is. Ben je geen type om te lopen? Overweeg dan mountainbike voor de trails of fietsen op de weg als de adrenaline van offroad vlammen je een stapje te ver is.

Vraagje aan de lezers: maak jij je ook schuldig aan exposure? Of houd je je in? Post je bewust enkel sportposts op een aparte Facebook-pagina? Ik hoor het graag.

Dubble date met de duinen

Vorig weekend brachten Runcoach.be en ik door in Oostende. Zaterdag was werkdag voor ons project Trailrunning Managers. ’s Ochtends gaf poolreiziger Dixie Dansercoer een uiterst inspirerende lezing over expedities  naar plaatsen waar u en ik nooit zullen gaan. Zeiler Fritz Buyl sloot aan met het verhaal van Marc De Keyser en hemzelf van werken, leven en (ultra)marathon lopen op Antarctica. Beiden zijn daar weerman tijdens onze winter. (Marc zelf was last minute verhinderd door uitlopende weersvoorspellingen voor expeditieteams op de Himalaya.)


Na een lichte lunch volgde een looptraining in de duinen. Zelf had ik de eer iemands allereerste trail run ooit te coachen. In de zonnige duinen dan nog. Het was voor mij wat zoeken naar een tempo om de smaak van lopen in mul zand met hellingen zoet genoeg te maken zodat er geen afschrikkend effect aan de pas kwam. Tegelijk wou ik vermijden dat het loopje op een wandeling zou gelijken. Keep it simple was mijn plannetje. Eerst een dik half uur door de duinen hollen en dan teruglopen over het strand. 

Toen we klaar waren, was mijn gezelschap onder de indruk van het verschil in beleving ten opzichte van ‘gewoon hardlopen’, tevreden en van plan om dit meer te gaan doen. Mission accomplished

Zondag ten slotte lonkte de morgenstond om een eigen training in de duinen en op het strand te verkiezen boven uitslapen. Runcoach.be bepaalde hoe snel ik mocht lopen. Aanvankelijk vond ik dat te traag maar tot groot jolijt liep ik de laatste twee kilometers op de dijk aan een voor mij behoorlijk tempo van 5 min. 41 sec. naar 5 min. 22 sec. op het einde. Mijn dag kon niet meer stuk. Ik ben het lopen nog niet afgeleerd door het mountainbiken en kajakken maar draag er de vruchten van.

Hell yeah!

Heel soms zijn er dagen voorbehouden om ongetemd en ongeremd de pannen van het dak te trainen. Afgelopen donderdag was zo’n dag. Leve het hoger onderwijs met zijn flexibele werkuren en als je graag gelooft dat we niet veel en hard werken op onze campus: not my problem. Ik heb geen tijd en zin voor negativiteit want ik wil leven.

Donderdag dus. Kindertjes naar school brengen en met de mountainbike in de wagen een uur doorrijden naar Kemmel, Heuvelland om de rode lus te fietsen via Loker, Westouter, De Klijte, Hallebast en Dikkebus terug aan de voet van de Kemmelberg. Dat verliep zonder schrik door bos en velden en kiezelstenen. Langs brandnetels, braamstruiken en berenklauw schuren maar ik ben er niet in gevallen met mijn klikpedalen. Nauwe paadjes met single tracks van 10 cm breed en open velden vol putten. Het begint vertrouwd te voelen. Een kleine 38 km met 523 positieve hoogtemeters.


Terug aan de auto, fiets in de auto en niet naar huis maar wel: mountainbike schoenen uittrekken, verse kousen en trail loopschoenen aantrekken. Hup, die Kemmelberg oplopen (20 graden helling) om te starten voor een testloopje van vier kilometer met 112 pos. hm. Ik wou namelijk ‘de wissel’ uittesten. Hoe voelen de benen tijdens het trail lopen onmiddellijk na een beklijvende MTB-rit? Ik vond het gevoel van eerst geen benen te hebben naar terug benen te hebben fantastisch. Want ja, die berg oplopen was loodzwaar maar hem dan terug afdalen was bevredigend en hem nog eens oplopen – verstand op nul – transformeerde me in een looprobotje. Hup, hup. Euforie eerste klas.


Tweede training was een feit. Onderweg naar huis, verorberde ik mijn zelfgebakken volkoren speltboterhammen met rode-bieten-zonnebloempitten-spread. Energie bijvullen.

In de namiddag blijgezind werken, wetende dat er een derde training volgde om 19u30.

Derde training. Met mijn lieftallige Lena. Fiets pakken richting kajak-club. Een prachtige doch vrij avontuurlijke tocht stond ons te wachten. In groep kajakten we om Brugge heen. Met uitstappen aan grasoevers en overhevelen van de boten naar andere wateren omdat sluizen de doorgang onmogelijk maakten. Met als hoogtepunt een donkere ondergrondse doorgang onder een druk kruispunt waar je extreem plat voorover moest liggen omdat er maar een halve meter hoogte was. Probeer daaronder maar eens paddelend vooruit te geraken. Het ‘toertje Brugge’ was een unieke ervaring die net geen tien kilometer duurde. De 35 hoogtemeters zijn te wijten aan het hijsen en klimmen aan de sluizen.


Dus daarom had ik een verkwikkende nachtrust en was ik vrijdagmorgen vroeg uit de veren om zeer goedgezind als een spring-in-het-veld de hele dag IT, marketing en marktonderzoek te doceren aan mijn studenten.

Alles loopt op wieltjes


Om half zeven ’s ochtends in Amsterdam hardlopen, ik heb dat de voorbije maand drie maal mogen doen. Twee keer onmiddellijk gevolgd door een tweede looptraining maar dan met studenten en collega’s tijdens een boeiende werkreis voor Sportmanagement. De derde keer was ik er met mijn moeder, broer en zus op citytrip. Om half zeven in een uitgestorven Amsterdam het standbeeldje van Anne Frank met bloemen voorbij hollen, het liet me niet koud en ik stopte voor een foto. Ik liep vervolgens over de Prinsengracht, de Keizergracht, de Herengracht en dan langs de Amstel in het lege centrum. Mijn zus had de avond ervoor al grappend gezegd dat ik beloofd had zo vroeg te gaan lopen maar de kwestie was dat ik mijn recht op dit bijzondere loopje opeiste no matter what. Dat moment neemt niemand mij nog af.

Alzo loopt de tijd verder en vloeien de weken in elkaar over. Er is zoveel te doen en er moeten keuzes gemaakt worden hoe de tijd wordt ingevuld. Minder bloggen en gaten prikken om te mountainbiken, bijvoorbeeld. Woensdagavond schuurde ik 52 km na het werk door bossen en velden. Een mentale mijlpaal want voor het eerst was ik niet in paniek, raasde de adrenaline niet voortdurend door mijn lijf, ben ik niet gevallen en was ik nadien niet stijf. Helemaal alleen en trots op mezelf.


Verder… De bosloopjes met collega’s tijdens de lunchpauze op dinsdag heb ik terug opgepikt sinds twee weken. Het was een wekelijks middagritueel dat ik al een behoorlijk aantal weken overgeslagen had omdat er altijd nog werk te doen is.

En zondagmorgen in de vroegte liep ik naar Damme met Joke en David, goed voor 18 km in totaal en helemaal terug opgekrikt om de rest van het weekend mijn mama-taken met de glimlach op te nemen.

Dus ja, het bloggen zelf staat momenteel op een lager pitje maar alles loopt op wieltjes. Ik hoop voor u hetzelfde.

Hart goes boom-boom-boom

Soms luister ik niet naar mijn coach. Ofwel omdat ik de lat voor mezelf om welke reden dan ook te hoog leg (zoals: teveel kilometers bijeen willen lopen), ofwel omdat ik iets wel gehoord heb maar denk dat niemand het zal opmerken (zoals: rechtervoet nooit correct neerplaatsen) en vaak omdat ik niet nog trager wil lopen zoals deze ochtend.

Runcoach.be vraagt al heel lang dat ik in lage hartslagzone zou lopen maar ik kan het om een of andere reden niet opbrengen. Vanmorgen was ik zo content dat we om 8u. met drie drukbezette dames 17 km zouden lopen dat ik zeker niet wou vertragen. Ik wil meekunnen. Bovendien was het aan een tempo dat voor de gemiddelde loper die ik op Strava, Instagram en Facebook volg, niet kan tippen aan hun snelheden.

Jaloers staat niet in mijn woordenboek en ik vind het fantastisch voor de snelle lopers maar ik doe zo mijn best en het lukt me niet om pakweg 20 km in 1u45 te rennen. Gelukkig loop ik daardoor niet minder graag maar het zet mij vaak aan het denken over mijn grenzen en hartslag en ademhaling.

Deze ochtend was ik wel content dat ik het onderspit niet hoefde te delven. Tegelijk geef ik eerlijk toe dat ik zonder Annelies en Joke trager gelopen zou hebben. Ik ben hen dan ook dankbaar dat we samen liepen.

Maar toen ik thuiskwam, heb ik een halfuurtje in de zetel geslapen.  Dat gebeurt nog zelden na een tienmijlenloop. Gelukkig kon ik het me permitteren dankzij de Dag van de Arbeid, wat vandaag in België een vrije dag is.


Gisterenochtend had ik met twee dochters drie kwartier core power oefeningen gedaan. Het is te zeggen: zij deden wat mee, speelden dan voor coach en van huisje-tuintje-mama. ’s Namiddags was er schoolfeest en één plekje te weinig in de gezinswagen wegens extra vriendjes waardoor ik kon profiteren van een verplaatsing per fiets goed voor 26 km. Twee keer 13 km langs het zeekanaal richting Oostende op asfalt wat een saaie doch snelle rit had moeten zijn. De klikpedalen zouden weer wat vertrouwder worden en de beentjes blij met wat spinning. Maar ik ben weer een ervaring rijker. Laterale, harde windstoten op een mountainbike van 12 kilo terwijl je aan misschien wel 35 km/u met klikpedalen (nu nog stress) naast een kanaal rijdt, doet je hart wat sneller pompen.


Anderzijds gaat het fietsen me goed af op fysisch vlak. Ik denk dat ik een betere fietser dan loper ben maar ik moet nog leren de angst overwinnen bij het technisch off road mountainbiken. En nog vele kilometers met klikpedalen malen voor ik niet meer gillend val in brandnetels, doornstruiken of minder zachte ondergronden op een MTB-parcours.