Het koolhydratentaboe

Vooral bij vrouwen lijkt het populair om maaltijden enkel uit wat vlees en groenten samen te stellen en aardappelen, brood of andere koolhydraten te verbannen als waren ze vergif voor de lijn. Nochtans zijn koolhydraten brandstoffen die aan de basis liggen van een evenwichtige voeding.

Natuurlijk eet je beter op een doorsneedag geen 500 gram brood, witte rijst of pasta of frieten maar anderzijds te weinig (complexe) koolhydraten eten, verzwakt het lichaam en stuurt de man met de hamer onverbiddelijk langs bij duursporters. Koekjes en gebak eet je best uitzonderlijk en met mate. Ze bevatten niet alleen veel suiker maar ook veel vet. Met mate, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan maar voedingsmiddelen volledig schrappen is erg moeilijk.

Op dagen dat je traint, mag of moet je meer eten maar weten wanneer, wat en hoeveel, is belangrijk om efficiënt te zijn. Carboloaden met vezelarme koolhydraten op de dagen voor een langdurige wedstrijd is dan weer een ander verhaal. Ik vind het best opletten geblazen maar begin het onder de knie te krijgen. De praktijk en het karakter moeten soms nog volgen.

Voor een vrouw van mijn leeftijd met mijn levensstijl zou een dagelijkse inname van 2200 kcal volstaan op rustdagen. Liefst verdeeld over 5 of 6 momenten met telkens ongeveer drie uren ertussen. Wil je vermageren, dan eet je minder maar iedereen heeft koolhydraten en gezonde vetten nodig dus deze stoffen pogen volledig te schrappen is echt niet goed.

Ondertussen sta ik al zes dagen ongewild op non-actief wat lopen, mountainbike en kajak betreft wegens een lumbago die niets met sporten te maken heeft doch met te lang in mijn tent liggen. Mijn krachttrainingen doe ik wel behalve twee reeksen die nu mechanisch niet lukken zoals op de rug liggen en de gestrekte benen vanuit liggende positie omhoog heffen met gewichten. Eerlijk? Ik heb schrik dat ik niet alleen ga verdikken als ik niet gauw 10 km of meer ga lopen of 50 km mountainbiken maar ook dat mijn conditie wegsmelt.

Ik heb dus van de nood een deugd gemaakt en verdiep me de laatste dagen in sportvoedingsleer. Tevens word ik in de keuken gespot tussen tuinkruiden, fijngehakte groenten en zelfgebakken volkoren speltbrood. Balen is voor een keer toegelaten. Nah.

Hoogtemeters

Wat een erg sportieve driedaagse in Chiny en Florenville zou worden, werd noodgedwongen aangepast naar een beetje sport en veel rusten. De overtuiging ‘als ik het kan, kan iedereen het’ moet alweer genuanceerd worden. Met de oudste dochter – veertien lentes – per mountainbike bulk kilometers in de Ardennen pakken, wordt uitgesteld tot nader orde. Toen ze op voorhand beweerde enkel plat en heuvelafwaarts te willen fietsen, meende ze dat blijkbaar letterlijk. 

We sliepen aan de oever van de Semois in een tentje. Om 7u was ik al op en klaar om in de koelte van de ochtend te gaan biken. Mijn ontbijt bestond uit een banaan, aardbeienmoes en maiswafels met lijnzaad. We zaten namelijk in the middle of nowhere. Ik snakte naar de straffe koffie waarmee ik mijn dagen aanvang. Vroeg opstaan en flink ontbijten is voor mij de evidentie zelve doch mijn meisje sliep als een roos in de tent die vanaf 9u begon op te warmen. Om 10u vond ik dat het echt tijd was om uit de kokende tent te komen. Dat werd dus sowieso fietsen tijdens het warmste moment van de dag. Ontbijten wou ze niet. De zin in banaan, aardbeienmoes en maiswafels ontbrak waarschijnlijk. Niet eten + sportief fietsen = problems. Misschien was ik niet streng genoeg en had ik haar moeten verplichten te eten of toch op zijn minst water te drinken. ‘Neen’ bij een veertienjarige is behoorlijk defensief en pertinent.

Gedurende zeven luttele kilometers werd mijn geduld op de proef gesteld. Midden in de beklimmingen stapte ze af om eerst geen voet meer te willen verzetten, maar dan in te zien dat er geen deus ex machina kwam. Dan weigerde ze nog verder naar boven te fietsen wat eigenlijk logisch was want als je tijdens het stijgen naar stilstand gaat, is het loodzwaar om terug aan te  zetten. De helling werkt dan als een gigantische handrem die niet wil lossen. Bovendien had ze dorst gekregen en gedronken van de bidon die ik netjes op haar mountainbike had bevestigd. Water met isotoon poeder. Op haar nuchter maagje deed dit geen deugd, met buikpijn tot gevolg. Ze wist wanneer ze moest schakelen van groot naar klein verzet maar overschatte zichzelf en onderschatte het klimmen. Doseren vraagt natuurlijk ervaring. Jong geweld knalt en verschiet alle poer nog voor de helft van de karwei volbracht is zonder te denken aan wat nog zal komen. Het is niet voor niets dat de leeftijd van ultra (trail) lopers vrij hoog ligt. Volhouden tot het eind is enkel mogelijk als je secuur je energie verdeelt. Je moet een goede loop- of fietseconomist zijn.


We geraakten in Florenville en namen een heel lang pauze met koffiekoeken en verwondering van het panoramisch zicht op de velden en de bossen daarachter.  Ze zei dat ze MTB haatte. Op een terrasje bestelde ik mijn eerste en laatste koffie van de dag en bereidde ik me voor op nog zeven kilometer tranen van woede. Haar optie dat ik terug zou fietsen en haar met de wagen oppikken wou ik niet horen. Ik wist dat als ik daaraan zou toegeven, ze een negatieve bevestiging zou krijgen. Dat het niet gaat. Zie je wel. Ik had het gezegd. 

Mijn meisje is geen watje. Het is een sterke meid die goed kan volhouden bij kajakken dus met de mountainbike moest dit ook lukken. Heel rustig zei ik dat we verder moesten. Dat niemand het voor ons in onze plaats ging doen. Dat ze moest blijven fietsen en niet midden in de stijging afstappen want dat het te voet langer duurde zoals ze had kunnen ondervinden. Dat het dan eigenlijk nog lastiger is. Lichamelijk maar ook mentaal want verschillende mensen hadden haar onderweg gevraagd of haar fiets stuk was toen ze haar zagen wandelen. Vriendelijk bedoeld maar motiverend was dat niet. 

Ze stapte op haar mountainbike en ik volgde haar. Ze trapte en volgde elke instructie keurig op. ‘Kijk, zie je die heuvel aankomen? Verander naar je klein blad ter hoogte van die boom.’ ‘Rustig blijven trappen, je zit in de juiste versnelling.’ ‘Goed bezig, blijven gaan.’ En dan ineens zonder ook maar één keer gestopt te hebben, waren we terug bij onze tent. 

‘Zie je wel dat je het kan?! Je hebt het gewoon gedáán.’ De beperkende overtuiging iets niet te kunnen was geëvolueerd naar de fijne vaststelling iets toch te kunnen. Een kleine stap maar een wereld van verschil.

Lopen in goede en kwade dagen


De brug naar het Begijnhof. Dit plaatje werd al door vele kunstenaars vastgelegd op doek of papier. Oneindig veel toeristen schoten hier een foto als bewijs dat ze idyllisch Brugge gezien hebben. Sommigen beweren dat je hier in een sprookje leeft. Deze foto maakte ik dinsdagochtend bij de thuiskomst na een tienkilometerloopje. Als wij buiten komen, is dit ons zicht. Als we voor ons kijken tenminste. Kijken we bijvoorbeeld naar links, dan zien we dit:


Sommigen verwijten je dat je hier in een sprookje leeft. Is het toegelaten om er het beste van te maken? Soms vraag ik mij dat af als ik merk hoe hard en zuur bepaalde mensen anderen decimeren. Maar mijn conclusie is dat het onze plicht is er het beste van te maken. De weg die ik bewandeld heb, is zeker niet de eenvoudigste geweest en sommige beslissingen waren hartverscheurend maar nodig. Om er het beste van te maken. Wie op de loer ligt en een ander een mes in de rug steekt onder het motto ‘ik ben ongelukkig, dus ik maak iedereen ongelukkig’ is bij mij niet meer welkom. De kansen zijn meer dan op voor wie anderen het daglicht in de ogen niet gunt.

Twee jaar nadat ik beginnen lopen was, viel mijn huwelijk uit elkaar. Er was geen oorzakelijk verband, het was niemands schuld en natuurlijk erg jammer voor die vier bloedjes van kinderen tussen vier en acht. Maakt dat van ons slechte ouders? Ik dacht het niet. De details gaan niemand aan, ik mijd drama en – gelukkig -komen we met vier (stief)ouders goed overeen maar dat wil niet zeggen dat ik van ijs ben. In het begin bleef ik lopen want ik zou mijn eerste 20 km van Brussel verwezenlijken. Maar daarna viel het stil.

Ik kon niet meer gaan lopen. Ik was bang. Niet van het donker, niet van wilde honden of eigenaardige figuren. Ik was bang van mezelf. Bang van mijn binnenste, gedachten en gevoelens tegelijk. Want als ik liep, kwamen eerst de gedachten tevoorschijn. Met een gemeen stemmetje. Je bent slecht. Het is jouw schuld. Je bent mislukt. Je deugt voor niets. Je stelt iedereen teleur. 

Aanvankelijk dacht ik slimmer dan het stemmetje te zijn. Ik zou niet luisteren maar het riep hardnekkig tot ik zwichtte. Angst stak de kop op en maakte de benen slap. Ik kon enkel gaan lopen als de kindjes niet bij mij waren en het gemis voelde tijdens het lopen nog ondraaglijker. Lopen associeerde ik met angst en verdriet wat moest worden vermeden. Na een tijdje weigerde ik nog te gaan lopen. Tenzij sporadisch in gezelschap maar dat was toen niet evident want ik had geen loopmaatjes zoals nu. 

Nochtans doet lopen net zo’n deugd voor lijf en leden. Je gaat helderder denken en kan mentaal weer tegen een stootje. Wandelen trouwens ook. Ermee beginnen en er een gewoonte van maken is misschien het moeilijkste. 

Ongeveer twee jaar later begon ik weer regelmatig te lopen. Meestal alleen. De draad terug oppikken vooral omdat ik toch iets aan de conditie wou doen en bepaalde afstanden me prikkelden. Nu was het een rationele aanpak. Een win-win concept. Kinderen niet bij mij?, ik kan maar beter goed voor mezelf zorgen zodat zij bovendien straks een fitte mama hebben. Dus in plaats van te treuren, lopen. 

Van het een kwam het ander en de liefde voor lopen groeide en doet dat nog steeds. Het zal dan ook geen toeval zijn dat Runcoach.be bijna drie jaar geleden in mijn leven kwam. Sindsdien is het lopen niet meer te stoppen. Lopen is een evidentie geworden. Een automatische handeling om energie bij te tanken die logisch is om te doen. 

Dus deze week prees ik mij gelukkig en de koning te rijk dat ik drie keer met zeer fijne mensen mocht lopen. 

  • Dinsdagmorgen 10 km intervallopen met Joke. Gemiddeld 5’30” per kilometer. Brugse Vesten. Allebei beseften we de meerwaarde van dit samen te doen.
  • Woensdagavond 9 km tempo lopen met David. Gemiddeld 5’41” per kilometer. Brugse Vesten.
  • Vrijdagavond 12,5 km boslopen met Kristie, David en Runcoach.be. De mannen veel sneller en wij gemiddeld 6’28” per kilometer.

Dat dit voor mij en vele andere lopers, fietsers, wandelaars, what ever, het goede leven is, zullen sommigen nooit snappen en ik heb daar geen enkel probleem mee. Maar mijn ding blijf ik doen en erover vertellen ook.

Schobbejak route

Terwijl ik op de mountainbike de lekkere zomergeur van de bossen opsnoof, besefte ik dat er ergere manieren waren om de vroege ochtend door te brengen. Sommigen doen het zichzelf aan, wentelen zich in zelfbeklag en leggen de schuld steevast bij een ander. Trek die stap- of loopschoenen aan, spring op je fiets of doe iets anders maar beweeg voor je verzuurt. Klagen, zagen en steeds oordelen, helpt je geen meter vooruit. Enfin, dat wisten jullie al. 🙂


Een tijdje geleden reed ik verkeerd op een MTB-parcours van Brugge naar Damme. Een herkansing bood zich aan. Vanmorgen bekeek ik de kaart digitaal opnieuw, stelde vast dat hij een naam heeft – de Schobbejak route – en lette erg goed op waar ik de vorige keer gemist was. 

Ik had nog voor 8u de deur uit kunnen zijn maar besloot eerst een bidonhouder aan mijn frame te vijzen. Dat werd tijd. Eindelijk zou ik kunnen rijden en drinken tegelijk. De bidon vulde ik met 600 ml water en een bruistablet, een staaltje dat ik op de Brugse Triatlon kreeg.

De eerste stop maakte ik bij een kudde schapen.

 

De tweede fotopauze was op een zandweg .


Enfin, ik ben dus geen enkele keer op mijn bek gegaan tijdens het fietsen en sloot deze heerlijke rit af met een welverdiende kop koffie. Wat een heerlijke zomerochtend dicht bij huis. Ik hoop dat die van jou ook zo mooi was.

EK Ultra Marathon MTB

Vandaag waren we in de Pyreneeën, meer bepaald in Veilha waar de start en het einde van het Europees Kampioenschap Ultra MTB plaatsvond. Een race van maar liefst 213 km met 6200 positieve hoogtemeters. Slechts 8% van het parcours bestond uit asfalt. De rest was bospaden (61%) en grind/aarde (31%). 


Hieronder zie je nog enkele foto’s van de helden die in minder dan 10 uren finishten. Het zijn alledrie Spaanse kanjers. De gele is de winnaar met minstens 6 minuten voorsprong. De rode is de tweede en deze met de berg op de achtergrond is de derde. Proficiat en diep respect aan alle finishers! De foto zonder fietser heb ik geleend van de organisatie Pedales del Mundo. Meer heerlijke MTB-foto’s van hen vind je op hun Instagram.


Uiteraard is dit (nog) niet aan mij besteed maar dromen mag. Het is normaal dat het kriebelde in mijn buik, mijn fantasie op hol sloeg en ik mezelf al in gedachten door de bergen en bossen zag crossen. Toen ik net daarvoor een sportief zwempak kocht, stond daar niet voor niets There are no limits op gedrukt. 😉


Of zijn er toch grenzen? Enfin, zelf mocht ik van Runcoach.be deze week niet meer sporten na het lopen op de Triatlon van Brugge vorige zaterdag. Het zou ook niet gegaan zijn want door een combinatie van extreem lang non-stop werken en het gezin was mijn lichaam beginnen tegenpruttelen door doodmoe te zijn en mijn ogen te saboteren. Ik zie sinds zondag amper iets en moet mijn ogen voortdurend bevochtigen met oogdruppels. Autorijden lukt niet en ik was een gevaar op de fiets de voorbije week. Mijn looks zijn al frisser geweest dan de laatste dagen maar we blijven lachen.

Ik heb nog tijd tot maandag om te recupereren en dan begint het leukste van werken voor Runcoach.be. Dan gaan we met Trailrunning Managers de Carros de Foc lopen! Ik kijk er ongelofelijk naar uit. Hiermee weet je dan ook al waarover de volgende blogpost zal gaan.

1/4 Triatlon van Brugge

triatlonzwemmen

Dinsdagmiddag lunchte ik toevallig met drie collega’s van de faculteit Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie. Officieel zijn zij geen collega’s meer want sinds de fusies in het hoger onderwijs van een paar jaar geleden zijn zij nu personeel van KU Leuven en wij van Katholieke Hogeschool Vives van de Associatie KU Leuven. Maar aangezien in de praktijk tot vandaag de campus en de mensen dezelfde blijven, staan we daar niet bij stil.

Ze vertelden over de Triatlon van Brugge die ze al jaren als trio in estafette afleggen. Hans zwemt, Kurt fietst en Annick loopt. Maar Annick was verhinderd en Kelly zou in haar plaats lopen. Daarover ging het gesprek zo’n beetje tijdens het middageten. Het sprak mij niet aan maar stootte me ook niet af. Ik luisterde zonder meer. Gesprekken over sport boeien me altijd, ook al ben ik er niet persoonlijk bij betrokken.

Woensdag contacteerde Kelly mij met de vraag of ik zaterdagavond in haar plaats wou lopen op de Triatlon. Ze was eveneens verhinderd. Toevallig allemaal. Dus zaterdag na het werk fietste ik naar huis, wisselde mijn werkjurk in voor een looppakje en begaf me te voet naar de Snaggaardbrug waar we met het trio afgesproken hadden om de juiste polsbandjes, borstnummers, bewaartassen en instructies te verdelen.


Plots was het tijd voor Hans om zich in wetsuit naar de Gistfabriek te begeven om te starten met het zwemmen. Aan de kleur van de badmutsen en de borstnummers kon je zien tot welke van de 14 waves de atleten behoorden want uiteraard kon niet iedereen tegelijk starten of er zouden ongelukken gebeuren. Eerst waren de zwarte (pro), de roze (dames 1), de lila (dames 2) en de witte (trio 1) aan de beurt. Wij behoorden tot de zalmkleurige wave (trio 2). Kurt en ik keken naar de eerste waves zwemmers vanop de Snaggaardbrug. Het was onmogelijk om zwemmers te herkennen. Na een tijdje moest ook Kurt zich klaarmaken om afgelost te worden door Hans die uit het water zou komen om de chip aan de fietser te overhandigen.

De kasseien waren te glad naar onze zin. Hopelijk zou Kurt niet vallen met de koersfiets. Het had voortdurend geregend na erg droge en hete dagen. Ik was moe van de ketting hectische zesdagenwerkweken. Bovendien was ik helemaal nat en verkleumd van het lange wachten maar probeerde met lopers-lotgenoten die in hetzelfde schuitje zaten er de sfeer in te houden in de wisselzone. Ik had eigenlijk een op zijn minst afgedekte plaats verwacht waar de lopers konden wachten.

Het was uitkijken en roepen naar Kurt die ineens per fiets de wisselzone binnenvloog, zijn vehikel aan de haak hing, en samen met mij naar de plek liep waar hij de enkelband met chip losmaakte en aan mijn linkerbeen bevestigde. Vanaf dat moment begon ik te lopen alsof mijn leven ervan afhing gedurende 10 km door de straten van de binnenstad, de Vesten, de Dijver, het Belfort, de Markt. Eén ronde compleet, tweede ronde tempo houden en dan stonden Hans en Kurt achter het Belfort op mij te wachten om de laatste 300 meter tot de finish samen te lopen. Zo moet het en dat is eigenlijk wel heel fijn. In een laatste spurt vlogen we over de eindmeet om in mijn geval een beetje verdwaasd en helemaal runner’s high medaille, snoep, fruit, drinken en cadeautjes van de sponsors in ontvangst te nemen.

Manlief en de dochters stonden in het publiek te wachten en hadden mij twee keer zien lopen. Zelf zag ik hen maar één keer in de eerste ronde aan de Dijver. De tweede keer was net voor het aankomen en was het voor mij onmogelijk hen in de menigte te ontwaren.


Zo hebben wij het gedaan:

Knipsel uitslag

Ex-student Sportmanagement Kenneth Vandendriessche heeft gewonnen. Om een idee te hebben hoe de pro’s dit gedaan hebben (respect!):

Knipsel pro

Wat concludeer ik nu na mijn ervaring van zaterdag?

  1. In zijn geheel zou ik geen triatlon willen doen door het zwemmen en koersfietsen.
  2. Het is de eerste keer dat ik een wedstrijd van ‘korte’ afstand liep maar zeker niet de laatste keer. Het was een klein uur volledig knallen wat ik niet kan op een +15 km. Ik zal zeker nog korte wedstrijden lopen. Het was leuk lopen.
  3. Omdat het voor een team was, liep ik harder dan wanneer het voor mij alleen zou zijn geweest. Ik wil de anderen niet teleurstellen maar voor mij zelf maakt het niet zo uit. Ik ben niet competitief. Voor mezelf kan ik dat niet opbrengen maar ik zou het onaanvaardbaar vinden om voor de groep niet mijn uiterste best te doen. Straf, hé.

Crossen in de bossen

Woensdagavond stond een mountainbike training op de planning. Daar kan ik heel kort over zijn. Dat het snikheet was, schrok me niet af. Ik had een liter water mee en sportvoeding. Het zou maximum drie uren trappen worden. 
Tot groot jolijt nam ik overal waar ik kon de moeilijkste stukjes mee en maakte er een erezaak van zoveel mogelijk de rijbaan te vermijden op de stukken die de bossen verbonden met gewone straten. Mijn klikpedalen baarden me geen zorgen alsof ik nooit anders gefietst had. Ik betrapte mezelf erop dat ik slalomde tussen paaltjes en bomen en jumpte om te testen hoe dat voelde. Nice dus. Letterlijk vreugdesprongetjes maar dan op de mountainbike.

So far so good. Maar dan, na 33 km begonnen mijn voeten te branden van de pijn. Hetzelfde euvel als de laatste keer regio Heuvelland toen ik 78 km mountainbikete in warm weer maar toen begon het pas de laatste 20 km. Het is duidelijk dat de warmte mijn voeten doet zwellen waardoor mijn klikschoenen te smal worden en ze mijn voetbeentjes aan de tenen vermorzelen.

Ik moest nog 11 km fietsen en huilde en vloekte van de pijn. Er zat niets anders op dan afstappen en op mijn sokken verder fietsen. De keuze voor het kleinste kwaad. Ach ja. 

Gelukkig werd dit goed gemaakt door de vele leuke reacties van mijn (virtuele) mountainbike maten op MTB-Praat op Facebook. Toevallig werkte ik de laatste tijd rond digitale marketing, (sub)segmenteren en de hoge ROI van e-mailmarketing door targeting. Onder het mom van DIY wou ik ook eens targeten om een leuke respons te ontvangen. Geen nood aan aandacht of bevestiging, daarvoor ben ik te oud en te down to earth. De juiste boodschap op het juiste moment naar de juiste doelgroep zenden. 

Ik postte dit in MTB-Praat wetende dat ik nooit zoveel respons kan krijgen op mijn eigen profiel:


De terminologie in de reacties is geweldig leuk en barst van energie en aanmoedigingen. Harken, bijvoorbeeld, zalig toch?